De-Duivencoach.nl
Nico van Veen

Columns in het Spoor der Kampioenen

Onderstaande columns zijn verschenen in het duivensportblad "Spoor der Kampioenen". Ze zijn geschreven als een handleiding voor de beginnende liefhebber en herstarter met weinig ervaring. Onder de titel "Basis Duivensport" neem ik de beginnende liefhebber vanaf het begin aan de hand mee door het doolhof dat duivensport heet. Drie maanden nadat de artikelen in het Spoor zijn geplaatst, zet ik ze ook op mijn website zodat ze voor iedereen toegankelijk zijn en niet alleen voor de abonnees van het Spoor.  

Basis Duivensport

Naar aanleiding van een vraaggesprek met Gerrit Knol de hoofdredacteur van het Spoor der Kampioenen, ontstond het idee om een column voor beginners en herstarters te schrijven in dit blad. Hoewel het er helaas niet veel zijn, komen er gelukkig nog steeds beginners en herstarters bij. Wat ik heel vaak hoor is dat deze categorie het moeilijk vindt om de basisprincipes van de duivensport onder de knie te krijgen. Aan de vragen die ik doorgaans krijg tijdens mijn activiteiten als de-duivencoach.nl constateer ik dat er op allerlei gebied nog veel onkunde is. Zo heb ik op mijn website een aantal jaren geleden het vakjargon van de duivensport beschreven omdat ik van beginners te horen kreeg dat ze struikelden over de “vreemde” terminologie.  Maar een antwoord op de vraag hoe start je nou met de duivensport als je helemaal niets weet, krijgen ze hiermee niet. Gerrit herkent het dat de beginner en herstarter met veel vragen worstelt en zou het daarom fijn vinden als ik in het Spoor de duivensport stap voor stap door zou nemen. Een column met informatie voor beginners en herstarters en voor hen die hun geheugen weer eens willen opfrissen.

Hoe te beginnen - deel 1
Als je eenmaal de beslissing hebt genomen om met de duivensport te starten, wordt dan zo snel mogelijk lid van een vereniging. Doe dat al voordat je een hok hebt en duiven. Het voordeel hiervan is dat je contact legt met je toekomstige clubgenoten. Ga bij een aantal clubgenoten op de koffie en bij hun duiven kijken. Door met hen te spreken over hun ervaringen kun je mede je gedachten vormen om je plannen te ontwikkelen.

Het is mijn inziens namelijk noodzakelijk om voordat je begint met een hok te bouwen en duiven aan te schaffen eerst een plan te maken. Een plan wat bestaat uit de doelen die je wilt bereiken. Zo’n doel kan zijn het streven naar een kampioenschap of alleen maar hobbymatig met de duiven aan de gang te gaan, bijvoorbeeld om een zinvol tijdverdrijf te hebben en nieuwe sociale contacten op te doen. In dit plan neem je op hoeveel duiven je wilt gaan houden, hoe groot het hok mag en kan zijn, bepaal je of je een nieuw hok gaat kopen of zelf bouwen of dat je een tweedehands hok gaat proberen aan te schaffen. Al deze keuzes bepalen mede hoe succesvol je zal zijn.

Schaf een paar tweedehands duivenboeken aan waarin de basis beschreven staat over hoe te starten. De meeste van deze boeken zijn gedateerd maar in boekjes als ABC van de duivenmelker, de moderne duivencoach of het Grote Postduivenboek is veel basisinformatie te vinden. Daarnaast bestaat er een duivenforum genaamd “Het Praathuis”. De liefhebbers die daar lid van zijn, zijn doorgaans allemaal bereid om informatie te delen. In een groot archief op dit forum kun je over vrijwel alle onderwerpen in de duivensport informatie vinden. Schrijf je in bij dit forum, daar zal je geen spijt van krijgen. Ook een abonnement op een duivenblad kan een zinvolle investering zijn. Hierin worden kampioenen en vluchtoverwinnaars over hun spelsystemen ondervraagd.

Hoe je plan er ook uit komt te zien, het belangrijkste is dat het realistisch is. Hier kom je vooral achter door de juiste mensen de juiste vragen te stellen en goed te luisteren naar de antwoorden. Wanneer je op het merendeel van je vragen een antwoord hebt, stel dan pas je plan op. Als dit plan in grote lijnen gereed  is, zoek je vervolgens een mentor, iemand die je de basisbeginselen van de duivensport kan en wil bijbrengen. Met hem of haar neem je dit plan door. Kun je geen mentor vinden in je directe omgeving neem dan gerust contact op met de schrijver van deze column. Er zijn liefhebbers genoeg die een beginner willen helpen, maar het kan soms lastig zijn om zo iemand te vinden. Ik kan je hierbij helpen.

Van diverse beginners en herstarters heb ik in de loop van der jaren gehoord dat ze bij hun zoektocht naar advies  tegen een muur aanliepen. Zij ervoeren de duivensport als een gesloten wereldje, waarbij het ieder voor zich is. Deze nieuwelingen werden gezien als een nieuwe concurrent en werden door niemand in hun club geholpen. Sommigen werden zelfs in de maling genomen, in plaats dat zij een serieus antwoord op hun vragen kregen. Een aantal van deze beginners heb ik via mijn netwerk aan een goede mentor kunnen helpen, maar anderen zijn helaas teleurgesteld weer afgehaakt.

Natuurlijk zijn er zaken waarop je minder invloed hebt maar waaraan je wel je plannen dient aan te passen, zoals woon je in een regio waar de meerderheid van de liefhebbers hobbymatig de duivensport bedrijft of woon je in een regio met diverse profs en semiprofs? Of woon je in een gebied met veel roofvogels?

Samenvattend:
1. Wordt lid van een vereniging
2. Ga vervolgens bij een aantal verschillende liefhebbers langs om je te oriënteren, het bestuur van de vereniging kan je daarbij adviseren en de contacten leggen
3. Stel je zelf doelen en verwerk die in een plan van aanpak. Doelen als maximum aantal duiven, grootte van het hok, investering in financiën, investering in tijd, enz.
4. Zoek een mentor, iemand die je de basisbeginselen van de duivensport kan en wil bijbrengen en met wie je je plan van aanpak kan doornemen
5. Wordt lid van een duivenblad, duivenforum en schaf een aantal boeken aan waarin de basis van de duivensport wordt beschreven

Wordt vervolgd.

Basis Duivensport - 2

Op de eerste column kwamen zoals verwacht heel verschillende reacties. De opmerkingen varieerden van “Fijn dat je dit doet” tot de vraag “Heeft het nog wel zin dat je hier energie insteekt?” en alles daartussen. Het belang van een goede mentor werd door velen herkend. Van meerdere starters kreeg ik te horen dat er voldoende liefhebbers in hun omgeving zijn die met alle goede bedoelingen advies geven, maar dat deze adviezen vaak tegenstrijdig zijn en dat ze daardoor door de bomen het bos niet meer zien. Er zijn meerdere wegen die naar succes leiden, maar meerdere methodes met elkaar combineren zal niet werken. Twee beginners gaven aan dat feitelijk elke vereniging een begeleider/mentor voor starters zou moeten aanstellen. Beiden gaven aan dat ze op veel zaken als ringen bestellen, klokken, inentingen, etc. aan hun lot zijn overgelaten en het hen veel moeite kostte om dit zelf uit te zoeken.

Hoe te beginnen? (2) – Keuze voor een hok
De meeste beginners die mij de afgelopen jaren hebben ingeschakeld waren al actief in de duivensport. Sommigen waren zelfs al enkele jaren bezig. De reden dat ze contact met mij hadden opgenomen was, omdat ze waren vastgelopen en beseften dat ze zonder hulp niet verder zouden komen. Veel teleurstellingen variërend van een mislukte kweek, grote verliezen met de jonge duiven, ziektes, enz. zorgden ervoor dat ze zich regelmatig afvroegen waar ze mee begonnen waren. Niet alles had voorkomen kunnen worden wanneer deze liefhebbers van te voren een plan hadden gemaakt. Echter een zorgvuldiger en goed overwogen start had hen veel teleurstellingen kunnen besparen.

Met het bovenstaande sluit ik aan op wat ik in de vorige column schreef over het opstellen van een goed plan. Een goede voorbereiding is namelijk het halve werk. Hoe hoger je je doelen stelt des te grondiger zal je te werk moeten gaan en ook hoe groter je investeringen zullen zijn. In de fase waarin je plannen vaste vormen krijgen ben je inmiddels lid van een vereniging en heb je al wat bezoeken aan liefhebbers in je club afgelegd. Je hebt een keuze gemaakt voor de afstanden waarvoor je duiven wilt gaan aanschaffen. Dat kunnen duiven zijn voor het korte werk tot maximaal 500 km (vitesse/midfond) of duiven specifiek voor de dagfond 500 – 800 km. Maar het kan ook zijn dat de marathons (800 – 1200 km) je het beste liggen. Voor een beginnende liefhebber is het lastig om die keuze te maken. Maar je kunt je plannen uiteraard later altijd bijstellen. Laat bij de keuze voor een discipline naast je persoonlijke voorkeuren ook de plaats waar je woont mede bepalen. Woon je in het uiterste noorden van het land is een keuze voor de zogeheten ZLU marathons bijvoorbeeld niet zo voor de hand liggend. De laatste loodjes kunnen dan heel zwaar wegen. Sowieso als je een keuze gemaakt hebt voor een bepaalde discipline, neem dan contact op met de liefhebbers in jouw regio die op de desbetreffende disciplines al jaren goed meedoen. Vraag of je eens langs mag komen om met hen je plannen door te nemen en of je hun hok met duiven mag bezichtigen.

Probeer van te voren al wat informatie over de desbetreffende liefhebbers te verkrijgen. Vaak zijn er reportages over hen geschreven of hebben ze een website. Begin niet met teveel duiven. Een 40 tal vliegduiven, jaarlijks een zelfde aantal jongen en 6 tot 8 kweekkoppels is een realistisch aantal en is voor de gemiddelde liefhebber goed te overzien. Maar je zou ervoor kunnen kiezen om het eerst eens met de helft te doen om het “vak” in de vingers te krijgen. Je laat dan het eerste jaar gewoon een afdeling leeg staan. Ook al heb je veel ruimte om hokken te bouwen, je moet je goed realiseren dat het aantal duiven dat je wilt gaan verzorgen, in verhouding moet zijn met de tijd die je daarvoor beschikbaar hebt. Stem je duivensport af op je drukste dagen dan heb je altijd duiven die goed verzorgd worden. Er overkomen je al doende genoeg onvoorziene gebeurtenissen en die kun je dan ook beter opvangen.

Ga op zoek naar een liefhebber die met ongeveer zo’n zelfde aantal speelt als waarmee jij hebt besloten om mee te gaan spelen. Het heeft niet zoveel zin om bij een liefhebber met enkele honderden duiven en al of niet een hokverzorger je licht op te gaan steken, of bij een kleine liefhebber met maximaal 20 oude duiven. Dit omdat de verschillen in tijdsinvestering en de benodigde hokruimte dan te groot zijn. Als de omstandigheden ongeveer gelijk zijn en er is een klik met de desbetreffende liefhebber, vraag hem of haar dan of je op hokbezoek mag komen. Bestudeer het hok of de hokken van de desbetreffende liefhebber en neem alles goed met de desbetreffende liefhebber door. Hoeveel duiven zitten er per m3, hoe groot zijn de diverse afdelingen, hoe groot de broedbakken en hoeveel zijn daar van geplaatst per afdeling? Hoe zit het met de verluchting? Zit er een ren of een spoetnik voor het hok?

