De-Duivencoach.nl
Nico van Veen

Logboek – De-Duivencoach.nl - 2024

13 maart 2024

Stichting oprichten
Het selecteren en koppelen is bijna voorbij. Nog een paar overnachtspelers die binnenkort ook gaan koppelen. Dus heb ik nu wat meer tijd voor andere zaken. Een plan waarmee ik de komende maanden druk mee zal zijn is het oprichten van een stichting ter behoud van de duivensport. De bedoeling is dat deze stichting een opvolger van de PPN wordt, maar met een iets gewijzigde doelstelling. Daar waar de PPN voornamelijk de focus had op het binnenhalen van nieuwe duivensporters, zal deze stichting ook proberen om de huidige duivensporters zoveel mogelijk binnen boord te houden. Hiervoor zal onder andere onder de paraplu van de stichting een fonds op naam worden opgericht. Vanuit dit fonds zullen acties worden ontplooid en ondersteund die er toe kunnen leiden dat meer mensen de duivensport kunnen (blijven) beoefenen en dat er zich nieuwe duivenliefhebbers zullen melden.

Mijn streven is om de stichting in 2025 op te richten. De komende periode probeer ik zoveel mogelijk supporters voor mijn plannen warm te maken. Hiervoor heb ik mijn bestaande FB groep omgeturnd in een groep die voorlopig als naam heeft “De duivensport in stand houden”. Die naam wijzig ik later in de naam van de stichting die waarschijnlijk “Stichting Vrienden van de Postduivensport” gaat heten, maar daar broed ik nog even op. De FB groep heeft inmiddels 621 leden en daarnaast hebben zich ruim 50 supporters gemeld die op één of andere wijze wel een bijdrage willen leveren. Hierbij zijn twee IT specialisten die hun hulp hebben aangeboden bij het opzetten van een nieuwe website. Ook hebben zich liefhebbers met andere specialismen aangemeld van wiens deskundigheid op een later tijdstip gebruik zal worden gemaakt. Het zou mooi zijn als zich op korte termijn een notaris zou melden. Er zullen vast ook onder die beroepsgroep duivenliefhebbers zijn.

In het Spoor der Kampioenen van deze week zal een column worden geplaatst waarin ik mijn plannen in grote lijnen heb beschreven. Ik hoop dat daar veel respons op komt. Vooral uit de hoek van de liefhebbers die financieel draagkrachtig zijn hoop ik wat respons te krijgen. De sterkere schouders kunnen nu eenmaal wat meer dragen. Het streven is om op een aantal vlakken nauw samen te werken met de NPO Duivensportbond. Met de huidige leden van de Sectie Sportbeleving wordt al frequent overlegd en hun ideeën zullen worden opgenomen in het ondernemersplan van de stichting.

Eieren overleggen
Een paar beginners hadden vragen over het overleggen van eieren. Erg ingewikkeld is het niet, maar ervaren liefhebbers weten vaak niet dat beginners met dit soort vragen worstelen. Te vaak wordt er vanuit gegaan dat de benodigde kennis al aanwezig is bij de beginner. En zo gebeurde het dat een beginner eieren kreeg van een goed spelende liefhebber die alleen de vraag had gesteld of de beginner een koppel eieren van zijn betere vliegers kon onderleggen.  En ja dat kon die beginner wel. Echter de eieren van het koppel van de beginner waren al 14 dagen oud en die van de desbetreffende goede speler hooguit 5 dagen. Dus er kwam niets terecht van die eieren die met goede bedoelingen gegeven waren, omdat de duiven na 20/21 dagen broeden natuurlijk het nest hadden verlaten. De beginner durfde dit niet te vertellen aan de goede gever en mailde mij met de vraag waarom de duiven van het nest waren afgelopen. Ik vertelde hem dat hij een volgende keer altijd moet vragen naar de datum waarop de eieren gelegd zijn. Het mooiste zou zijn als beide koppels tegelijkertijd hebben gelegd, dus dat de eieren even oud zijn. Maar zijn de eieren die je wilt overleggen twee tot maximaal drie dagen ouder is dat ook vrijwel nooit een probleem. Als de eieren twee dagen eerder uitkomen hebben de ouderduiven al wel wat pap en door het voeren komt die papproductie wel op gang. Maar zijn de eieren die je wilt onderleggen drie dagen later gelegd dan die van het voedsterkoppel, loop je een groot risico dat de voedsterduiven al van het nest lopen voordat de eieren zijn uitgekomen. Het verschilt heel erg per duif. Eén á twee dagen langer broeden zullen de meeste duiven echter probleemloos doen.

