De-Duivencoach.nl
Nico van Veen

Columns 2024

1 april 2024
Reinier Antonissen – Raalte / Saamhorigheid.5

De moderne samenleving wordt gekenmerkt door een sterke focus op het individu en zijn of haar eigen behoeften en verlangens. Het lijkt soms alsof veel mensen vergeten dat we deel uitmaken van een groter geheel. Het onderwerp saamhorigheid is daarom misschien wel actueler dan ooit tevoren. Saamhorigheid is het gevoel van verbondenheid en solidariteit met anderen. Het gaat om het besef dat we samen sterker staan dan alleen. Het is de bereidheid om elkaar te helpen, te steunen en te respecteren. In de vorige columns over dit onderwerp, werd door de liefhebbers die ik in deze columns aan het woord liet aangegeven, dat de saamhorigheid binnen de duivensport helaas op veel plaatsen te wensen overlaat. De hoofdpersoon van deze column probeert op zijn eigen bescheiden manier een beetje saamhorigheid in de duivensport terug te brengen, vandaar dat ik hem onlangs een bezoekje bracht. Het betreft de 59 jarige Reinier Antonissen uit Raalte.

Reinier is met postduiven opgegroeid en er zijn ook altijd al postduiven in zijn leven geweest. Zijn vader Jan was in de jaren zeventig en tachtig zeer succesvol en genoot ook landelijk grote bekendheid. Ruim 20 jaar werden er grote overwinningen behaald op het ouderlijk adres in Raalte waar Reinier nu nog steeds, samen met zijn broer woont. Vader Jan is kort na de tweede wereldoorlog gestart met postduiven en de eerste grote successen kwamen in de jaren zestig met voornamelijk Tourniers die rechtstreeks bij de grootmeester in Lommel werden gehaald. Later kwamen daar andere duiven bij, onder andere van Eijerkamp. Een zeer bekende duif uit de jaren zeventig was de 71-369242 die de “Schrik van Salland” werd genoemd. Nadat deze doffer in 1973 de beste midfondduif van Nederland (WHZB) was geworden, werd hij in 1974 de 3e beste midfondduif WHZB en in 1975 de 2e beste midfondduif van Nederland. Je zal maar zo’n klasbak bezitten. De bekers, tegeltjes en foto’s uit deze periode worden door Reinier nog altijd zorgvuldig bewaard. Zelfs de oude kweekboeken zijn er nog.

In 1977 is Reinier zelf ook met duiven begonnen. Eerst in combinatie met zijn vader, maar later had hij ook zijn eigen duiven. Toen zijn vader in de jaren 80 een hersenbloeding kreeg kwam de verzorging van de duiven steeds meer bij Reinier en zijn moeder te liggen. De successen werden toen geleidelijk aan wel wat minder. Maar ook in de jaren 90 werden door Reinier en zijn moeder regelmatig mooie uitslagen behaald, zoals de 4e Superstart snelheid bij de Gouden duif en twee maal een zeer vroege duif op nationaal München. Na het overlijden van zijn moeder werd de animo om te blijven spelen met de duiven geleidelijk aan steeds minder. Het oude soort van zijn vader werd steeds meer vervangen door andere duiven, maar dat kwam de prestaties niet ten goede. De afgelopen 15 jaar heeft Reinier nog nauwelijks meegedaan met de wedvluchten. En gekweekt heeft hij de afgelopen twee jaar ook niet meer. Hij overweegt om dit jaar met de navluchten weer mee te doen, nadat hij zijn duiven van de zomer dan zelf veelvuldig af heeft gericht.

Reinier is jarenlang actief in de vereniging geweest. Tot twee jaar geleden was hij nog penningmeester van de club. Ook was hij jarenlang ringenadministrateur van de club en heeft hij ook nog een jaar of zes in het kringbestuur gezeten. Het sociale contact binnen de duivensport zou hij niet graag missen. Hij is ook zeer actief op Facebook waar hij een duivengroep heeft met de naam “Duivenclub pv De Blije Duivenvrienden en innen”. De groep heeft 1500 leden. Reinier hoopt dat de leden van deze groep er leuke en interessante dingen op plaatsen waar de liefhebbers blij van worden. Een nobel streven! Een mooi gebaar van Reinier is dat hij elke keer wanneer er 500 nieuwe leden bij zijn gekomen een nieuwe spoetnik verloot. Inmiddels heeft hij dus al 3 spoetniks weggegeven. De laatste keer is hij deze zelf samen met zijn broer helemaal in Zeeland wezen brengen.