Oriënteer je in deze fase in eerste instantie dus alleen op het hok. Hoe groot mag het worden? Hoeveel afdelingen heb je nodig? Beter een wat groter hok met weinig duiven, dan een klein hok met veel duiven. Overbevolking moet absoluut vermeden worden. Een kurkdroog hok met voldoende zuurstof en een goede ventilatie zijn van zeer groot belang. Luxe is niet nodig, dat is alleen mooi voor de baas, maar het hok moet wel doelmatig en efficiënt ingericht zijn. De stand van het hok is ook zeer zeker van belang. Een ligging met het voorfront naar het zuiden of zuidoosten heeft de voorkeur omdat dan het meest van de zon kan worden geprofiteerd. Maar het is geen noodzaak. Als je in jouw tuin alleen een hok kunt zetten met het voorfront naar het westen, is dat niet ideaal, maar met enige aanpassingen kan dat ook een prima hok zijn. Laat je vooral goed informeren door de liefhebber die je hebt uitgezocht en ga vervolgens bij nog een paar liefhebbers met verschillende typen hokken langs. Het is het beste om de hokken te beoordelen in het vliegseizoen en niet tijdens de herfst en de winter. Zoek ook eens op YouTube naar filmpjes over liefhebbers waarbij de hokken goed in beeld komen. Bijvoorbeeld de filmpjes van afdeling 10 en 11 over 2021 en 2022 (Topduif, Afdeling 10 laat het zien, Afdeling 11 draait door). Ook op de website van de duivensportbond staan een aantal filmpjes van de landelijke kampioenen 2022.

Als je eenmaal hebt bepaald wat voor hok je wilt hebben en hoe groot het wordt, sta je vervolgens voor de keuze om een tweedehands hok of nieuw hok te kopen of zelf een hok te bouwen. Wanneer je besluit om een nieuw hok aan te schaffen oriënteer je dan goed en bezoek enkele duivenhokkenbouwers, zodat je vergelijkingsmateriaal hebt. Er zijn in Nederland een aantal in duivenhokken gespecialiseerde bedrijven. Op deze startpagina zijn een aantal  links opgenomen van duivenhokkenbouwers https://duivensport.startbewijs.nl/ Tweedehands duivenhokken worden veel aangeboden. Kun je een hok kopen waarop goed is gevlogen is dat uiteraard geen garantie, maar wel een indicatie dat er niet van alles met het hok mis is. De plaats waar het hok komt te staan is ook beslist van invloed. Dikwijls zal je aan een tweedehands hok nog wel het nodige moeten aanpassen.
Meerdere malen heb ik hokken gezien die potdicht zaten met slechts een paar kleine raampjes en nauwelijks ventilatie. Aan de conditie van de duiven was dit zeer goed te zien. Het spreekt vanzelf dat op dergelijke hokken niet goed zal worden gepresteerd. Duiven op een dergelijk hok gezond zien te houden zal al een hele toer worden. Maar ook voor je eigen gezondheid is het van groot belang dat je je zelf goed voelt als je in het duivenhok bent. Zorg voor een behaaglijke sfeer. Zorg ervoor dat het niet stoffig is en je moet er geen duiven ruiken. Duivenstof allergie komt nogal eens voor en dat moet je te allen tijde zien te voorkomen. Voorkomen is beter dan genezen. De ervaring leert dat duiven prima presteren op vrij open hokken. Het geeft een goed klimaat voor mens en dier. Duiven in open hokken blijven gemakkelijker gezond en met een volière voor het hok zijn ze meer in contact met de omgeving. Dat geeft duiven die rustiger zijn in de omgang omdat ze niet overal van schrikken. Verder kennen ze eerder natuurlijke vijanden en een volière heeft ook voordelen bij het geven van een bad.

Andere zaken die ook van belang zijn bij het plaatsen van een duivenhok zijn o.a. de eisen die de gemeente of woningbouwvereniging stellen aan een duivenhok. Soms wordt het houden van postduiven door de woningbouwvereniging uitgesloten. Dan is duiven bij huis houden dus geen optie. Ook zijn er woningbouwverenigingen die slechts een klein hokje met ruimte voor niet meer dan 6 koppels accepteren. In zo’n geval wordt het erg moeilijk om met enige kans op succes aan wedvluchten deel te nemen. De opstelling/houding ten opzichte van een buurman/buurvrouw met postduiven is heel bepalend. Wanneer buren er op tegen zijn dat je duiven wil gaan houden zal er op heel veel plaatsen door de gemeente of woningbouwvereniging geen toestemming worden gegeven om een hok te plaatsen. Dus zorg ervoor dat je de buren bij je plannen betrekt (onjuiste beelden over poepende duiven kunnen erg hardnekkig zijn, het is verstandig om deze beelden in een vroeg stadium te ontkrachten).

Samenvattend:
1. Voordat je besluit om een hok bij je woning te plaatsen informeer eerst bij de gemeente en bij een huurhuis ook bij de woningbouwvereniging of er op jouw adres duiven mogen worden gehouden. Informeer ook bij de buren of er weerstand tegen jouw plannen bestaat.
2. Maak vervolgens een keuze voor een discipline / spelsoort en met hoeveel duiven je daarop wilt spelen. Check bij clubgenoten of je keuze realistisch is.
3. Zoek een liefhebber die goed presteert op deze discipline en die dat met een zelfde aantal duiven doet. Vervolgens maak je een studie van zijn hok en neem dat als voorbeeld voor je plan van aanpak.
4. Ga vervolgens op onderzoek uit naar een soortgelijk hok. Bepaal of dit nieuwbouw of tweedehands gaat worden. Oriënteer je daarnaast goed op duivenhokken, zowel bij een aantal liefhebbers thuis als via video’s, filmpjes en bij duivenhokkenbouwers.

Wordt vervolgd.

Basis Duivensport - 3

De columns worden goed gelezen en niet alleen door beginners. Vanuit diverse hoeken krijg ik positieve reacties en input aangeleverd. Inmiddels heb ik een heel clubje beginners die mij van input voorziet. Een deel daarvan leest het Spoor niet of krijgt het pas veel later via anderen. Dat betreft vooral jeugdleden en leden die het financieel niet al te breed hebben. Dat die laatste groep nog redelijk groot is realiseer ik me nu eens temeer omdat ik de afgelopen week met een aantal van hen contact had via de telefoon of een ander communicatiekanaal. Een van hen is een 16-jarige scholier die in de weekenden vakken vult in een supermarkt om zijn duiven en andere hobby’s te kunnen bekostigen. Hij gaf aan dat hij zonder de support van zijn opa (ook duivenliefhebber) en de club (eerste 10 duiven gratis inkorven) misschien zelfs wel geen duiven meer had omdat deze hobby een flinke hap uit zijn budget neemt. Hij voetbalt ook en wil in het weekeinde ook wel eens met vrienden uit. Het is constant een keuze maken waaraan hij zijn geld besteed, zo gaf hij aan. Of hij dan een verstandige keuze maakt is de vraag. Misschien doet deze jongen er wel wijzer aan om zich eerst op het voetballen en uitgaan te richten en over een paar jaar opnieuw met duiven te beginnen en het dan wel goed aan te pakken. Succesvol in de duivensport zal je niet worden als je daar niet voldoende middelen (tijd en geld) voor (over) hebt.

Hoe te beginnen? (3) – Inrichting van het hok
In de vorige column heb ik uitgebreid beschreven welke stappen je het beste kan ondernemen om een goed hok neer te zetten of aan te schaffen. En dan staat het hok er maar het is nog leeg. Als het een bestaand hok is wat je hebt overgenomen dan is het vaak ook al ingericht met broedbakken en zitschapjes. In het geval van een nieuw hok moet het nog volledig worden ingericht. Maar ook wanneer het al ingericht is kan een herindeling noodzakelijk zijn. De inrichting is namelijk deels afhankelijk van het soort spel dat je gaat spelen. Houdt het in eerste instantie simpel is mijn advies. Duivensport moet je leren en dat gaat net als met zwemmen. Je springt niet in één keer meteen in het diepe.

Inmiddels heb je een aantal bezoeken afgelegd aan liefhebbers die op dezelfde discipline spelen als waar jij je op gaat richten. Het is belangrijk dat die in ongeveer dezelfde situatie als jij zitten qua beschikbare tijd en ruimte. Iemand met een zolderhok, of een hok in een schuur of garage als voorbeeld nemen als je zelf alleen maar ruimte hebt voor een hok in de tuin, zou ik dan ook zeker niet aanraden. Zoek in dat laatste geval echt naar iemand die eveneens een tuinhok heeft van ongeveer dezelfde grootte als dat wat jij nu hebt staan. Exact kopiëren zal zelden lukken. In de omstandigheden bij jou kan alles anders zijn. Let daarom op de details en vraag waarom deze liefhebber bepaalde keuzes heeft gemaakt.

Uitgaande van het voorbeeld uit de vorige column van 40 vliegduiven, 6 tot 8 kweekkoppels en 40 jongen heb je een hok neergezet van 8m x 2m verdeeld in 4 afdelingen. 1 afdeling bevat de kweekduiven. 1 afdeling voor de jongen en op de andere 2 afdelingen bevinden zich de vliegduiven. Voor het gemak gaan we ervan uit dat de afdelingen even groot zijn. Op een afdeling van 2m x 2m x 2m is ruimte voor maximaal 32 duiven uitgaande van 4 duiven per m3. Dat betekent dat de kweekduiven met 8 koppels ruimte genoeg hebben. Je zou er dan ook voor kunnen kiezen om de kweekafdeling smaller te houden bijvoorbeeld 120 cm breed. In dat geval zou je bijvoorbeeld het jonge duivenhok 80 cm breder kunnen maken, zodat je wat meer ruimte voor jonge duiven hebt. Je zult ervaren dat dit geen luxe is, daar er zeker de eerste jaren waarschijnlijk nogal wat jonge duiven verloren zullen gaan.
Bij de indeling van het hok ligt het voor de hand dat je de kweekafdeling alleen van binnenuit kunt benaderen om de kans op ontsnappen van duiven die niet losvliegen tot een minimum te beperken. Maak de duivinnenafdeling naast de afdeling voor jonge duiven. Dat geeft je de mogelijkheid om later de jongen gemakkelijk op weduwschap te spelen.

Het verdient aanbeveling om de hokken van binnen te witten met witkalk. Voordelen van hiervan zijn dat witkalk een vocht absorberende werking heeft en mede daardoor zorgt voor een droge ruimte. Parasieten als luizen en mijten overleven slecht in droge ruimten en daarnaast geeft witkalk altijd wit af zodat bijvoorbeeld bloedluizen die door hun huid ademen, zullen verstikken als ze door de kalk lopen.  Witkalk sluit bovendien naden en kieren goed af die een broedplaats voor ongedierte zijn. Daarnaast houdt het witsel ook de uitstoot van lijm uit plaatmateriaal op warme dagen tegen. Als laatste positieve eigenschap hebben gewitte hokken een heldere uitstraling. Duiven reageren op licht en heldere hokken zorgen ook voor een fijn lichtklimaat. Er zijn diverse soorten witkalk te koop voor duiven en pluimveeverblijven. Vervolgens is het belangrijk om een keuze te maken wat te doen met de vloer. Dagelijks krabben, een bodembedekking als stro, kattenbakkorrel, beukensnippers of maiskolven, of roosters op de vloer. Overal zitten voordelen en nadelen aan. Overleg hierover met de liefhebbers, mentoren die je hebt uitgezocht en weeg de voor- en nadelen af aan je eigen situatie.