Een andere liefhebber die vorig jaar begonnen is, had van het najaar het geluk een aantal bewezen kweekduiven te kunnen aanschaffen. Ook had hij van een aantal liefhebbers zomerjongen gehad die op de natour zijn ingespeeld. Ik adviseerde hem om van zijn kweekduiven zoveel mogelijk te kweken en de eerste ronde van de kwekers onder te leggen onder deze zomerjongen die dit jaar eerst zullen worden getest op de vluchten. Het probleem was dat hij bijna het dubbele aantal duivinnen had dan doffers. Maar dat bleek geen probleem want onder de duivinnen die over bleven vormden zich ook twee paartjes die vrijwel gelijk met de kwekers op eieren kwamen. Maar een paar dagen voor het uitkomen van de eieren zag hij bij een koppel duivinnen ineens vier eieren liggen. En nu was zijn vraag wat de eieren van de kwekers waren, zodat hij die andere eieren kon weghalen. Gelukkig kon ik hem op afstand prima helpen dankzij de moderne communicatiemiddelen.  Via Facetime keek ik even mee in het nest en kon ik hem de verse eieren aanwijzen.

Bijproducten tijdens de kweek
Een andere liefhebber vroeg zich af wat nu de meest noodzakelijke bijproducten waren om te verstrekken tijdens de kweek. Hij had heel wat reportages doorgelezen, websites bezocht, videobanden bekeken en liefhebbers in de club gevraagd, maar hij werd alleen maar onzekerder door al die verschillende antwoorden. De ene liefhebber verstrekt alleen maar voer, grit en mineralen naast schoon water, terwijl een ander een heel arsenaal aan bijproducten verstrekt en er bijna elke dag wel iets in het water zit. Het uitgangspunt moet altijd zijn dat jonge duiven niets te kort mogen komen tijdens hun groei. Alleen gezonde en vitale jonge duiven kunnen uitgroeien tot goede vliegers. Dus verstrek allereerst een goede gevarieerde voermengeling en geef beslist niet het goedkoopste voer wat je vinden kan. En voer beslist niet te weinig. De jongen in het nest moeten met een volle krop de nacht in gaan.

Ik adviseer altijd om vanaf het koppelen tot na de leg een aminozuur-vitamine preparaat aan het voer te plakken met tarwekiemolie vanwege de vitamine E. Of het noodzakelijk is zal per hok/liefhebber verschillen, maar het is beter om het zekere voor het onzekere nemen. Wanneer er jongen in de schalen liggen zorg dan beslist voor een zo groot mogelijke variatie aan mineralen en aminozuren. Door vele liefhebbers wordt eivoer en Tovo verstrekt. Hier zijn ook vele andere soortgelijke producten voor van diverse fabrikanten. Het belangrijkste is dat de duiven de aminozuren, mineralen en vitaminen die niet in het voer en de grit/mineralen mengeling voorkomen en waaraan ze in die periode veel behoefte hebben, maar binnenkrijgen. Het gaat zoals bij alles om de inhoud en niet om de verpakking.

16 februari 2024

Olympiade
Zaterdag 27 januari bezocht ik de Olympiade in Maastricht. Uitvoerige verslagen over dit evenement heb ik al op vele plaatsen gelezen, dus ik beperk me alleen tot mijn eigen belevenissen. Ik was op vrijdag al met een bevriende liefhebber vertrokken. Onderweg naar Maastricht bij drie liefhebbers in Limburg duiven beoordeeld en gekoppeld. We werden drie maal op een stuk Limburgse vlaai getrakteerd. Ik had een hotel voor ons beiden geboekt in Maasmechelen. Een prima plek waar verder geen bezoekers van de Olympiade waren. De volgende ochtend na een flink ontbijt naar Maastricht. Dat was een verstandige zet, want het was niet eenvoudig om iets te eten te krijgen op de Olympiade, tenzij je minstens een half uur in de rij wilde staan. Maar we hebben ons prima vermaakt. Ik heb veel bekenden en onbekenden gesproken en verschillende liefhebbers complimenteerden me met mijn logboeken en de columns in het Spoor. Vooral de column in het Spoor over water oogstte veel waardering. Er was zelfs een liefhebber uit Slowakije die diverse artikelen van mijn website had vertaald en uitgeprint en daarover met mij in gesprek wilde. Hij had vooral veel vragen over mijn methode van keuren.