Ondanks dat Reinier niet actief meevliegt bezorgen de duiven hem veel levensvreugde. Hij kan zich geen leven zonder duiven voorstellen. Zo lang hij leeft zullen er duiven zijn zegt hij, tenzij hij ze niet meer verzorgen kan. Hij blijft ook lid van zijn vereniging al zou hij besluiten helemaal met het vliegen te stoppen. Hij is lid van de Postduif in Raalte. Deze club heeft nog 17 leden waarvan er 15 nog met de duiven spelen. Reinier merkt hier wel bij op dat de helft van de leden boven de 80 is. Het oudste lid is de 89 jarige Henk Voskes, die nog altijd zijn partijtje meeblaast.

Zoals gezegd probeert Reinier met zijn facebookgroep iets te doen aan het verbeteren van de saamhorigheid in de duivensport. Vanuit die groep probeert hij gezamenlijke activiteiten te organiseren. Een busreis naar Lier lukte helaas niet omdat er te weinig animo was. Hij heeft nu plannen om een barbecue in het najaar te organiseren. Hopelijk lukt dit hem wel. Ik wens hem daarbij veel succes!

1 maart 2023
Dik Brandsma – Vollenhove / Een herstart maken.10 (slot)

De afgelopen 15 jaar hebben een honderdtal herstarters mijn pad gekruist. Negen van hen zijn aan het woord geweest in een column over dit onderwerp. Van deze 9 zijn er nog 8 actief, waarvan er drie redelijk tot zeer succesvol zijn. Dat is dus positief nieuws. Inmiddels ben ik toegekomen aan de laatste, afsluitende column over een herstarter. Zoals gebruikelijk neem ik met de hoofdpersoon van deze column de meest in het oog springende zaken door die in de voorgaande columns aan bod zijn gekomen. De hoofdpersoon voor deze afsluitende column is de 66 jarige Dik Brandsma uit Vollenhove. Hij heeft van zijn 14e tot en met zijn 20e jaar met postduiven gevlogen en is sinds het najaar 2023 weer begonnen. Dick is dus ruim 45 jaar zonder duiven geweest.

Bert Bloemert die ik in de 3e column over dit onderwerp aan het woord liet, gaf destijds aan dat hij met zijn jonge gezin en drukke werkzaamheden regelmatig in de knel met zijn tijd kwam, omdat hij soms op twee plaatsen tegelijk moest zijn. Dik geeft aan dat hij dit heel goed herkent en hem herinnert aan de periode waarin hij zelf besloot om met de duivensport te stoppen. Dik; ”Ik ben destijds gestopt omdat de duivensport voor mij niet meer te combineren was met mijn baan. Mijn vrouw had niets met duiven en zou dan ook niet bijspringen in de verzorging van de duiven, als ik vanwege mijn werk daar niet aan toe kon komen. Inmiddels ben ik met pensioen en heb nu alle tijd voor de duiven. Ik ben ook van mening dat je in deze hobby/sport er vol voor moet gaan en kun je dat niet, kun je beter een andere hobby kiezen.”

Duiven zijn bij Dik nooit echt helemaal uit beeld geweest. Zijn beide broers hebben duiven en Dik heeft altijd in zijn achterhoofd gehad dat hij ooit nog weer eens met de postduivensport zou beginnen als de gelegenheid daar voor zou zijn. Hoewel hij in zijn jeugdjaren niet in kampioensstijl vloog, zijn er toch herinneringen aan sommige mooie uitslagen als die van een jonge duivenvlucht vanuit Orleans. En het zien thuiskomen van de duiven van de vlucht, vooral na lang wachten, was voor Dik altijd genieten. Hij hoopt dat dit jaar weer te gaan mee maken en kijkt er nu al naar uit terwijl hij nog geen duif heeft losvliegen. Dik stelt zijn doelen vooralsnog niet zo hoog. “Eerst maar eens genieten van de verzorging van de duiven en wanneer we eenmaal aan het vliegen zijn gaan we pas over presteren nadenken. Natuurlijk hoop ik na verloop van tijd ook wel leuke resultaten te behalen. En dan zal ik gaandeweg de lat proberen wat hoger te leggen. Je moet wel altijd een uitdaging zoeken, dat houdt je scherp.”