Een afdeling van genoemde grootte voor de vliegduiven kan dus maximaal 16 koppels  bevatten. Broedbakken heb je in alle maten, maar je moet uiteraard zo efficiënt mogelijk met de beschikbare hokruimte omgaan. Wanneer je handig bent en voldoende tijd ter beschikking hebt kun je broedbakken zelf maken. In dat geval kun je de broedbakken verdelen over de breedte van de desbetreffende afdeling. Wanneer je nieuwe of 2e hands broedbakken aanschaft ben je uiteraard afhankelijk van de maten die de verkoper aanbiedt. In dit voorbeeld zullen dat broedbakken van 60 of 65 cm breed moeten zijn. Je kunt voor voorbeelden op de website www.duivenbakken.nl kijken, maar er zijn nog veel meer websites waarop broedbakken worden aangeboden. Er zijn diverse typen broedbakken. Aan ieder type broedbak zitten voor- en nadelen. Ook het prijskaartje varieert flink. Overleg met je mentor en de gebruikers van de diverse soorten broedbakken over de voor- en nadelen en maak een keuze die bij jouw omstandigheden (spelsysteem en financiële situatie) past.

Tweedehands broedbakken worden er ook veel aangeboden. Uiteraard kan dat flink kostenbesparend zijn. Evenals dit geldt voor een tweedehands duivenhok, zal je deze broedbakken ook goed moeten schoonmaken en ontsmetten. Het gebruik van een ontsmettingsmiddel in combinatie met de brander is aan  te bevelen. Er zijn diverse ontsmettingsmiddelen specifiek voor dierenverblijven in de handel. Een veel gebruikt en goed middel in duivenhokken is Virkon-S. Even laten inwerken en daarna afnemen en dan met de brander erdoor.

Tot slot adviseer ik om het hok zo in te richten dat je het zoveel mogelijk naar je hand kunt zetten en je mogelijkheden kan creëren om de situatie naar de omstandigheden aan te passen. Hieronder een aantal voorbeelden waar ik in latere hoofdstukken op terug zal komen:
- Ramen die open kunnen en waar een inzetraam van windbreekgaas voor gezet kan worden
- Een rennetje of erker voor het hok waarin je de duiven kunt laten baden
- Een verwarmingsplaatje om het hok behaaglijk te maken in het kille voorjaar zodat de duiven na een vlucht met kopwind en regen weer snel kunnen herstellen
- Schuiven in het plafond om de luchtstromen te beheersen
- Rolgordijnen of luiken zodat je de afdelingen gemakkelijk kunt verduisteren. Voor het jonge duivenspel noodzakelijk. En het is gemakkelijk met het pakken van de duiven en bij erg warm weer.
- Lampen die je per afdeling kunt schakelen. Dat geeft je de mogelijkheid om duiven apart bij te lichten. Je oude duiven tijdens het seizoen of je kweekduiven in de winter.

Samenvattend:
1. Reinig en ontsmet tweedehands hokken en broedbakken en wit de wanden met witkalk.
2. Maak een keuze voor de juiste hokindeling, afhankelijk van het door jou gekozen spelsysteem.
3. Richt het hok zo in dat je het zoveel mogelijk naar je hand kunt zetten
4. Maak een keuze om dagelijks de vloeren te krabben of een bodembedekking die bij jouw situatie past en waarbij je je prettig voelt.
5. Oriënteer je op de verschillende typen broedbakken en maak vervolgens een keuze voor type en grootte.

Wordt vervolgd.

Basis Duivensport - 4

Hoe te beginnen? (4) – Aanschaf duiven

In de vorige columns is uitgebreid beschreven welke stappen je kunt zetten om aan een goed duivenhok te komen en hoe je dit het beste kunt inrichten. Als die stappen gezet zijn, heb je een hok maar nog geen duiven. Vrijwel alle beginners die de afgelopen 14 jaar op mijn pad kwamen hadden binnen enkele weken geen leeg hok meer. En velen hadden zelfs al duiven voordat er een hok stond. Door diverse sportvrienden werden jonge duiven aangeboden of hele kweekkoppels. Ook waren er verschillende beginners die het internet afstroopten en terecht kwamen bij handelaren op duivenmarktplaats, de voorjaarsbeurs, kweekstations en aanbieders op veilingsites om maar zo snel mogelijk hun hok vol duiven te hebben.

Ik zal zeker niet ontkennen dat je op bovenstaande manieren ook aan goede duiven kunt komen. Je kunt immers ook miljonair worden als je een lot in de staatsloterij koopt. Echter, veel vaker leidt een dergelijke start tot grote teleurstellingen. Als beginneling heb je wellicht al via het internet heel wat namen voorbij zien komen van tophokken. De commerciële hokken die dikwijls ook van de duivensport leven hebben immers hun PR meestal wel goed op orde. De prijzen die voor jonge duiven van die hokken worden gevraagd (of op veilingsites worden geboden) zijn echter voor de beurs van de gemiddelde beginnende duivensporter (veel) te hoog. Op de website van de duivensportbond wordt aangegeven dat er koppels postduiven te koop zijn voor rond de 25 euro. Die zijn er ook, maar neem van mij aan dat de kwaliteit van duiven die je voor een dergelijk laag bedrag kunt kopen vrijwel zeker ondermaats zal zijn. Voor een bedrag van 12,50 euro per duif  zal je maar hoogstzelden duiven aantreffen waarmee je succes zal hebben op de wedvluchten.

Als beginner heb je ook op de hokken van de commerciële tophokken niets te zoeken. Maar zelf op zoek gaan naar duiven van een goede afstamming als je de weg niet kent in duivenland, is niet verstandig. Je doet er het beste aan om de hulp in te roepen van je mentor (zie deel 1). Deze zal je wellicht zelf aan je eerste duiven voor een schappelijke prijs kunnen helpen. Kan hij dit niet omdat hij bijvoorbeeld een andere spelsoort speelt als waar jij voor gekozen hebt, dan weet hij vast wel een betrouwbaar adres. Weet hij dit niet neem dan gerust contact op met ondergetekende. In mijn netwerk zijn er een groot aantal goed spelende liefhebbers die een beginner wel op weg willen helpen.

Twee zaken die ik beginners dringend adviseer om zo snel mogelijk onder de knie te krijgen zijn het leren lezen en naar waarde kunnen inschatten van stambomen en het bestuderen van uitslagen om deze te kunnen beoordelen op de juiste sportieve waarde.

Bestuderen / analyseren van stambomen
Een van de beginners die ik recent sprak kijkt nooit naar stambomen bij de aanschaf van duiven. De duiven op zijn hok zijn een allegaartje oftewel een vreemdelingenlegioen en van de meeste duiven zijn geen stambomen. Toen ik daarop doorvroeg was zijn antwoord dat stambomen volgens hem iets voor de sier zijn maar niets zeggen over de kwaliteit van de duif. Deels heeft hij daarin wel gelijk, maar als je weinig tot niets van de afstamming van je duiven weet zullen de kweekresultaten vrijwel altijd tegenvallen. Hij heeft wel een punt voor wat betreft de “sier”. Stamkaarten worden zeer vaak mooier gemaakt dan dat ze in werkelijkheid zijn (opgesierd). Wanneer je de stambomen bekijkt van duiven die op veilingsites worden aangeboden wordt je doodgegooid met prachtige namen als Princess, King, Dolce Vita, Olympiade, Rolex, Turbo, Noble Blue, enz. Daarnaast wordt er ook gesmeten met namen van beroemde duiven als de Harry, Kleine Dirk, Olympic Miss Gijsje, Kleine Jade, de Wittenbuik, enz. Als de naam van één van deze duiven maar op de stamboom staat al is het maar in de 5e generatie, is dat direct van invloed op de vraagprijs. Dergelijke stambomen dienen dus voornamelijk een commercieel doel.

Toch zit er ook een andere kant aan een stamkaart behalve de commerciële. Een goede stamkaart van een duif kan namelijk veel belangrijke informatie over de duif geven. Belangrijke info die je op de stamkaart kan terugzien is bijvoorbeeld of de duif stamt uit een goede familie. Hiermee bedoel ik of de duiven op de stamboom met regelmaat goede duiven hebben voortgebracht. Mijn stelregel is koop geen duiven waarvan niet minstens één van de ouders of minimaal drie van de grootouders bewezen goede duiven zijn.

Als je een stamkaart bestudeerd, stel je zelf dan de volgende vragen;

  • Met wat voor duif hebben we te maken? Is het een goede vlieger of kweker? Wat heeft hij/zij zelf gepresteerd? Op welke afstanden zijn de prijzen van de duif behaald? Wat voor prestaties worden er benoemd? Een 1e prijs tegen 40 duiven is immers heel wat anders dan een 1e prijs tegen 4000 duiven.
  • Wat zijn de prestaties van de ouders en grootouders? Hebben ze zelf wel iets gepresteerd of worden op de stamkaart de prestaties van vaders, moeders, grootouders, broers en zussen door gekopieerd naar het volgende geslacht?
  • Wat voor bloedlijnen zitten er achter deze duif? Wat is de afstandsgeschiktheid? Is deze duif geschikt voor de afstanden die ik speel of wil ga spelen?
  • Hoe is de duif gekweekt? Valt er een kweekstrategie achter de duif te ontdekken? Is de duif een product van familiekweek of niet?
  • Hoe oud zijn de duiven op de stamkaart? Als er veel duiven op staan van 10 jaar en ouder zou er op de stamkaart een generatie tussen uit gelaten kunnen zijn omdat een kleinzoon van een kampioen nu eenmaal meer waard is dan een achterkleinzoon.
  • Welke liefhebbers staan als kweker op de stamboom vermeld? Zijn dit ook de kwekers of wordt de naam van een commercieel aantrekkelijkere liefhebber genoemd die wellicht alleen één van de grootouders heeft gekweekt. Dit is tegenwoordig vrij goed uit te zoeken.
  • Zijn de ouders en grootouders uit hedendaagse presterende lijnen of is het vergane glorie van 30 jaar en meer terug? Er worden veel duiven in de handel aangeboden van “rassen” als Aarden, van Wanroy, Delbar, de Klak, etc. De meeste van deze duiven komen van kweekcentra en uit duiven die al generaties lang niet meer hebben gepresteerd en waarschijnlijk ook nooit in de mand hebben gezeten. De kans dat je uit dergelijke duiven fatsoenlijke vliegers zal kweken is uiterst klein.
  • Kloppen de kleuren van de duiven op de stambomen? Je weet zeker dat de stambomen onjuist zijn als er krassen op staan die uit twee blauwe komen, of vale en rode uit twee blauwen of twee krassen. Dat is namelijk onmogelijk.

In de volgende column kom ik terug op het lezen van uitslagen. Op de website van Compuclub kun je in principe vrijwel alles terugzoeken. De vraag is alleen maar waar kijk je naar als je de prestaties van een liefhebber / duif wilt beoordelen? Verder zal ik dieper ingaan op andere zaken waar je rekening mee moet houden bij de aanschaf van duiven. Denk hierbij aan het verschil in spelmethode (nestspel versus weduwschap, wel of niet veel rijden met de duiven), een precieze melker met veel tijd of een niet precieze melker met weinig tijd, duiven van liefhebbers met een strak medisch schema versus duiven die het grotendeels zelf moeten doen, etc.

Je goed voorbereiden voordat je overgaat op de aanschaf van duiven en een wat langere periode nemen om je te oriënteren loont altijd. Nee zeggen tegen alle aanbiedingen is lastig maar het is altijd beter dan een hok vol van Jan en alleman. Ook dat komt in een volgende column aan de orde.

Wordt vervolgd.