Tafelkeuring Damwoude
De afgelopen periode ook weer enkele tafelkeuringen gedaan. Helaas moest ik vorige week toch weer een keuring op het allerlaatste moment afzeggen omdat ik wederom een longontsteking heb opgelopen. Ik dacht dat ik er na de ellende met die longontsteking in november nu wel vanaf was, maar helaas ben ik weer geveld en aan de antibiotica. Een tafelkeuring in Damwoude was de laatste dit jaar. Een grote club waar hard wordt gespeeld, wat duidelijk merkbaar was aan de gemiddelde kwaliteit van de duiven. Diverse liefhebbers hadden hun beste duiven meegenomen, waardoor het best moeilijk was om de in mijn ogen beste duif er uit te halen. Bij de oude duiven was dit een doffer van J. Hoekstra die op de vitesse en midfond nog maar zelden zijn prijs heeft gemist die moest kampen tegen 2 duifkampioenen, zo bleek later. Ik heb Hoekstra geadviseerd deze doffer beslist op de dagfond te gaan spelen. Ben benieuwd of hij dat ook gaat doen. De meest belovende jonge duif was een overnachtduifje van Rodenhuis. Ook van deze hoop ik dat ze wel op die discipline zal worden gespeeld.

Vechtersbazen
Dit jaar kreeg ik veel meer dan voorgaande jaren vragen hoe om te gaan met dominante doffers die meerdere hokken in beslag willen nemen. Liefhebbers die al in het najaar de jonge doffers een eigen bak hebben laten uitzoeken hebben minder last dan liefhebbers die de duiven pas vlak voor het koppelen een bak geven. Deze laatste liefhebbers hebben in de winter zowel de doffers als duivinnen op schapjes. Ik zou in dat geval sowieso rekening houden met de plaats van de bak die de doffers vorig jaar hadden. En zorg ook dat de doffers eerst een eigen bak hebben en goed bakvast zijn voordat je ze koppelt. Als zowel de doffers als duivin moeten wennen aan een nieuwe bak liggen er grote problemen op de loer. Liefhebbers met voldoende tijd kunnen er ook voor kiezen om de duiven voor te koppelen, d.w.z. een week voor de echte koppeldatum de beoogde koppels een dagje bij elkaar zetten. Maar zelfs als alle doffers ruim voor het koppelen een eigen bak hebben is dat geen garantie dat er geen vechtpartijen ontstaan. Sommige doffers zijn namelijk zeer dominant en geven elk jaar problemen. Zo ook een  doffer van een sportvriend (zie foto). Vorig jaar pakte hij naast zijn eigen bak de onderste van de rij erbij en nu de bak direct onder hem. Met een plankje voor zijn broedhok is het probleem uiteindelijk verholpen. Ook een plankje tussen twee broedhokken zie ik ook vaak bij lastige buren. En als het helemaal niet wil en je wilt ze niet weken om en om opsluiten, kan een elastiekje tussen de poten aan een knijpringetje ook effectief zijn. Vechten wordt dan een stuk moeilijker omdat de duif zich dan niet goed schrap kan zetten. Al zag ik op een filmpje dat mij toegestuurd werd, dat één zo’n lastpost dat snel doorhad en daarom direct in de broedschotel van het broedhok dat hij claimde ging staan, waarin hij zich wel schrap kon zetten.

Mozes en Saar
Van Johan Hamstra kreeg ik de serie toegestuurd over de Mozes en de Saar van Toon Schouteren die beginjaren 80 door Jan de Jongh is opgetekend. Van Herman Strikkers had ik al eens een mooie foto van dit beroemde koppel gekregen. Dit koppel staat aan de basis van het Steenbergse fondras, waarvan Jan Aarden de bekendste is. Maar niet alleen in Steenbergen bouwden diverse liefhebbers een tophok op met nazaten van dit koppel. Ze kwamen ook in Limburg terecht en niet bij de eerste beste. In de oude kweekboeken van Jef van Wanroy uit Broekhuizenvorst, waar ik een kopie van bezit van de beginjaren 60 tot het jaar voor zijn overlijden, is te zien dat het bloed van het Oud Vosje 53-795213, een kleindochter van dit beroemde koppel, door een groot deel van zijn kolonie stroomde. Over de herkomst van dit koppel gaan meerdere verhalen rond zoals de versie in het boek  “Jan Aarden en de geschiedenis van de Nederlandse fondduif”. Een ieder pretendeert de waarheid te spreken en die zal wel ergens in het midden liggen. Maar hoe dan ook is het een interessant verhaal over een zeer belangrijk koppel in de geschiedenis van de Nederlandse fondduif. https://www.de-duivencoach.nl/Het-Lezen-Waard/Grote-Namen-Uit-Het-Verleden/Toon-Schouteren/