John van de Wildenberg, de herstarter uit de eerste column, constateerde dat er de afgelopen jaren in de duivensport veel veranderd is. Dit werd beaamd door Leon Eerenstein in column 8. Beiden gaven eveneens aan dat de duivensport best complex is en op vele vragen vaak verschillende antwoorden worden gegeven. Tot diezelfde conclusie is Dik ook gekomen; “Er is veel meer specialisatie tegenwoordig met eigen spelmethodes, voedingssystemen, trainingen, enz. Vroeger speelde je gewoon alles en vaak ook met dezelfde duiven. Dat die tijd voorbij is en specialisatie bijna noodzakelijk is om mee te kunnen doen is me inmiddels wel duidelijk. Ik ga me toeleggen op de marathons en neem rustig de tijd om dat spelletje onder de knie te krijgen. Ik ben er inmiddels wel achter dat de verschillen in de verzorging v.w.b. training en voeding soms erg groot zijn. Zelfs tussen liefhebbers die voor dezelfde discipline hebben gekozen. De komende periode zal ik in de contacten met andere liefhebbers dan ook goed luisteren en observeren, om dan uiteindelijk zelf een plan te smeden en mijn eigen weg te gaan.”

Verschillende liefhebbers waaronder Jan Gosen uit column 9 en mensen die op de  column met Jan reageerden, gaven aan dat de duivensport voor de werkende mens feitelijk eigenlijk wat teveel tijd vraagt. Dik realiseert zich dat beslist en dat is voor hem ook de reden geweest om te wachten met zijn herstart tot zijn pensioen. Dik; “Nu ik met pensioen ben, kan ik mij volledig op de duivensport richten en al mijn tijd en energie aan deze passie wijden. Ik realiseer me dat ik nog veel moet leren en uitzoeken en dat kost natuurlijk ook tijd. Maar gelukkig kan ik voor hulp ook altijd bij mijn broers aankloppen en daarnaast heb ik de-duivencoach.nl ingeschakeld om me voor de grootste fouten te behoeden.”

In steeds meer woonwijken wordt het moeilijk om met duiven te starten. En als het wel is toegestaan kunnen buren het de liefhebber soms erg moeilijk maken. Tom Engelmoer uit column 4 woont in een buurt waar nogal wat mensen wonen die een hekel aan duiven hebben en heeft verschillende aanvaringen met zijn buren gehad. Omdat Dik ook midden in een woonwijk woont vroeg ik hem naar zijn ervaringen. Dik; “Voordat het duivenhok werd geplaatst ben ik naar de buren gegaan om hen te informeren. En toen het hok er stond heb ik de buurman ook meegenomen het hok in, om hem een beetje erbij te betrekken. Maar het is nog even afwachten hoe ze gaan reageren als er eenmaal duiven losvliegen.”

Een punt wat door drie herstarters werd genoemd, namelijk door Tom Engelmoer (4), Jan de Jonge (6) en Alex Vister (7) is dat zij het erg frustrerend vinden om op te boksen tegen de commerciële liefhebbers die een groot aantal duiven inkorven en veel meer tijd en geld aan hun duiven kunnen besteden dan zij. Een reactie die ik destijds op de mail kreeg, was dat deze liefhebbers moesten leren om hun verlies te accepteren en genoegen moesten nemen met het sociaal contact in de vereniging en de verzorging en het thuis zien komen van hun duiven. En ook nog andere reacties in de trant van “Je kunt niet verder springen dan je stok lang is”. Ik vroeg Dik hoe hij hier tegen aankijkt. Dik; “Je moet inderdaad wel realistisch zijn en beseffen dat het soms een ongelijke strijd is. Het leven zit immers vol ongelijkheid. Maar mij zou het wel extra motiveren om nog beter mijn best te doen om die grote hokken af en toe voor te zitten. Maar op de marathons is de overmacht van grote hokken volgens mij wel veel minder dan op andere disciplines.”