Basis duivensport - 5

Hoe te beginnen? (5) – Aanschaf duiven

Op de vorige column over duiven aanschaffen is veel gereageerd. De meeste lezers liepen al vooruit op de columns die ik nog in gedachten heb. Iemand gaf aan dat hij zich er aan ergert dat er in reportages en blogs regelmatig wordt geschreven dat het in de duivensport alleen maar om goede duiven gaat. Hij stelt dat goede duiven alleen maar goed kunnen presteren wanneer de liefhebber er in slaagt om de duif in topconditie te brengen zodat die in staat is om een topprestatie te leveren. Naar zijn mening slaagt 80 % van de duivensporters daar dikwijls niet in, ook hijzelf  worstelt daar vaak mee. Ik denk dat hij daar wel een punt heeft. Als succesfactoren zijn de duif, het hok en de liefhebber onlosmakelijk met elkaar verbonden. De beste liefhebber zal met slechte en middelmatige duiven nooit kampioen worden en de beste duiven zullen niet of nauwelijks kunnen presteren als het hok niet goed is of de verzorging onder de maat is. Vandaar dat ik in deze serie over de basis van de duivensport alle drie de succesfactoren uitgebreid bespreek.

Oriënteren
We zijn inmiddels aangekomen bij het moment dat de beginnende liefhebber een duivenhok heeft staan en zich aan het oriënteren is op de aanschaf van duiven. Op de diverse veilingsites en op de websites van vele duivenliefhebbers worden jaarlijks duizenden duiven te koop aangeboden. Voor de beginner is dit een doolhof waarin hij vrijwel zeker zal verdwalen. Ik heb de afgelopen jaren enkele honderden liefhebbers gesproken die bij hun start in de duivensport door gebrek aan kennis en inzicht een verkeerde weg in waren geslagen.

Een voorbeeld
Een voorbeeld van zo iemand was een jongeman die mij een paar jaar geleden vroeg naar zuivere Jan Aardenduiven. Hij wilde zich namelijk op de grote fond gaan specialiseren. Hij had ook al iets op duivenmarkplaats gevonden dat hem erg aansprak en vroeg naar mijn mening over die duiven. Toen ik aangaf dat de duiven die hij op het oog had, hem met grote zekerheid alleen maar teleurstellingen zouden geven en dat hij veel beter jongen kon aanschaffen van liefhebbers met presterende duiven, wilde hij daar niets van horen. Toevallig had iemand uit mijn netwerk een koppel late jongen liggen uit zijn beste kweekduivin en was bereid die voor een heel zacht prijsje te verkopen. Met de nakweek van die duivin zijn er velen geslaagd waaronder een grote noordelijke fond kampioen. Ik vertelde hem dat dit een buitenkansje was en dat hij voor dergelijke duiven elders wellicht het tienvoudige zou moeten betalen. Maar nee hoor, hij kocht toch een aantal zogenaamd zuivere Aardenduiven van Marktplaats en betaalde daar per duif vier keer het bedrag voor dat hij voor het koppel jongen bij mijn duivenvriend had moeten betalen. Hij stuurde me de stambomen en die bevestigden mijn vermoeden dat het met deze duiven nooit iets kon worden. Hij heeft vervolgens tientallen jongen uit deze duiven gekweekt en de meeste jongen hieruit werden als jonge duif al verspeeld. De enkeling die wel overbleef heeft nimmer op een uitslag gestaan. Ontgoocheld is de jongeman uiteindelijk met de duivensport gestopt.

Aankopen via internet
Met het bovenstaande voorbeeld wil ik aangeven  dat de kans dat een beginneling via internet voor een redelijke prijs aan kwalitatief goede duiven zal komen, die bij hem en zijn verzorging zullen passen, erg klein is. Vrijwel alle beginners zonder begeleiding worden op het verkeerde been gezet. Zakelijke belangen prefereren bij de meeste verkopers en daarom speelt geluk een veel te grote rol. Je moet net het geluk hebben dat je iemand treft met een goed hok duiven voor wie het willen helpen van een beginner zwaarder weegt dan geld verdienen. Het is uiteraard niet zo dat iedereen die op internet duiven verkoopt dit doet met de intentie er financieel beter van te worden ten koste van een ander.

Handvatten bij de aanschaf van duiven
Ik zal in deze column een aantal handvatten trachten te geven waarmee het geluk enigszins kan worden afgedwongen. In de vorige column heb ik handvatten gegeven voor het bestuderen van stamkaarten. Stamkaarten op de juiste waarde kunnen inschatten zal je beslist geen windeieren leggen. Die kennis zal je je hele duivenloopbaan van pas komen. Maar deze kennis alleen is niet voldoende. Een ander belangrijk aspect is het naar waarde kunnen inschatten van uitslagen. Hiervoor zal je veel uitslagen moeten bestuderen. Hoe je dat doet en waar je op kan/moet letten zal ik hieronder uiteen zetten.

Bestuderen en analyseren van uitslagen
Via de website van Compuclub https://www.compuclub.nu/uitslag/ kun je alle uitslagen van elke afdeling in Nederland terug vinden. In dit stadium heb je al een keuze gemaakt voor de afstanden die je wilt gaan spelen en de spelsoort (nestspel, weduwschap met doffers, duivinnen of allebei). Dus je gaat gericht op zoek, daarbij ondersteund door je mentor, als je er tenminste in bent geslaagd om een goede mentor te vinden. Dat betekent dat je alleen naar duiven zoekt die geschikt zijn voor de afstanden die je speelt. Je koopt dus geen marathonduiven als je alleen vitesse/midfond speelt  of andersom. Dit lijkt vanzelfsprekend maar je zal versteld staan hoe vaak ik echte marathonduiven aantref bij liefhebbers die boven de 500 km nooit worden ingekorfd. Zonde van de investering! Neem er echt goed de tijd voor om met onderstaande top 10 als leidraad de uitslagen te bestuderen. Maak het jezelf zo gemakkelijk mogelijk en zet op je pc twee pagina’s tegelijk open (de uitslagenpagina en Google Maps), of neem je telefoon of tablet erbij als je beeldscherm niet zo groot is. Het is een tijdrovende klus maar het verschaft je al vrij snel veel inzicht en het loont absoluut de moeite.

Tien tips
1. Bestudeer alleen de uitslagen van de discipline die je wilt gaan spelen (vitesse/midfond, dagfond of marathon).
2. Kijk niet naar jonge duiven uitslagen. Die geven in veel gevallen een vertekend beeld. Het spel met de jonge duiven is een specifieke discipline voor specialisten, waarbij de behaalde resultaten dikwijls meer zeggen over de kwaliteit van de liefhebber, dan die van de duiven.
3. Bestudeer in eerste instantie voornamelijk de uitslagen van de rayons binnen je eigen afdeling. Jouw situatie  is dan gelijk of komt daar dan het meeste bij in de buurt. Het maakt namelijk echt verschil of je als liefhebber op Ameland, de Zuid-Hollandse eilanden, de regio Gouda of in de Achterhoek speelt.
4. Bestudeer de rayonuitslagen van sterke rayons of cc’s waarin kampioenen spelen die zich ook in groter verband (afdeling en NPO) onderscheiden. Dus zoek de goed spelende liefhebbers in de uitslagen van rayons en cc’s waar de concurrentie groot is. Zoals gezegd in eerste instantie binnen je eigen afdeling.
5. Zoek naar liefhebbers die bij een ongunstige ligging/wind toch vroege duiven weten te draaien, dus bij sterke westenwind zijn dit de vroegste duiven aan de westkant van het rayon en bij oostenwind zijn dit de vroegste duiven aan de oostkant van het rayon. Ook liefhebbers die met kopwind op de verste afstand in de top meedraaien zijn de moeite waard om te volgen.
6. Zoek naar de liefhebbers die met alle weersomstandigheden (zowel zon als regenachtig) en verschillende snelheden (van 900 mpm t/m 2000 mpm) vooraan in de uitslagen te vinden zijn en grote prijspercentages draaien.
7. Zoek naar de liefhebbers die met regelmaat prijspercentages draaien van meer dan 65 % waarvan een groot percentage bij de eerste 10 % van de uitslag.
8. Kijk naar liefhebbers die met dezelfde aantallen spelen als waarmee jij dat in de toekomst wil gaan doen. Liefhebbers die met grote aantallen duiven spelen zijn vaak geen vergelijk voor een beginnende liefhebber.
9. Wanneer jij je gaat richten op de midfond en dagfond en speel jezelf (straks) op één van de verste afstanden? Kijk dan vooral naar de uitslagen op die discipline van liefhebbers die op de verste afstanden goed presteren. Goed presteren op de voorhand of op de overvlucht is een wezenlijk verschil.
10. Staar je niet blind op één of enkele superuitslagen, maar zoek naar de constant goed presterende liefhebbers op basis van de hiervoor genoemde punten. Stel een lijst op van deze liefhebbers.

Liefhebber kiezen
Met de kennis die je hebt opgedaan middels bestudering van stambomen en uitslagen kun je gaan beginnen om de liefhebbers van je lijst te benaderen met de vraag of ze je aan duiven willen helpen. Vroeg in het voorjaar zullen de meeste liefhebbers geen jongen weg doen omdat ze deze zelf nodig hebben. Later in het jaar hebben de meesten hun hokken vol en kunnen ze wel wat missen. Dus starten met latere jongen (mei t/m september) is een goede optie omdat je ze dan ook vaak voor een schappelijke prijs uit de beste duiven kunt bemachtigen.

Eieren halen
Een andere gemakkelijke en goedkope manier om aan goed beginmateriaal te komen is om voedsterduiven aan te schaffen. Die kosten je meestal niets tot weinig. Zorg er echter wel voor dat deze voedsters gezond zijn! Deze voedsters dienen alleen om eieren uit te broeden en jongen groot te brengen. Ze brengen geen jongen van zichzelf groot. Maar zoals gezegd hebben de meeste beginnende liefhebbers al wat duiven van clubgenoten gekregen. Deze kun je ook als voedsters gebruiken. Van goed spelende liefhebbers die hun duiven op weduwschap spelen kun je in het voorjaar vaak een aantal eieren krijgen van de vliegers. Dat is in veel gevallen voor een schappelijke prijs en soms zelfs ook gratis.

Wordt vervolgd.

Basis duivensport

Hoe te beginnen? (6) – Aanschaf duiven (slot)

In de voorgaande twee artikelen beschreef ik hoe een beginnend liefhebber te werk kan gaan om in relatief korte tijd en zonder al te grote financiële offers aan goed beginmateriaal te komen. Als het allemaal een beetje meezit beschikt hij/zij dan direct vanaf de start over een aantal duiven waarmee de basis voor toekomstige successen kan worden gelegd. In dit artikel heb ik de reacties op alle eerdere delen verwerkt. Je kunt dit afsluitende artikel dan ook zien als een samenvatting met daarin de belangrijkste punten voor een ‘goede start’ in de duivensport.

Samenvatting deel 4 en 5
Allereerst volgt hier een samenvatting van de voorgaande twee delen waarin eveneens de commentaren en vragen van liefhebbers die hierop hebben gereageerd, worden meegenomen.
1. Neem de tijd om je te oriënteren op wat er aan duiven aangeboden wordt en de prijzen die hiervoor gevraagd worden. Vraag hierbij ook je mentor, en/of een betrouwbare liefhebber naar zijn/haar mening.
2. Probeer jezelf het bestuderen / analyseren van stambomen eigen te maken. Neem daar echt de tijd voor, het zal je veel miskopen besparen! Zie hiervoor mijn handleiding in deel 4.
3. Probeer jezelf het bestuderen / analyseren van uitslagen eigen te maken. Zie hiervoor mijn tien tips in deel 5.
4. Zolang je punt 1 t/m 3 nog niet beheerst is het niet verstandig om op eigen houtje duiven aan te schaffen, maar schakel je het beste je mentor in om je hierbij te adviseren.
5. Zoek  aan de hand van de kennis die je hebt opgedaan een liefhebber die je voor een redelijk bedrag (richtlijn is 50 tot max 100 euro per jonge duif) aan zomerjongen wil helpen (in overleg met je mentor). Of schaf in het najaar voedsterduiven aan (die kun je doorgaans gratis krijgen) waar je in het daaropvolgende voorjaar eieren onderlegt van de weduwnaars van de door jou uitgezochte liefhebber. Die eieren van de vliegduiven zullen doorgaans voor niet al te veel geld te koop zijn. Richtlijn is 25 tot maximaal 50 euro per ei.