Kweek
Zowel bij mijn compagnon René als op de andere hokken waar ik kwekers heb ondergebracht verloopt de kweek op een enkel koppel na vrij vlot. Bijna alle koppels binnen 12 dagen op eieren. Ik hoop dat mijn partners er in slagen om gezamenlijk weer een mooie ploeg voor OLR Zagreb bij elkaar te krijgen. Ik heb er wel vertrouwen in. Onze beste vliegers op de OLR’s van de laatste 3 jaar heb ik terug gekocht en daarnaast heb ik ook nog een paar bewezen vliegers van Simon Kuijpers en een ingeteelde duivin naar de Kleine Meike van Jellema kunnen bemachtigen. In alle bijgehaalde duiven is het oude Beerda bloed goed vertegenwoordigd en met deze aanwinsten hoop ik de Beerda’s een kwaliteitsinjectie te geven. Als de kweek goed slaagt sturen we waarschijnlijk ook nog een ploeg naar een andere OLR.

Roofvogels
De duiven in Vlagtwedde blijven nog een flink aantal weken vast zitten vanwege het roofvogelgevaar. Vooral in deze tijd beginnen de roofvogels zich weer goed te roeren. Ik heb al weer diverse berichten ontvangen van mensen die de afgelopen weken al weer meerdere slachtoffers te betreuren hadden. Hier waren ook liefhebbers bij die ze de hele winter los hadden gehad. Wij wagen onze duiven daar niet aan. Liever later starten dan onze favorieten al voor de vluchten dood of zwaar gehavend. Vorig jaar vlogen onze duiven tijdens de Vitesse vluchten ook niet los en werden ze alleen 1 x doordeweeks gelapt en zaterdags op de vlucht gespeeld. Dat heeft ze op de dagfond niet gehinderd.

23 januari 2024
Het vorige logboek was binnen twee dagen al 17.000 x gelezen. De foto met Jelle Jellema op zijn kijkdag was daar natuurlijk debet aan. Dat bleek ook uit de vele reacties. Vragen om advies over de aangeboden duiven kwamen behalve uit Nederland ook uit Frankrijk, Duitsland, Marokko en zelfs uit Iran. Inmiddels is de veiling begonnen en zoals te verwachten gaan de bedragen die tot nu toe geboden zijn nu al ver uit boven de financiële draagkracht van de meeste liefhebbers die mij hierover benaderd hebben. En deze bedragen zullen op het eind van de veiling naar mijn verwachting nog flink stijgen.

Duiven TV / Allergie voor duivenstof
Een paar weken geleden  ontving ik een mailtje over Duiven TV, een nieuw platform over postduiven en duivensport. Het is een initiatief van Leo Snel, de eigenaar van Duiven.net en Delta Film. Zij willen reportages, actuele onderwerpen uit de duivenwereld en lossingsberichten gaan aanbieden. Iedereen kan zich gratis inschrijven. Afgelopen week heb ik dat gedaan en was benieuwd naar wat er aangeboden werd. In de eerste aflevering werden twee onderwerpen besproken in een z.g. talkshow met als gasten dierenarts Stefan Göbel, marathonspeler Corné van Oeveren en de bekende Utrechtse liefhebber Gilbert van den Berg. De onderwerpen die Leo met hen besprak waren de vogelgriep en de invloed van duivenstof op de gezondheid van de duivenliefhebber. Het gesprek over duivenstof had vooral mijn interesse omdat ik zelf na de recente longontsteking heb bemerkt dat ik na in contact met duiven te zijn geweest een pijnlijk gevoel op de borst heb. Eerder heb ik daar nooit last van gehad. Het was een eyeopener om te horen dat de allergie voor duivenstof bij Gilbert is ontstaan nadat hij griep, gevolgd door een longontsteking kreeg en daarmee doorgewerkt had zolang het kon. Gilbert was destijds een duivenhok aan het bouwen, dus kwam hij veel in contact met duivenstof. Ik zie hierin een grote overeenkomst met mijn eigen situatie waarbij ik met een stevige verkoudheid toch op pad ging om duiven te keuren. De komende tijd zal duidelijk worden in hoeverre ik een allergie tegen duivenstof heb ontwikkeld.