Jan Gosen (9) benoemde dat de duivensport hem na een burn-out weer structuur in zijn leven bracht. Dik geeft desgevraagd aan dat het verzorgen van de duiven hem ook veel ontspanning geeft. Hij probeert ook een band met zijn duiven op te bouwen en geniet ervan als er een duif op zijn schouder gaat zitten. Dik; “Het gaat over passie en gevoel voor duiven. Dat heb je of heb je niet. Het moet als het ware ook een beetje in je bloed zitten. Dat is bij mij wel het geval. Natuurlijk zijn er liefhebbers die dit in een nog grotere mate dan ik hebben. Dat zijn de mensen met het zogenoemde fingerspitzengefühl. Dat zij ook meer uit hun duiven zullen weten te halen dan ik vind ik logisch en geen enkel probleem. Ik zal wel zien of mijn wensen uit zullen komen. Meer doen dan mijn best kan ik niet. Ooit een mooie uitslag draaien op Barcelona is een droom en ik ga mijn best doen om die te verwezenlijken.”

Tot slot geeft Dik aan dat hij het eens is met Jan van Keulen uit column 5, waarin deze aangeeft dat je om te slagen in de duivensport, sterk in je schoenen moet staan en hoe meer levenservaring je mee brengt, des te groter de kansen zijn dat je slaagt om aan de top te raken. Dik; “Ik denk dat het vooral ook belangrijk is om goed met tegenslagen om te kunnen omgaan en niet bij de pakken neer te gaan zitten als het niet gaat zoals je had gehoopt. Want wat ik inmiddels wel weet, dat net als in het gewone leven, ook in de duivensport dingen vaak heel anders gaan als dat je had verwacht.”

1 februari 2024
Mark Gils – Beilen / Duivensportwinkels 2

Het is alweer 9 jaar geleden dat ik een column schreef over het onderwerp duivensportzaken/winkels. Dit was destijds met Peter Lasterie, die zijn zaak inmiddels heeft overgedaan aan zijn dochter en schoonzoon. Ik schreef destijds dat ik me er over verbaasde dat er nog verschillende van dit soort zaken zijn, gezien de dalende populariteit van de duivensport. Inmiddels is het aantal duivensportliefhebbers weer verder gedaald en zijn er inderdaad wel een aantal van dit soort winkels die hun deuren gesloten hebben. Mark Gils, de 44 jarige hoofdpersoon van deze column ziet er echter nog steeds brood in, hoewel hij er wel andere zaken naast doet, zoals de jaarlijkse vuurwerkhandel.

Piet Gils, de vader van Mark, vloog in de beginjaren 90 sterk op de marathons. De laatste jaren tobde hij met zijn gezondheid en ging het allemaal wat minder. Toen hij een goed bod voor zijn duiven kon krijgen heeft hij zijn beste duiven verkocht. Hij heeft nog even met Rick Appelmelk samen gedaan die destijds stage liep in de winkel. Na het overlijden van Piet heeft Rick de duiven gekregen. Mark had zelf in die tijd nog niet veel interesse in de duiven, maar inmiddels zitten er weer een paar duiven van zijn vader bij Mark, want hij is drie jaar geleden zelf ook met duiven begonnen. In eerste instantie was dat samen met Rolf Bosker. Maar vanaf 2024 gaat Mark zelfstandig en onder eigen naam vliegen. Hij wil zich op de dagfond en overnacht gaan toeleggen. Vooralsnog doet hij ook de programmavluchten mee en als daar dan ook nog succes op wordt behaald, zoals vorig jaar met de 5e van de gehele afdeling 10 tegen ruim 14.000 duiven met de jonge duivenvlucht vanuit Gennep, is dat een welkome verrassing.

In de zaak

In het nieuwe hok

Mark werkte vanaf zijn 16e al in de dierenspeciaalzaak van zijn vader en heeft de zaak destijds van zijn vader overgenomen toen deze ziek werd. De duivenhokken heeft hij boven de winkel. Omdat hij de hele dag in de zaak is, is de duivensport goed te combineren met zijn werk. Daarnaast heeft Mark hulp in zijn winkel van Ronald van Dijk die hem eveneens met de duiven helpt. Ook Stein van Dijk, de zoon van Ronald, is geregeld in de winkel te vinden. Afgelopen jaar is Stein op zijn eigen adres ook met duiven begonnen. Hij heeft een 20 tal jongen van Mark op de jonge duivenvluchten gespeeld. De jongen die daarvan zijn overgebleven, heeft Mark inmiddels weer terug op zijn eigen hok over gewend. Het is de bedoeling dat Stein ook dit jaar weer een ploeg jongen van Mark gaat spelen.