Mentor inschakelen
Ga bij het aanschaffen van duiven dus niet over één nacht ijs. Van impulsieve aankopen krijg je altijd spijt, vandaar ook mijn advies om zoveel mogelijk met je mentor te overleggen. Want bij de keus van de liefhebber waar je duiven of eieren aanschaft spelen ook nog andere zaken mee om rekening mee te houden. Zoals de spelmethode (nestspel of weduwschap). Wordt er wel of niet veel met de duiven gereden tussen de vluchten. Betreft het een precieze melker met veel tijd of een niet precieze melker met weinig tijd. Zijn het liefhebbers met een strak medisch schema of is het een liefhebber waar de duiven het (grotendeels) zonder medicatie moeten doen?  Om op dergelijke vragen als beginner antwoord te krijgen heb je echt een vraagbaak nodig als je mentor. Heb je geen mentor gevonden of mocht deze je het antwoord op bepaalde vragen niet kunnen geven, kun je altijd contact opnemen met ondergetekende.

Reacties op advies Mentorschap
Op mijn advies om direct na de start een mentor te zoeken, werd door meerdere lezers aangegeven dat het mooier zou zijn als de vereniging iemand voorstelt om een nieuweling te begeleiden. Iemand noemde de mentor een meester of leraar en gaf daarbij aan dat deze dan ook als taak had om duiven van hemzelf of  van 1 of 2 regionale goed spelende liefhebbers op de hokken van de beginner te plaatsen. De leraar heeft dan tevens de taak om de leerling te leren geduld te hebben en niet gelijk de lat zo hoog te leggen dat hij “zijn benen breekt”.

Reacties op de tips voor het bestuderen van uitslagen
Hoewel ik mijn best doe om vakjargon te vermijden en zaken zo goed mogelijk uit te leggen, komt het toch voor dat niet alles even duidelijk over komt. Zo kreeg ik een tweetal reacties onder ogen over de tips die ik heb gegeven als een soort van handleiding voor het bestuderen van uitslagen. De ene opmerking was van een beginner die mijn advies niet begrepen had om zich bij het bestuderen van de uitslagen vooral  te richten op de discipline waarop hij/zij zich wil gaan toeleggen. Mijn advies om daarbij niet naar de jonge duivenuitslagen te kijken had hij verkeerd geïnterpreteerd. Als hij alleen met de jonge duiven wil spelen is het een ander verhaal. De tweede opmerking was van één de bekendste duivensportschrijvers en ging over dezelfde tip. Deze columnist gaf in zijn logboek aan dat beginners mijn tip om bij het bestuderen van uitslagen beter niet naar jonge duivenuitslagen te kijken, maar heel snel moeten vergeten. Dit punt vraagt dus nog om een extra toelichting.

Toelichting m.b.t. uitslagen jonge duiven
Omdat e.e.a. vragen oproept licht ik het punt met betrekking tot de uitslagen met jonge duiven nog even extra toe. Op de eerste plaats zullen jonge duiven die niet verduisterd en/of bijgelicht worden, gemiddeld genomen een stuk slechter presteren dan hun verduisterde soortgenoten. Vooral naarmate de rui vordert en de afstanden toenemen. Daarnaast speelt de leeftijd van de jonge duiven ook een grote rol. Met jonge duiven die eind december geboren zijn en soms al met de oude duiven gelijktijdig zijn opgeleerd, worden prijspercentages van 80 % en meer veel gemakkelijker behaald, dan met jongen van maart. Waarom dat zo is, zal ik in de toekomst wanneer het onderwerp jonge duivenspel aan de orde komt, uitgebreid toelichten. Het is in ieder geval een ongelijke strijd. Die betere prestaties van die goed voorbereide winterjongen zijn mijn inziens niet het gevolg van meer kwaliteit dan van hun twee maanden jongere en niet verduisterde soortgenoten. Daarnaast wordt het jonge duivenspel in veel regio’s beheerst door enkele grote commerciële hokken en specialisten, waarvan er een aantal zelfs helemaal niet met oude duiven spelen. Geen enkele ervaren liefhebber zal volgens mij met droge ogen durven te beweren dat de jonge duivenuitslagen in dergelijke regio’s een goed beeld geven om als beginner je aanschafbeleid op af te stemmen. Wie dat toch beweert zet mijn inziens deze beginners op een verkeerd been.

Aanvullingen op de tips voor het bestuderen van uitslagen
Ik ontving een uitvoerige reactie op het bestuderen van uitslagen van een zeer goede programmaspeler die vele kampioenschappen heeft behaald. Deze gaf aan dat er meer manieren zijn om uitslagen te bestuderen. Bij het bestuderen van grootmeesteruitslagen  is hij van mening dat je alleen naar die op afdelingsniveau moet kijken. De grootmeesters uitslagen in dit blad (SdK) zijn gebaseerd op de punten in kring, cc of rayon. Dat geeft volgens deze liefhebber geen correct beeld van de sterkte van een hok. Hij adviseert om vooral naar liefhebbers te kijken die veel vroege prijzen spelen in het grootste verband. Ook geeft hij aan dat het veel zoekwerk kan zijn om de om de juiste liefhebbers te vinden, mar het loont beslist de moeite is zijn ervaring. Daarnaast adviseert hij om niet te ver terug te kijken maar vooral te kijken daar de uitslagen van het huidige jaar en het jaar daarvoor. En tot slot adviseert hij om jongen/eieren van de beste vliegduiven aan te schaffen. De ringnummers van die duiven zijn ook uit de uitslagen te halen. Met alles wat deze kampioen hierboven schrijft ben ik het volmondig eens. Beslist een waardevolle aanvulling!

Niet de kudde volgen
Een fenomeen wat door één van mijn lezers werd benoemd is het kuddegedrag waar veel mensen van nature mee behept zijn. Volgens deze lezer zullen er daardoor weinig beginners mijn adviezen opvolgen. De invloed van de commercie en leidende figuren binnen de het duivenmelkerswereldje is daarvoor volgens hem te groot. Een aantal van hen ziet zichzelf als de beste en duldt geen tegenspraak en zeker niet van een beginner. Ik herken veel van wat deze lezer zegt. De aantrekkingskracht van de grote namen is groot. Zoals ik in deel 4 al aangaf, zijn er veel duivenliefhebbers bereid om voor duiven met klinkende stambomen een minimum maandloon of meer neer te tellen. Zo waren er velen diep onder de indruk van een veiling van 75 onbevlogen jonge duiven, die eind vorig jaar verkocht werden voor een gemiddelde van € 12.775 per duif. Zij zouden ook graag duiven van deze liefhebber op het hok willen hebben. Dit zou je inderdaad kuddegedrag kunnen noemen. Ik hoop toch dat de beginners met een kleine of gemiddelde beurs zich niet laten verleiden om zijn/haar spaargeld te besteden aan een dergelijke aankoop. Helaas weet ik dat er heel wat spaargeld, vakantiegeld of met overwerk of klussen verdiend geld op deze manier over de balk is gegooid. Ik heb daar de afgelopen 15 jaar vele voorbeelden van gezien. En ook van die 75 duiven zal een flink percentage de verwachtingen niet waar gaan maken.

Overige reacties
Een andere lezer gaf aan dat de kans op succes groter is als je je bij het aanschaffen van duiven beperkt tot 1 of 2 liefhebbers. Duiven die van meerdere hokken afkomstig zijn zal je minder gemakkelijk gezond houden en ook zullen de verliezen groter zijn. Ik kan dat beamen. Koop in ieder geval meerdere duiven van dezelfde liefhebber. En maak ook een afspraak met die liefhebber om het jaar daarop weer wat eieren en/of jongen aan te schaffen. Niet ieder kweekjaar is namelijk een topjaar, dat geldt voor iedereen. En daarnaast is de bereidheid van de verkoper meestal wat groter om echt wat goeds mee te geven of te verkopen, naarmate men elkaar langer kent.

Een aantal lezers waren blij met mijn handleiding voor het bestuderen van stambomen. Iemand schreef dat hij ook fouten had gemaakt bij het beoordelen van stamkaarten en dat zijn ogen pas open waren gegaan toen hij er achter kwam dat hij veel betere jongen kweekte van duiven zonder indrukwekkende stambomen en die relatief weinig hadden gekost. Hij gaf ook dat aan dat een gekregen duif van een doorsnee liefhebber vaak beter is dan van een topper. Immers de doorsnee liefhebber zal vaker een jong van zijn beste koppel weg geven, dan een topspeler die de jongen uit zijn beste koppel meestal gemakkelijk voor een flink bedrag verkopen kan.

Meerdere lezers gaven aan dat je ook wel wat geluk moet hebben dat je mensen treft die je echt willen helpen. Zij gaven zonder uitzondering aan dat hun betere duiven niet hun duurst gekochte duiven waren. Ook gaven zij aan dat veel gekregen duiven vaak beter waren dan aangekochte. De verleiding om van een hok duiven te halen dat commercieel in trek is, is een heel begrijpelijke reactie. Ze worden met veel ‘tam tam’ aan de man gebracht en tegen dergelijk verleidingen zijn de meeste mensen niet goed bestand. Totdat we ondervinden dat ook hier slechte duiven worden gekweekt. Als je er eens langer over nadenkt dan weet je dus dat je een vrij groot financieel risico aangaat. Je zou een zelfde bedrag ook kunnen investeren bij een minder bekende, goed spelende liefhebber, in je eigen regio. Vanuit een kansberekening is de mogelijkheid dat je daarmee gaat slagen veel groter.

Tot slot
- Zoek niet naar de koopjes op internet.
- Gebruik de veilingen op internet alleen om je te oriënteren en een idee te krijgen wat bepaalde duiven opbrengen. Iets kopen op      een veilingsite is iets voor de gevorderde liefhebber.
- Laat de advertenties van de commerciële hokken aan je voorbij gaan en bij termen als exclusief beslist direct afhaken.
- Koop alleen duiven uit een goede familie met presterende duiven vooraan in de stamboom.
- Koop alleen bij een betrouwbare liefhebber. Het mooiste is als er een persoonlijke klik is.
- Laat je niet verblinden door grote namen uit heden en verleden.
- Je kunt je geld maar één keer uitgeven, dus behoed je voor impulsaankopen, hoe aantrekkelijk die soms ook lijken te zijn.

Wordt vervolgd.

Basis duivensport 

Hoe te beginnen? (7) – Voer, water, grit en mineralen

Reacties vorige columns
Alvorens over te gaan op het volgende onderwerp vat ik eerst de reacties samen op column 6. Op deze afsluitende column over de aanschaf van duiven ontving ik namelijk weer diverse reacties. Ik las zelfs een compliment van de meest gelezen schrijver van blogs over duiven. Daar ben ik uiteraard blij mee. Dat betekent dat de columns goed gelezen worden. En dat is mooi, want wat is een schrijver immers zonder lezers?