Vererving
Ik krijg regelmatig vragen over genetische kwesties. Nu ben ik absoluut geen expert in deze materie en raadpleeg dan meestal de literatuur als “De kunst van het kweken” van Prof Anker en Steven van Breemen, “Genetica bij duiven” van Hein van Grouw en Jan de Jong, “Erfelijke kwaliteiten bij postduiven” van Victor Vansalen en de boeken van Antoon Malfait. Recent kreeg ik van Steven van Breemen zijn volledig vernieuwde digitale uitgave van “De kunst van het kweken”, wat het zoeken een stuk gemakkelijker maakt. Kom ik er desondanks niet uit kan ik bij Steven altijd terecht met specifieke vragen.

Zo stelde een kritische lezer van mijn logboeken de vraag hoe groot de kans is dat een jonge duif zich ontwikkeld tot een goede vlieger, wiens ouders en grootouders geen van allen bevlogen zijn, dus direct op de kweek zijn gezet, maar bij de overgrootouders 3 x dezelfde topduif in de afstamming zit, met nog 1 of 2 goede overgrootouders. Ik snap waarom deze man dit vraagt omdat dergelijke duiven heel veel op internet worden aangeboden en er niet zelden flinke bedragen voor worden betaald. Persoonlijk zou ik voor dergelijke duiven maar zeer weinig geld over hebben en moeten ze sowieso flink getest worden op de vluchten voordat er uit gekweekt zal worden. Op de vraag hoeveel invloed de genen van de overgrootouders nog hebben op deze duif is volgens mij geen duidelijk antwoord te geven, omdat dit van heel veel factoren afhangt. Maar duidelijk mag zijn dat des te meer bewezen topduiven in de afstamming zitten, de kans dat het een topper wordt vergroot. Kweken uit duiven die zelf nooit in de mand hebben gezeten kan uiteraard zeer goede duiven opleveren, maar uit deze duiven ook weer te kweken zonder ze testen, zal de kans op een topper verkleinen. Er zijn immers maar zeer weinig duiven die alleen maar goede jongen op de wereld zetten. Ik heb de vraag aan Steven voorgelegd en hij geeft aan dat de kans dat de duif met een dergelijke afstamming een topper wordt, minimaal is.

Vererving 2 – een geeloger uit twee witogers
Een andere vraag m.b.t. een genetische kwestie is die ten aanzien van de mogelijkheid om uit twee witogers een geeloger te kweken. In het boek “De kunst van het kweken” wordt aangegeven dat dit niet mogelijk is omdat de oogkleur geel dominant is aan wit. Letterlijk staat hier; “Omdat de recessieve eigenschappen fok zuiver zijn, kunnen uit […..] twee duiven met witte ogen, nooit meer […. ]duiven met gele ogen worden geboren.” Toch blijkt dit heel zelden toch te gebeuren. Als men mij hier op attendeerde gaf ik altijd aan dat de duivin dan een slippertje moest hebben gemaakt. Totdat ik ineens voorbeelden te zien kreeg van een geeloger uit twee witogers waarbij uit DNA onderzoek bleek dat deze witogers wel degelijk de ouders waren. Het lijkt er op dat hier sprake is van voortschrijdend inzicht. Bij mensen is er ook lange tijd van uitgegaan dat twee mensen met blauwe ogen alleen kinderen konden krijgen met blauwe ogen. Inmiddels is via wetenschappelijk onderzoek gebleken dat dit niet juist is, omdat de oogkleur bepaald wordt door meerdere genen en niet, zoals men lange tijd dacht, alleen door de genen die een rol hebben bij het maken van de kleurstof melanine. Dit zal bij duiven dan waarschijnlijk niet anders zijn. Ook deze kwestie heb ik aan Steven voorgelegd die aangeeft dat één van beide ouders niet dominant zal zijn voor de oogkleur wit, dus dat het oog dan niet geheel zuiver wit is.