De klantenkring van de winkel bestaat voor het grootste percentage uit duivenmelkers. Dat betekent dat duivenvoer en bijproducten voor duiven de meest verkochte producten zijn. Een bijproduct waar bijvoorbeeld vaak naar gevraagd wordt is de Multimix emmer van de Patagoon. Daarnaast verkoopt Mark vele soorten honden-, katten-, paarden-, schapen-, kippen-, varkens- en vogelvoer. Zelfs voor voer voor Alpaca’s kun je bij Mark terecht. Zijn klanten  komen voornamelijk uit Drenthe, maar ook liefhebbers uit de provincie Groningen weten de weg naar Beilen te vinden. De winkel heeft een tijd lang als een soort ontmoetingspunt gefungeerd voor duivenliefhebbers uit de wijde omgeving. Dat is op een gegeven moment wat minder geworden, maar de laatste tijd komt dat wel weer wat terug. Elke maand komt een dierenarts in de winkel en kunnen de duivenliefhebbers uit de omgeving hun duiven laten inenten en mestonderzoek laten doen. Dat trekt ook wat duivenliefhebbers naar de zaak.

Een dierenspeciaalzaak is tegenwoordig weinig rendabel zegt Mark. De winstmarge op een zak duivenvoer schommelt tussen de één en twee euro, dus er moet heel wat duivenvoer verkocht worden om de zaak draaiende te houden. Op hondenvoer bijvoorbeeld zit een veel grotere winstmarge maar daar wordt veel minder van verkocht. Een nevenactiviteit is het bouwen van spoetnikken en rennen, maar nadat Mark enige tijd geleden een hartaanval heeft gehad, heeft hij niet veel energie meer voor dergelijke activiteiten. Mark; “Ik zou de winkel wel willen uitbreiden en mijn website nieuw leven willen inblazen, met mogelijk op termijn ook internetverkoop. Dan moet ik echter wel weer helemaal de oude worden qua energie. Aan de duivensport iets verdienen wordt steeds moeilijker, dus nevenactiviteiten zoals de verkoop van vuurwerk in de winter wordt wel steeds belangrijker. In het verleden heb ik ook meelwormen gekweekt, maar daar was ik dag en nacht mee bezig en dat zal nu gezien mijn lichamelijke gesteldheid niet meer lukken. Maar dat wil ik ook niet meer.“

1 Januari 2024
Ben Koster - Doetinchem / Postduivenvervoer-3

Op mijn vorige column over postduivenvervoer van september 2020, waarin ik de toenmalige convoyeur van afdeling 8, Egbert Pleijter aan het woord liet, ontving ik veel reacties en vragen. Deze reacties heb ik verwerkt in deze column, waarin de 74 jarige Ben Koster uit Doetinchem zijn verhaal doet, over zijn ervaringen als convoyeur bij afdeling 9.  Ben is op zijn 7e jaar met postduiven met het postduivenvirus besmet door zijn buurman dhr. Polman. Jeugdleden bestonden in die tijd nog niet, dus werd zijn vader lid, die meteen ook een mooi hok van 4 x 2 meter voor zijn zoontje plaatste. Als jeugdlid werden er al mooie successen behaald met de duiven die hij van buurman Polman kreeg. Ben heeft in totaal 50 jaar met duiven gevlogen. Goede en minder goede jaren wisselden elkaar af, zoals dat bij de meeste liefhebbers het geval is. Veel succes is er geweest met duiven van Bertie Camphuis, Wal Zoontjens en Dick Postma. Een zeer mooie herinnering heeft Ben aan een vlucht vanuit Chateauroux waarop hij de 1e in de afdeling speelde met 13 minuten los vooruit. Maar uiteindelijk was de actieve duivensport niet meer te combineren met zijn werkzaamheden als convoyeur. Hij is gestopt nadat een vriend overleed die voor de duiven zorgde als Ben met de vrachtwagen op pad was.