De reacties waren heel divers, zoals; “Voor 50 euro verkoop ik geen duiven, ik moet ze zelf ook duur betalen”, maar ook; “In je artikel wek je de indruk dat je alleen aan goede duiven kunt komen door deze te kopen, maar het is beslist niet zo dat je overal meteen je portemonnee moet trekken.” De waarheid ligt volgens mij zoals vaker in het midden. Alles valt of staat met het feit of iemand je iets gunnen wilt. Ook kreeg ik een reactie uit Friesland dat het in die afdeling moeilijk zal worden om een afdelingsuitslag te vinden waarbij de kansen voor Noord, Oost,  Zuid en West gelijk zijn. Deze liefhebber was het niet eens met de opmerking van één van mijn lezers dat je bij de grootmeesters uitslagen het beste naar de afdelingsuitslagen kunt kijken in plaats van naar de rayons. In zijn afdeling komen bepaalde rayons er zelden aan te pas in de afdelingsuitslagen. Deze man heeft zeker een punt. Het IJsselmeer speelt daar mijn inziens ook een rol in daar duiven niet graag over water vliegen. En natuurlijk ook het aantal liefhebbers en duiven dat in die rayons wordt gespeeld. De trek van de duiven naar het oosten van deze afdeling is namelijk zeer groot.  Daar wonen veel meer liefhebbers maar vooral ook veel grotere liefhebbers. Zelf bij oostenwind is de trek dikwijls nog zo sterk dat het windvoordeel vrijwel teniet gaat in het noordwesten. Aan punt 5 van de opsomming waar op te letten bij het bestuderen van uitslagen in column 5 voeg ik daarom de volgende alinea toe;  “Het spreekt vanzelf dat liefhebbers die op de vlieglijn wonen en de wind in hun voordeel hebben, gemakkelijker goede uitslagen maken dan een liefhebber die op kilometers afstand ten oosten of westen van de vlieglijn woont.”

En dan?
En dan komt het moment dat je de eerste duiven op je hok zet. Meteen dienen zich weer veel vragen aan als wat geef ik ze te eten en hoe vaak? En wat hebben de duiven nog meer nodig dan alleen voer? Waarschijnlijk zal je allereerst bij de liefhebbers te rade gaan van wie je de duiven betrokken hebt en als je een mentor hebt, zal deze je uiteraard ook van advies dienen. Toch zal je waarschijnlijk nog met vragen blijven zitten. In deze en volgende columns zal ik stapsgewijs alles dat met voer, water, grit en mineralen te maken heeft zo volledig mogelijk trachten te behandelen. Wanneer je als lezer iets mist hoor ik dat graag.

Voer opslaan
De allereerste vraag is waar ga je het voer opslaan en hoeveel voer wil je tegelijk halen. Dat valt en staat uiteraard allereerst met de ruimte die je hebt. Maar ook de duur van opslag van het voer. Een grote partij voer kopen heeft als voordeel de lagere prijs, maar als nadeel dat je het vaak lang moet opslaan voordat je het gebruikt.  Mijn advies is om niet meer voer op te slaan dan dat ze in een maand eten. De kans op bederf is dan immers veel minder groot dan wanneer je het voor een half jaar of langer tegelijk opslaat. Realiseer je ook dat het voer al een lange weg heeft afgelegd voordat het in jouw voerton of bak terecht komt. Check bij aankoop ook altijd de houdbaarheidsdatum!!

Ongedierte
Voedingsdeskundige Willem Mulder heeft een leerzaam artikel geschreven over ongedierte in het voer. Het is onder andere te lezen op mijn website onder de rubriek “Voedingsadviezen van Willem Mulder”. Uit dit artikel blijkt hoe moeilijk het is om voer langdurig goed te houden. Ongedierte als de Klander, de Voedermijt en de Voermot ligt altijd op de loer.  De meeste liefhebbers denken daar helemaal niet over na en bekijken het voer niet of nauwelijks. Maar als je een kledingstuk of iets anders op internet koopt, kijk je dit toch ook helemaal na of er geen fouten in zitten?  Voer is een natuurproduct. Het komt van het land, wordt geschoond en gaat in de zak. Het wordt niet gesteriliseerd, niet met gas behandelt, niet diep gevroren en niet ingeblikt. De wijze waarop je je duivenvoer opslaat is dus belangrijker dan dat je in eerste instantie zou denken. Het spreekt immers vanzelf dat bedorven voer direct van invloed is op de gezondheid van de duiven en dat je topvorm dan wel kan vergeten.

Tonnen, vaten en silo’s van kunststof of hout
Tijdens mijn vele hokbezoeken kom ik de meest creatieve manieren tegen om voer op te slaan. Van kunststof vaten en tonnen die specifiek voor de opslag van voer zijn gefabriceerd, kunststof vaten die worden hergebruikt nadat er voorheen andere stoffen in waren opgeslagen, stalen vaten die voor diverse doeleinden kunnen worden gebruikt, tot speciale houten voersilo’s en zelfgemaakte houten silo’s in alle vormen en formaten. Ook zijn er liefhebbers die het voer gewoon in de zak laten zitten.
Feitelijk kan het allemaal, al is de ene bewaarmethode veiliger dan de andere. Zo is het niet aan te raden om tweedehands vaten te gebruiken waarin voorheen chemische stoffen waren opgeslagen. Houten silo’s en bakken hebben soms kieren en naden waarin eitjes van ongedierte kunnen worden gelegd. Kunststof voertonnen kunnen soms statisch zijn, zodat het stof aantrekt. Kunststof voertonnen zijn luchtdicht afgesloten en dat is niet aan te bevelen. Dus altijd even kleine gaatjes in de ton maken, net onder het deksel aan de zijkant. De minst veilige methode om het voer te bewaren is in een geopende zak.

Stoffig voer
Hoe goed je het voer ook bewaart, iedere duivenliefhebber wordt wel eens geconfronteerd met stoffig voer. Hiervoor kunnen verschillende oorzaken zijn. In de fabriek wordt het voer geborsteld met speciale borstels. Maar die kunnen ook een keer versleten zijn. Net als de bezem thuis. Dan moeten de borstels vervangen worden. Wordt dat een keer vergeten, dan heb je dus meer stof in je voer. Er zijn fabrikanten die het voer besproeien met een parafine. Soms met een geurtje zoals eucalyptus of anijs. Het voer ruikt dan lekker fris maar het is onnatuurlijk. Het bindt de stof aan de voerkorrels en dan zie je dat niet in de zak zitten. Het zit echter wel aan het voer geplakt. Wanneer na enige tijd de olie is uitgedroogd heb je het stof alsnog in de zak liggen.  Ook gaat het besproeien van het voer met olie ten koste van de kiemkracht. In de kiem zitten 3 x zoveel vitamines, mineralen en sporenelementen als in de rest van de korrel, dus verlies van kiemkracht komt de voedingswaarde niet ten goede. Andere oorzaken van stoffig voer zijn ongedierte in het voer. Besmetting met voermijt ziet er ook als stof uit, maar als je goed kijkt zie je dat het leeft.

De opslagruimte
Sla het voer altijd op een droge, koele, stofvrije en mogelijk donkere plaats op en sluit open zakken altijd goed af. Indien je geen koele droge plaats kunt vinden, is het verstandig het voer in een goed ventilerende ruimte te plaatsen.  Als je 2 kleine raampjes tegenover elkaar een heel klein beetje loszet, ontstaat er een luchtstroom (tocht) waar mijten een enorme hekel aan hebben. De eitjes ontwikkelen zich dan niet of nauwelijks. Regelmatig de voerton schudden of draaien om het voer te ontluchten is aan te bevelen.

Voer
Mijn eerste advies met betrekking tot voeren is dat je het zo eenvoudig mogelijk moet houden. Begin niet meteen met allerlei ingewikkelde voersystemen, want dat is echt niet nodig. Natuurlijk kun je door op een bepaalde manier te voeren de vorm/conditie van de duif beïnvloeden. In duivenmelkersjargon heet dat “naar een vlucht toebrengen” en ze op het juiste moment laten “pieken”,  maar dat is voor de beginner of herstarter nog een brug te ver. Houd het zeker de eerste paar jaar zo simpel mogelijk. Op mijn website staat een eenvoudig voerschema van de bekende voedingsadviseur Willem Mulder voor tijdens het vliegseizoen. Gebruik dit als richtlijn, dan kun je je geen buil vallen. Het belangrijkste is echter dat het kwaliteitsvoer is, met gezonde granen en zaden. In sommige reportages wordt wel eens schreven dat de goedkoopste zak voer goed genoeg is. Dat mag dan voor die betreffende liefhebber zo zijn, maar mijn dringend advies is om daar beslist niet naar te luisteren. Je hoeft ook zeker niet het duurste voer te kopen, maar koop wel voer van een goede firma.

Voer altijd voldoende. Beslist niet te krap voeren! Als de duiven geen aandacht meer voor het voer hebben, kun je het weghalen. Op de dag van inkorven voer je voor een korte vlucht (minder dan 4 uur vliegen) een beetje minder dan normaal en op een zware vlucht (meer dan vier uur vliegen en vluchten met moeilijke omstandigheden als kopwind en regen) en bij 2 nachten mand voer je een beetje meer dan een normale portie.  Na een pittige vlucht hebben de duiven natuurlijk meer honger dan normaal. Ze hebben immers veel langer gevlogen dan tijdens een dagelijkse training. Voer daarom na de vlucht gerust een beetje meer. Of laat het voer een uurtje staan. Het is van belang dat de duiven tijdens de week voldoende vetten opslaan om de komende vlucht ook op tijd thuis te kunnen komen. Te weinig energie in de tank zorgt altijd voor problemen. Om te voorkomen dat je te veel of te weinig voert voor een vlucht, kun je het programma van Willem Mulder gebruiken dat op mijn website staat.

Vooral in de wintermaanden en op hokken waar de duiven niet loskomen kom ik nogal eens moddervette duiven tegen. Dat kan komen door te veel te voeren of een voermengeling te gebruiken die teveel koolhydraten en eiwitten bevat. Het spreekt vanzelf dat dit te allen tijde voorkomen moet worden. Het toevoegen van een klein percentage gerst of paddy is ook een goede graadmeter of je voldoende voert. Ze laten deze granen als eerste liggen en dan zit je dichtbij het punt dat de meeste duiven voldoende voer hebben gehad.

De start met jonge duiven
Ik ga er gemakshalve van uit dat je start met jonge duiven. Het verstrekken van een jonge duivenmengeling is dan prima. Alle bekende merken hebben wel een mengeling specifiek voor jonge duiven. Je mentor zal je hier vast in kunnen adviseren. Ook voor wat betreft het aantal malen voeren zou ik luisteren naar degene van wie je de duiven hebt en je mentor. Het moet natuurlijk wel in te passen zijn in je eigen dagritme. Over voeren valt nog heel veel meer te zeggen, maar ik ben geen voedingsdeskundige en beperk me in deze column tot de hoofdzaken. Ik zou iedere beginner en herstarter daarom ook willen adviseren om de artikelen van de voedingsdeskundige Willem Mulder te lezen waarnaar ik hierboven al verwees. Op mijn website heb ik bovendien een link naar zijn boek “Voedingsadviezen voor uw postduiven” geplaatst.