Toevoegingen aan badwater
Op mijn column in het Spoor over water kreeg ik diverse reacties waaronder van André van de Wiel die ten aanzien van toevoegingen aan het badwater aangeeft, dat hij zeer goede ervaringen heeft met het toevoegen van dunne bleek. Dit heeft een positief effect op de pluim volgens André die dit in de jaren zeventig geleerd heeft van een destijds grote nationale en internationale kampioen met tentoonstellingspostduiven. Diens duiven voelden altijd zijdezacht aan en ook bij André zijn bezoekers vaak verbaasd over de zachte pluimen van zijn duiven. André adviseert om 25 ml dunne bleek aan 10 liter water toe te voegen. Hij heeft nooit iets bemerkt van negatieve gevolgen als de duiven er iets van zouden drinken, wat waarschijnlijk ook niet gebeuren zal.

Borstspieren – statische elektriciteit?
De lengte van de borstspieren en het volume ervan speelt voor mij bij het beoordelen van de kwaliteit van postduiven een zeer belangrijke rol. De lengte en de elasticiteit van de borstspieren bepalen de afstandsgeschiktheid van een duif. In de rode spiervezels worden de vetzuren opgeslagen die als brandstof dienen. De borstspieren vergelijk ik daarom met een brandstoftank. Wil je deze spieren (dus de grootte van de tank) goed kunnen beoordelen zal je jezelf daarin moeten trainen. Door van duizenden duiven de lengte en de elasticiteit van de borstspieren met elkaar te vergelijken heb ik dat gevoel steeds verder ontwikkeld. Je moet dan wel in de gelegenheid zijn om absolute topduiven in handen te krijgen. In mijn jonge jaren greep ik daarvoor elke gelegenheid aan. Door tijdens het inkorven de duiven aan te geven bij de ringentang heb ik veel geleerd, daarnaast door veel zaalverkopingen te bezoeken en hokbezoeken af te leggen als verslaggever van de Vredesduif, waardoor ik veel vluchtoverwinnaars en duifkampioenen in handen kreeg. Het boekje “Word keurder op eigen hok” van Raymond van Steenberghe was daarbij mij leidraad.

Tijdens een tafelkeuring in de vereniging van Hoogeveen kwam ik een jonge doffer tegen waarbij de borstspieren een soort van elektriciteit afgaven aan mijn vingertoppen. Het gevoel is te vergelijken met het gevoel van statische elektriciteit wat je soms kan krijgen bij het aanraken van kleding e.d. Ik kom dat heel zelden tegen, maar tot nu toe waren al deze duiven uitzonderlijk goede vliegers. Mijn vingertoppen blijven dan vaak nog lange tijd nagloeien. Ik had dat bij een foto van de tafelkeuring op Facebook opgemerkt en kreeg daarop verschillende reacties. Als iemand een verklaring voor dit fenomeen heeft hoor ik dat graag.

3 januari 2024

De laatste weken van december ben ik vooral druk met keuren geweest en natuurlijk waren er ook de feestdagen waarop aan de duivenactiviteiten wat minder tijd werd besteed. Toch kon ik nog wel voldoende tijd vinden om onder andere een nieuwe column voor het Spoor te schrijven. Deze column handelt over water. Over voer schrijven was wel wat gemakkelijker. In de wereld van water duiken was een hele ontdekkingstocht. Maar het is beslist belangrijke materie waar de gemiddelde duivenliefhebber mijn inziens te weinig van weet. Willem Mulder met wie ik hierover correspondeerde heeft recent ook zijn column met de titel “Vitaal Water” geactualiseerd. Deze column heb ik op mijn website gepubliceerd en wordt veel gelezen. Op mijn website heb ik nu de eerste 4 columns die ik voor het Spoor heb geschreven geplaatst. Ook deze worden geregeld gelezen. Wat ook heel veel gelezen werd de afgelopen dagen is mijn column over Ben Koster, convoyeur van afdeling 9. Ook hele leuke reacties ontvangen hierop!