Ben is altijd al geïnteresseerd geweest in het duivenvervoer. Het begon met een keertje uit interesse meegaan op de vrachtwagen. Dat beviel zo goed dat hij is blijven hangen en uiteindelijk convoyeur werd. Inmiddels is hij 25 jaar convoyeur bij afdeling 9. Dat bevalt hem erg goed. Ben; “Het vervoer in onze afdeling is goed geregeld. We hebben een vaste vervoerder die zeer betrokken is bij de duivensport. Chauffeurs en convoyeurs vormen een echte vriendengroep. Ook in de winter zien en spreken we elkaar. Alle convoyeurs hebben iets met duiven en zien het verzorgen van de duiven niet als werk. Maar ook de chauffeurs helpen graag mee met voeren. Door dit soort dingen samen te doen houden we elkaar scherp en voorkomen we fouten. Alles valt en staat met betrokkenheid bij de duiven. Heb je dat niet dan kun je beter niet mee gaan. Jaarlijks evalueren we het vliegseizoen, wat ging er goed, wat ging er fout en wat kan beter?”

Net als de eerste twee hoofdpersonen van deze serie is Ben ook zeer betrokken bij de duiven. Het is een geruststellende gedachte voor de liefhebbers dat zij hun duiven aan mensen als Ben kunnen toevertrouwen. Ze hebben een grote verantwoordelijkheid en dat beseft Ben terdege. “Als ik op pad ben met de duiven realiseer ik me heel goed dat de duiven afhankelijk van ons zijn. Het belang van de duiven staat bij mij en mijn collega’s dan ook altijd voorop. We realiseren ons dat een fout snel gemaakt is en daarom doen we veel samen zoals het voeren. Zo kun je elkaar controleren en er op toezien dat er bijvoorbeeld geen mand vergeten wordt. Water is ontzettend belangrijk. We hebben altijd voldoende water mee voor twee dagen. Wanneer de duiven langer in de mand zitten, moet er soms moet naar een tankstation worden gereden om water te tanken. Dat gaat tot nu toe altijd goed. Slechts één keer in al die jaren is het voorgekomen dat we zonder water kwamen te zitten. We hebben toen de brandweer ingeschakeld die met gillende sirenes aan kwam. Dat was een heel spektakel, maar de duiven hadden water!”

Afgelopen zomer las ik vooral op de sociale media veel berichten over het hitteprotocol. Hieruit maakte ik op dat naleving van dit protocol in sommige afdelingen nogal wat voeten in de aarde kan hebben. Ik vroeg Ben naar zijn ervaringen op hete dagen. Ben; “Ik denk dat het soms beter is om een extra wagen te laten rijden. Ook ben ik een voorstander van het water geven op de overlaadplaats bij zeer warm weer. Je ziet aan de duiven wel wanneer ze water nodig hebben. Daarop reageren wij meteen. Veel werk is het niet. Met een half uurtje hebben alle duiven water. Ik ben overigens een groot voorstander van regelgeving die in het belang van het welzijn van de duiven is. De komende jaren zal het vervoer nog verder verbeterd worden. Uit de vele metingen in de wagens zullen waarschijnlijk wel adviezen komen om het klimaat in de wagens nog verder te verbeteren. Ook mede gezien de aandacht van dierenwelzijnsorganisaties voor sporten met dieren is het belangrijk dat we in de duivensport onze zaakjes voor elkaar hebben. Wat meer controle van de NPO op de losplaatsen zou misschien ook niet verkeerd zijn.”