Voeren uit de hand, op de grond, in een voerbak of silo?
Er zijn vele manieren om de duiven te voeren en aan elke manier zitten voor- en nadelen. Allereerst moet de manier van voeren bij jou en je agenda passen. Dat geldt met name voor het aantal malen dat je per dag voert. Twee maal per dag is het meest gebruikelijk maar een liefhebber die lange dagen van huis is voor zijn werk, kan er voor kiezen om éénmaal per dag te voeren.  En ook het voeren in silo’s komt nogal eens voor bij mensen die voor hun werk soms twee of meer dagen van huis zijn. Er zijn verschillende silo’s in de handel. De meeste liefhebbers voeren op de vloer of in voerbakken (hout, metaal, kunststof). Door op de vloer te voeren kan dit worden besmet door uitwerpselen wat kan leiden tot de verspreiding van ziekteverwekkers en daardoor gezondheidsproblemen veroorzaken. Veel hokken hebben tegenwoordig roosters. Om verspilling van voer te voorkomen zet je de voerbak op een voerplaat met een omranding. Ook kun je ervoor kiezen om ze op die voerplaat te voeren. Na het voeren de voerplaat schoonmaken en aan de wand hangen is dan wel aan te raden. Door voerbakken te gebruiken, wordt het voedsel beschermd tegen direct contact met de grond, waardoor het risico op besmetting wordt verminderd. Wanneer je in bakken voert verdient het aanbeveling om deze regelmatig schoon te boenen. Houten bakken geven nogal eens problemen, vooral als men olie met een supplement aan het voer plakt wat schimmels aantrekt.

Tot zover het verhaal over voer. Volgende keer iets over water.

Basis duivensport

Hoe te beginnen? (8) – Voer, water, grit en mineralen

Reacties vorige columns
Alvorens over te gaan op het volgende onderwerp, vat ik eerst de reacties en vragen samen die binnenkwamen op de vorige column die handelde over voer en voeropslag.

Enkele lezers vroegen zich af wat er verstaan wordt onder een korte of gemakkelijke vlucht en een langere of zwaardere vlucht. Aan het verloop van het concours kun je afmeten of het een gemakkelijke of een zware vlucht was. Je kunt hierbij kijken naar de tijd die het concours open staat. De daadwerkelijke afstand zegt soms helemaal niets over de zwaarte van de vlucht. Een vlucht van 200 km met een concoursduur van 10 minuten is een gemakkelijke vlucht. Als een vlucht met dezelfde afstand een concoursduur kent van 45 minuten en langer is deze vlucht niet meer gemakkelijk te noemen. Als het concours gedaan is, is immers nog 2/3 van de duiven onderweg waarvan meestal een deel pas in de loop van de dag arriveert.  Aan de manier waarop de duiven thuis komen is eveneens af te lezen of de duiven het gemakkelijk of juist moeilijk hebben gehad.

Ook stelde iemand de vraag of het na een moeilijke vlucht niet beter is om een paar uur later pas te voeren omdat hij geconstateerd had dat de duiven na thuiskomst vaak wel veel dorst hebben, maar niet naar het voer omkijken. Ik zou de keuze aan de duif laten, dus altijd direct wat voer beschikbaar stellen. Vaak zie je ook dat bij thuiskomst de behoefte aan grit en mineralen groter is dan aan voer, dus ik adviseer altijd om behalve te voeren ook sowieso te zorgen voor voldoende vers grit en mineralen bij thuiskomst.

Verder kwamen er diverse tips binnen waar goede en niet te dure voertonnen te koop zijn, zoals; Action, Welkoop, Dierencompleet.nl en Voertonnen.nl. Ook wees iemand me er op dat sommige voerhandelaren beginnende liefhebbers wel eens een gratis ton of bak met het logo van hun bedrijf er op willen geven. Dat hoeven niet speciaal bakken of tonnen voor duivenvoer te zijn uiteraard.

Water
Water speelt een cruciale rol in het functioneren van het lichaam van mens en dier. Het is essentieel voor verschillende lichaamsprocessen, zoals het transport van voedingsstoffen en zuurstof, het reguleren van de lichaamstemperatuur en het verwijderen van afvalstoffen. Toch zijn veel mensen zich er niet van bewust hoe groot het belang is van de kwaliteit van het water dat we aan de duiven verstrekken. De meeste liefhebbers verstrekken kraanwater aan hun duiven. Dit is veilig omdat de overheid eisen stelt waaraan het drinkwater moet voldoen. De drinkwaterbedrijven zijn gebonden aan de drinkwaterwet en het drinkwaterbesluit. Van elke chemische stof en micro-organisme is vastgesteld wat de maximale hoeveelheid mag zijn per liter water. Er zijn ook liefhebbers die de duiven water uit een nabijgelegen sloot geven of die een grondwaterpomp in hun tuin hebben geslagen en hun duiven dit water verstrekken. Dit is niet geheel zonder risico daar dit water nogal eens te veel zout of ijzer of andere schadelijke stoffen bevat. Denk maar eens aan het landbouwgif wat geleidelijk in het grondwater terecht komt. Dus verstrek je je duiven grondwater, is het verstandig om dit water jaarlijks te laten controleren, zowel op chemische stoffen als op bacteriën.

Zuurgraad (pH)
De pH van drinkwater verwijst naar de zuurgraad van het water. Het is een maatstaf die aangeeft hoe zuur of basisch het water is op een schaal van 0 tot 14. Een pH-waarde van 7 wordt beschouwd als neutraal, terwijl lagere waarden duiden op zuur water en hogere waarden op basisch water (ook wel alkalisch water). Het Nederlandse kraanwater heeft een pH-waarde tussen de 7 tot 8,5. De pH waarde verschilt per regio en kan ook kan per dag verschillen. Omdat door het drinken van water met een lagere zuurgraad (pH waarde rond de 5,5) ziekteverwekkers minder kans krijgen om zich te vermeerderen, wordt door veel liefhebbers de zuurgraad van het drinkwater verlaagd door er een zuur product aan toe te voegen. Naar mijn mening is dit prima om de bacterie en pathogenengroei (zoals het geel) in de krop te verlagen.  Er zijn talloze middelen op de markt die de zuurgraad van het water verlagen tot wel 2.0. Overigens is lang niet iedereen zich er van bewust dat ook bepaalde voedingssupplementen de zuurgraad van het water verlagen, zodat het nogal eens gebeurt dat er twee producten in de drinkbak worden gedaan die beiden de zuurgraad verlagen. Wees voorzichtig met het verzuren van het drinkwater. Als het water te zuur is, kan dit leiden tot een verstoorde spijsvertering, verschrompeling van de organen en een verminderde opname van voedingsstoffen. Dit kan op zijn beurt leiden tot minder energie, een verzwakt immuunsysteem en een verhoogd risico op ziekten. Wanneer je van plan bent om het drinkwater te verzuren is het belangrijk om de zuurgraad van het water te weten voordat je er iets aan toevoegt. Want de aanbevolen hoeveelheid op de fles kan wel eens veel te veel zijn. Verzuur het water niet meer dan twee keer per week en maak het water niet zuurder dan een pH van 5. De zuurgraad kun je meten met pH-strips (lakmoes) strips. Dit zijn stukjes papier die van kleur veranderen afhankelijk van de pH-waarde van het water. Ze zijn te koop bij bijna alle drogisterij ketens. Ook zijn er pH meters in de handel.

Waterontharders / Vitalisatoren
De hardheid van water (wordt afgemeten aan de hoeveelheid calcium en magnesium die het water bevat) heeft vrijwel geen effect op de gezondheid van mens en dier. Een waterontharder aanschaffen zal dus waarschijnlijk geen positieve invloed hebben op de conditie van je duiven. Iets anders ligt het met gebruik van een Aqua-Vitaliser. Middels een specifieke technologie wordt de kwaliteit van kraanwater verbeterd waardoor het de kwaliteit van bronwater krijgt. Oorspronkelijk bronwater is energetisch zuiver en is vrij van schadelijke trillingen. Daardoor werkt bronwater veel beter voor het lichaam van mens en dier. Volgens diverse onderzoeken is niet alleen de zuiverheid, maar ook de bio-energetische waarde van water van groot belang voor de gezondheid. Aan water dat gezuiverd is d.m.v. een Aqua-Vitaliser worden vele positieve eigenschappen toegedicht. Willem Mulder heeft hier een interessant artikel met de titel Vitaal Water over geschreven dat ik op mijn website heb geplaatst.

Drinkbakken
De meest gebruikte drinkbakken zijn van plastic. Plastic drinkbakken zijn er van 2, 3, 5 en 8 liter. Ook zijn er drinkbakken van steen, maar voor zover mij bekend zijn die er alleen van 1,5 liter. Er zijn liefhebbers die van mening zijn dat stenen drinkbakken beter zijn, maar of dat echt zo is? Wel is de plaats waar je de drinkbak neerzet van belang. Zet de drinkbakken zo neer dat het drinkwater zo min mogelijk wordt vervuild. Het beste is de drinkbakken op een verhoging te plaatsen. Het verdient aanbeveling om dagelijks het water te verversen en minimaal 1 x per week de drinkbak desinfecteren. Er zijn natuurlijk voorbeelden van liefhebbers die hun drinkbakken zelden verversen en alleen het water aanvullen. Maar zeker voor beginners die nogal eens duiven van verschillende hokken bezitten is dit een methode die ze beter niet kunnen toepassen.

Drinknippels
Ook zijn er drinksystemen in de handel. Deze worden voornamelijk in de pluimvee industrie gebruikt, maar er zijn ook duivenliefhebbers die een drinksysteem hebben aangelegd. De duiven drinken dan via drinknippels, druppel voor druppel. Voordeel is dat het drinkwater altijd schoon is, dus er is geen besmetting met ziekteverwekkers mogelijk via het drinkwater. Ik zie het niet zo vaak, maar degenen die het gebruiken zijn er zeer te spreken over.

Bad
Het belang van minimaal 1 x per week een bad wordt nog wel eens onderschat. Middels het bad kan de duif zich ontlasten van vuil, veerstof en huidschilfers en het is dan ook noodzakelijk voor het behoud van een kwalitatief goed verenpak. Een duif met een vuil, stroef en beschadigd verenpak zal meer energie nodig hebben om het tempo bij te houden van duiven met een schoon, zacht en compleet verenpak. Het is niet voor niets dat in de schaats- en wielersport zoveel aandacht is voor verlagen van de luchtweerstand onder andere door aanpassingen aan de kleding.

Een duif besteed ook veel tijd aan het verzorgen van zijn verenkleed. Met hun snavel zijn ze voortdurend in de weer om hun veren te verzorgen. Niet alleen verwijderen ze met hun snavel vuil tussen hun veren vandaan, maar ook smeren zij vet uit hun stuitklier over de veren. Deze stuitklier bevindt zich aan het eind van de rug waar de staart begint en produceert een vettige substantie. Dit smeersel zorgt er voor dat hun pluimen waterafstotend, stevig en slijtvast blijven. Daarnaast kleeft hierdoor het poeder dat van de dekveren en donsveertjes afkomt aan de veren. Dat poeder speelt net als het vet een belangrijke rol bij de waterafstotendheid van het verenpak. Wanneer de kans bestaat dat de duiven tijdens de vlucht regen zullen tegenkomen, is het niet verstandig om korter dan twee dagen van te voren nog een bad te verstrekken. Het beschermlaagje van vet en poeder wordt door het bad deels verwijderd en er is gemiddeld zo’n twee dagen nodig om een nieuw beschermlaagje op te bouwen.

Wanneer de duiven gezond zijn zullen ze graag een bad nemen. Als er op het badwater een laagje olieachtig, wit poeder achterblijft, is dat een indicatie dat de duiven gezond zijn. De drang om te baden is afhankelijk van het weer. Duiven nemen vooral graag een bad bij regenachtig of vochtig weer, ongeacht de temperatuur, dus ook midden in de winter. Om infectiegevaar tegen te gaan, is het raadzaam om het vervuilde water onmiddellijk na het baden te verwijderen.

Er is veel geschreven over de  nut en noodzaak van toevoegingen aan het badwater. Een noodzaak om badzout of een aanverwant product toe te voegen aan het badwater is er niet. Het kan wel nuttig zijn om luizen en mijten te bestrijden die zich op de duif bevinden. Met één grote eetlepel zout en een half kopje azijn op 10 liter water bereik je hetzelfde resultaat.

Wordt vervolgd.