80 jaar geleden
Bijna dagelijks duik ik even in de boekenkast om iets na te zoeken. Zo kwam ik vorige week het boekje “De Beginneling” tegen, dat net de oorlog uitkwam en geschreven is door de destijds zeer bekende duivenkeurder Frans Kreydt. Deze was in eerste instantie een aantal jaren hokverzorger bij de gebroeders Descheemaecker, de oprichters van het bedrijf Natural. Aan het eind van de oorlog raakte hij bijna al zijn bezit kwijt door een bominslag. Hij besloot toen voor zichzelf te beginnen als keurder en koppelaar van duiven. In die tijd waren er veel meer duivenliefhebbers dan nu en ook veel meer onkunde, dus hij kon daar de kost wel mee verdienen. Frans schrok zo van de kwaliteit van de meerderheid van de duiven die hij die eerste winter aantrof en de onkunde van de gemiddelde liefhebber, dat hij besloot om een handboek voor de beginner te schrijven. Dit handboekje van inmiddels bijna 80 jaar oud, is op veel punten nog zeer actueel. Ook toen waren er grote kaptaalkrachtige hokken die hun jongen voor in die tijd veel geld verkochten. Hier citeer ik Frans even als voorbeeld; “Toch is de grote meerderheid der kleine melkers verblind in de klinkende namen en zijn zij bereid om zelfs voor het uitschot van die liefhebbers veel geld te betalen.” Dat is dus niet alleen van deze tijd. Ook toen had men in de winter veel overlast van de roofvogel. Frans; “Jaarlijks zijn er liefhebbers die klagen dat hun goede duiven aan huis verloren gaan. Het is hun eigen schuld door de duiven in januari los te laten vliegen. De roofvogel doet er zijn best aan. Anderen worden uiteen gejaagd en vliegen van schrik ver van huis en komen in sneeuwbuien of ander slecht weer terecht.” Dit was dus in 1945. Heel boeiend ook om te lezen dat de liefhebbers in die tijd ook met problemen te maken kregen die wij niet of nauwelijks meer kennen, zoals ondergesneeuwde hokken, doodgevroren jongen in de nesten, te harde eierschalen door slechte kwaliteit grit, enz.

Compensatiekweek
De meeste vragen die ik de afgelopen weken kreeg gingen over kweken. Naast vragen over het tijdstip van koppelen, eieren overleggen, bijlichten en de invloed op de rui, werd er ook regelmatig gevraagd hoe ik denk over compensatiekweek. En dat betrof dan duiven met uiterlijke fouten. De reden is vaak dat dit duur aangeschafte duiven zijn met klinkende stambomen. Ondanks dat ze zeer zwak van bouw zijn bijvoorbeeld, wil men er dan toch jongen van door er een partner op te zetten die wel goed van bouw is. Of een zeer grote lompe duif zetten op een kleintje. Ik raad dit altijd af. Het is al moeilijk genoeg om uit twee perfecte duiven een topper te kweken. Dus hoeveel zo’n duif ook gekost heeft met een kaal oog, grote pupil, harde niet soepele spieren, een zwak karkas, enz. Kweek er niet uit! Het is verloren tijd! De duiven die ik tegenkom met dergelijke fouten zijn bijna altijd voor de kweek aangekochte duiven die niet door de mand zijn getest. Als je alleen kweekt uit je beste duiven hoef je niets te compenseren, want deze duiven hebben vrijwel nooit grote fouten.

Kijkdag Jelle Jellema
Aan het bovenstaande moest ik denken toen ik afgelopen zaterdag de kijkdag voor de veiling van de duiven van Jelle Jellema bezocht. Al zijn topvliegers en kwekers waren te bezichtigen en de beste heb ik vrijwel allemaal in handen gehad. Alle duiven die topprestaties geleverd hadden waren complete duiven zonder fouten en geweldig gespierd. Duidelijk is dat de selectie al generaties lang zeer streng is, waardoor fouten al lang door de mand zijn uitgeselecteerd. Ik was zeer onder de indruk van de kwaliteit van deze duiven. De Jellema duiven zijn mij natuurlijk bekend en vooral de oude lijnen met veel Beerda bloed. Maar de in mijn ogen absolute topduiven die ik hier zag, kom ik zeer zelden in deze aantallen bij één liefhebber tegen. Mijn favoriet was Kleine Meike en die heeft het ook wel bewezen met zelf een 4e, 4e, 6e en 9e NPO te hebben gevlogen en ook moeder en grootmoeder is van duiven met meerdere kopprijzen. Tijdens mijn keuringen de afgelopen 15 jaar volgens mijn methodiek, heb ik slechts een paar keer een 9,5 kunnen geven, maar deze duivin overtreft ze allemaal en krijgt van mij een 9,5 * dus ze zit zeer dicht tegen een 10 aan. Alles is perfect aan deze duif en dan is ze daarnaast ook nog een supervlieger en zeer goede kweekster.