Ben snijdt met zijn opmerking over meer controle op de losplaatsen een punt aan dat ik op de sociale media afgelopen jaar ook veel voorbij heb zien komen. Mensen vragen zich af bij het zien van filmpjes van lossingen waarbij zaken misgaan, hoe dingen kunnen gebeuren als stoeltjes voor de auto’s terwijl de duiven gelost worden, auto’s die exact op het moment dat de deuren van de wagens opengaan voorbij rijden, lossingen nabij obstakels, enz. Ik vroeg Ben hoe hij hier tegenaan kijkt. “Het is erg moeilijk om goede losplaatsen te vinden. En niet alles is te voorkomen. Maar ook voor dit soort dingen geldt, dat wanneer de mensen die verantwoordelijk zijn voor de duiven, echt betrokken zijn bij de duiven, er veel van dit soort incidenten zullen worden voorkomen. Zelf heb ik ook wel dergelijke incidenten meegemaakt. Zo stonden we een keer in de Ardennen op een hele grote parkeerplaats, nabij een sporthal. Op de parkeerplaats stonden een aantal auto’s geparkeerd waarvan te verwachten viel dat de eigenaren deze op een zeker moment zouden ophalen. We hadden de vrachtwagens zo neergezet dat de kans zeer klein was dat er een auto langs zou rijden op het moment dat de duiven gelost werden. En zo hadden we nog een paar voorzorgsmaatregelen genomen. En toch gebeurde het dat precies op het moment van lossing een auto weg reed en de duiven deze auto moesten ontwijken. En een keer in Dax troffen we een zeer kleine losplaats aan waarbij het risico groot was dat er duiven tegen de hekken zouden vliegen. Door zakken aan de hekken te hangen hebben we kunnen voorkomen dat er duiven tegenaan zouden vliegen.  Maar wat je ook doet en hoe goed je je best ook doet, er is altijd kritiek.”

Kritiek op lossingsverantwoordelijken en convoyeurs is een punt dat door Egbert Pleijter in de vorige column ook benoemd is. Hij voorzag dat als het aantal scheldpartijen en bedreigingen zou toenemen er op een gegeven moment niemand meer te vinden zal zijn die zo’n taak op zich wil nemen. Ik vroeg Ben hoe hij hier tegenaan kijkt. Ben; “Er is inderdaad nog wel eens kritiek op de chauffeurs en convoyeurs. Als er een keer wat misgaat dan heb je altijd gedonder en gezeur. Maar topliefhebbers hoor je nooit. Het zijn altijd de liefhebbers bij wie het wat minder gaat die je onheus bejegenen. Als de kritiek onterecht was kon ik daar in de beginjaren best moeite mee hebben. Maar inmiddels ben ik daar aardig immuun voor geworden. Bij ons in de afdeling valt het ook wel mee en het is dan voor ons ook geen enkel probleem om voldoende chauffeurs en convoyeurs te krijgen.”

In de twee eerdere columns werd ook aangegeven dat een gecertificeerde opleiding voor convoyeur wellicht zou kunnen zorgen voor vermindering van het aantal incidenten en een betere verzorging van de duiven onderweg. Volgens Ben zal dit weinig effect hebben. De oplossing volgens Ben is meer mensen met gevoel voor duiven op de wagens. Door de vergoeding te verhogen trek je waarschijnlijk wel de oudere duivenliefhebbers aan, met een niet al te riant pensioen, die dit als een mogelijkheid zien om hun pensioen aan te vullen, waarmee ze de alsmaar duurder wordende duivensport kunnen blijven betalen. Ben; “Ook de afdelingen die nu al blij zijn dat er iemand mee wil op de wagen zullen toch eisen moeten stellen aan de convoyeurs. Wel of geen opleiding behaald maakt volgens mij geen verschil. Zo’n diploma of certificaat kan immers ook behaald worden door iemand die geen gevoel voor duiven heeft.”

Tot slot vroeg ik Ben naar zijn meest mooie ervaring en zijn minst mooie ervaring als convoyeur; “De mooiste ervaring was mijn eerste keer mee op de vrachtwagen. Mijn meest vervelende ervaring heeft te maken met een vlucht uit Albi die afgelast werd vanwege het weer. We waren van dinsdag tot en met dinsdag (dus acht dagen lang) in de weer met de duiven geweest. Hierbij was één nacht met noodweer waarbij we in de onderbroek tijdens onweer en zware regen bezig waren geweest om de manden droog te houden. Dan kom je uitgeput aan bij een vereniging om de duiven terug te brengen en wordt je uitgescholden vanwege een paar manden die we niet helemaal droog hadden kunnen houden. We hadden er echt alles aan gedaan wat binnen ons vermogen lag om de boel droog te houden. Op zo’n moment jezelf beheersen dat valt niet mee!”

Tot zover Ben Koster over zijn ervaringen als convoyeur.