Basis duivensport

Hoe te beginnen? (9) – Voer, water, grit en mineralen

Reacties vorige columns
De vorige column met als onderwerp water werd zeer positief ontvangen. Diverse appjes in de trant van “Interessant”, “Hier had ik nog nooit bij stil gestaan”, “Fijn dat je dit onderwerp behandelt”, maar ook enkele liefhebbers die aangaven dat ze dit ingewikkelde materie vonden. Iemand schreef dat hij zich afvroeg of begrippen als de hardheid, zuurgraad en energetisch zuiver water niet te ver gaan voor een starter. Moet een duivenliefhebber daar allemaal rekening mee houden vroeg hij zich af. Naar mijn mening heeft de liefhebber die daar wel rekening mee houdt een streepje voor op hen die dat niet doen en zeker op de liefhebbers die fouten maken met het aanzuren van het water. Want neem van mij aan dat hier veel fouten mee worden gemaakt. De meeste duivenliefhebbers hebben geen idee hoe het precies zit met het aanzuren van water en volgen blindelings de fabrikant of een clubgenoot.

Grit
Alleen maar voer en water verstrekken is niet voldoende om de duiven in een optimale gezondheid te brengen en houden. Een ander belangrijk onderdeel van de gezondheidszorg is het verstrekken van voldoende vers grit. Grit is een mengsel van  diverse soorten kleine steentjes waaronder roodsteen en kiezel, stukjes van zee- en oesterschelpen en houtskool. De samenstelling van een zak grit varieert heel sterk per fabrikant, maar ook de fabrikanten van gritmengsels brengen verschillende varianten op de markt. Er wordt ook nog wel eens anijs aan toegevoegd voor een aantrekkelijke geur. Daarnaast zijn er ook de zogeheten bakken allerhande, waarin naast het standaard gritmengsel soms ook mineralen als Pyriet en Magnetiet zijn toegevoegd.  De gemalen oesterschelpen in het gritmengsel bevatten veel calcium wat een zeer belangrijk mineraal is. Denk bijvoorbeeld aan het skelet dat grotendeels uit calcium bestaat, net als de eierschalen. De kiezelsteentjes in de gritmengelingen zijn noodzakelijk om het voedsel te vermalen. Ook mede daarom is grit een essentieel onderdeel van de voeding omdat de maagkiezel in het grit bijdraagt aan een optimale vertering van het voedsel.

Mineralen
Net zo essentieel voor de gezondheid van de duif als voeding, water en grit zijn de mineralen die deel uitmaken van het lichaam van de duif of in het lichaam voorkomen. Dit zijn dus niet alleen de mineralen die standaard deel uitmaken van het gritmengsel. De belangrijkste mineralen die in het lichaam van de duif voorkomen zijn calcium, fosfor, kalium, zwavel, chloor, natrium en magnesium. Ze leveren de bouwstenen voor het gehele lichaam, van veren tot botten, van bloed tot maag- en darmsappen en van sperma tot kropmelk, etc. Omdat in elk duivenvoer een tekort is aan calcium, moeten we ervoor zorgen, dat er altijd meer calcium in een mineraalmengsel zit dan fosfor. Dus het mag duidelijk zijn dat een tekort aan mineralen grote gevolgen heeft voor de ontwikkeling, de gezondheid en de vliegprestaties van de duif. Mineralen mogen dan ook nooit ontbreken op het duivenhok.

Overig
Andere zaken die onder de noemer grit en mineralen gerangschikt kunnen worden zijn piksteen of pikkoeken. Piksteen of pikkoeken bevatten voornamelijk veel klei/leem. Hier zijn vele soorten van in omloop. Mijn voorkeur gaat uit naar de grijze in plaats van de roze. De roze eten de duiven misschien iets liever omdat deze wellicht wat meer zout bevat. Maar de grijze bevat meer leem. De leem werkt reinigend , d.w.z. ze bindt afvalstoffen, toxinen en ziektekiemen die zodoende via de mest het lichaam verlaten.
Een ander kleiproduct is groene leem of groene klei. Deze klei bevat enorm veel mineralen, waarvan kiezelzuur (silicium) het belangrijkste is. Daarnaast bevat het magnesium, zwavel, ijzer, calcium, natrium en zink. Ook is groene klei een effectief middel bij dunne mest. De klei vormt namelijk een beschermlaagje op de binnenwand van de geïrriteerde darmen.
Omdat zowel leem als groene klei een sterk absorberend vermogen heeft kan het de werking van medicatie verminderen. Dus deze producten nooit verstrekken gelijktijdig met een kuur!

En dan nog dit

  • Grit en mineralen kan in glazen of stenen potjes worden verstrekt, of over het voer in de voerbak. Niet in metalen bakken, omdat de leem zich kan binden aan het metaal.
  • Er bestaan veel misverstanden over grit. Duidelijk mag zijn dat het op geen enkel duivenhok mag ontbreken. Het is net zo noodzakelijk als voer.
  • Grit trekt stof aan en mineralenmengsels vocht. Beiden is onwenselijk dus altijd vers verstrekken en nooit langer dan maximaal drie dagen laten staan. Beter is elke dag een paar handjes vers verstrekken tijdens het voeren.
  • Extra zout in de vorm van blokken of in potjes is doorgaans teveel van het goede, bovendien trekt zout vocht aan. Daarnaast zit er ook al veel zout in piksteen.
  • Lees ook het uitgebreide artikel van Willem Mulder op mijn website over grit, mineralen en klei. In dit artikel wordt nog wat dieper op deze belangrijke materie ingegaan!

Wordt vervolgd.

Basis duivensport

Hoe te beginnen? (10) – Tot slot

Met deze column ben ik aangekomen bij het laatste deel van de serie “Hoe te beginnen”. Deze serie was bedoeld als een soort van handleiding voor beginners.  Uit de reacties die ik ontvang lijkt dit doel geslaagd. Ik sluit deze serie af met een aantal supplementen die naar mijn mening waardevol zijn, mits ze op gepaste tijden worden verstrekt. Hiermee bedoel ik dat deze supplementen alleen dan verstrekt dienen te worden wanneer de duiven hier behoefte aan hebben. Hieronder zal bij het desbetreffende supplement worden vermeld in welke periode het nuttig kan zijn om te verstrekken. Overigens brengen vele firma’s soortgelijke producten op de markt. Alvorens op het onderwerp supplementen over te gaan eerst de reacties op de vorige column.

Reacties vorige column
Verschillende liefhebbers gaven aan dat ze van de losse potjes met grit en mineralen zijn afgestapt. Waar ze voorheen altijd een restant moesten weggooien, wordt nu ze dit tegelijk met het voer verstrekken, vrijwel alles opgegeten. De wijze van verstrekken met het voer is doorgaans een potje of drinkbakje van het grit en mineralenmengsel door een kilo voer mengen, al dan niet aangeplakt met een olie of Roosvicee. Wat bij sommige liefhebbers in bepaalde periodes nog wel eens blijft liggen is roodsteen. Dat is echter geen probleem. In deze sluit ik me aan bij Willem Mulder, die meerdere malen heeft aangegeven dat het eten van veel roodsteen vaak wijst op stofwisselingsproblemen, te eenzijdig voeren of te weinig voeren (vooral in de winterperiode). Wanneer je regelmatig groene klei verstrekt is roodsteen overbodig, maar roodsteen zit nu eenmaal bijna standaard in de meeste kant en klare grit en mineralenmengsels.

Ook kwamen er vragen over de juiste samenstelling van een grit en mineralenmengsel. Iemand vroeg of er een lijst bestond waarop alle mineralen staan die een duif nodig hebben. Ik verwijs in dit verband nogmaals naar het artikel van Willem Mulder dat ik op mijn website heb geplaatst “Mineralen voor de kweek en ruiperiode”. Onderaan in dat artikel geeft Willem een opsomming.  Ik adviseer daarnaast om altijd de etiketten van de verschillende zakken en emmers goed te lezen en zeker niet altijd voor het goedkoopste product te gaan.

Producten met dierlijke eiwitten
In de jaren zeventig en tachtig ving ik veel wilde en verwilderde duiven op kerktorens, in leegstaande oude panden en onder bruggen. Opvallend vond ik destijds dat deze duiven vaak in een bijzonder goede conditie verkeerden. Het viel me daarbij op dat al de gevangen duiven die in een goede conditie verkeerden een soort van “wilde blik” in hun ogen hadden. De oogkleur was intenser dan die van de eigen postduiven. Een oudere duivenmelker die een echte natuurkenner was, vertelde mij dat volgens hem dierlijk eiwit de oorzaak was van de goede conditie en die felle blik in de ogen. Dierlijke eiwitten die ze binnenkregen door het eten van slakjes, torretjes, rupsjes, pissebedden en andere insecten. Duiven hebben vooral in de kweek- en ruiperiode een behoefte aan dierlijke eiwitten. Zouden ze open hok krijgen zullen ze net als hun wilde en verwilderde soortgenoten in die periode op zoek gaan  naar insecten en slakjes om in hun behoefte aan dierlijke eiwitten te voorzien. Nu nog maar weinig liefhebbers hun duiven open hok kunnen of willen geven, worden er tijdens de kweek- en ruiperiode door veel liefhebbers supplementen verstrekt die dierlijke eiwitten bevatten. De snel groeiende jongen hebben niet alleen erg veel, maar vooral ook zeer hoogwaardige eiwitten nodig. En dat geldt ook voor duiven in de rui. In beide periodes moet het lichaam in een hoog tempo immers veren aanmaken. Zonder merknamen te noemen wil ik hier wel twee producten noemen die zeer beslist een goede aanvulling zijn op het duivenvoer inclusief grit en mineralen en dat zijn eivoer en tovo. Deze supplementen zijn van diverse fabrikanten te koop.

Eivoer
Willem Mulder geeft in één van zijn artikelen aan dat eivoer doorgaans geen ei bevat maar wel een veelheid aan andere ingrediënten als beschuitmeel, biscuit, sojameel, garnalen, hennep, onkruidzaad, lijnzaad, honing, granen, negerzaad, zaden, suiker, honing, mineralen, oliën en vetten, plantaardige eiwitproducten, vruchten , gist en soms ook wel insecten of miereneieren. Kennelijk zitten er ingrediënten in waaraan duiven in bepaalde periodes een grote behoefte hebben. Mijn ervaring is dat in de periode dat er door de duiven pap wordt aangemaakt (vanaf ongeveer 12 dagen broeden) tot en met een leeftijd van de jongen van rond de 14 dagen het eivoer graag en veel wordt gegeten. Buiten deze periode is er veel minder behoefte aan, behalve van duiven die enkele dagen na een zware vlucht totaal leeg gevelogen terugkomen. Vanuit hun natuurlijk instinct willen de duiven  in de opfokperiode alles aan de jongen geven wat de groei optimaal bevorderd. Zou je ze open hok geven, dan laten ze meteen het eivoer voor wat het is en zoeken ze op het land de al reeds genoemde slakjes, torretjes, rupsjes, pissebedden en andere insecten.

Tovo
Wat de exacte samenstelling van Tovo is verschilt per fabrikant. Op de verpakking wordt meestal aangegeven dat er bakkerijproducten, suiker, honing, granen, oliën, vetten, mineralen en zaden in zijn verwerkt. Ook staat er bij sommige merken op dat dit product dierlijke eiwitten bevat, dat zou dan kunnen verwijzen naar insecten. En net als met eivoer geldt dat de duiven dit bepaalde periodes graag eten, ook vooral in de kweekperiode en ruiperiode. Veel dagfond- en marathonspelers geven Tovo ook een paar dagen voor het inkorven. Er wordt dan gezegd dat men dit doet om ze extra vetten en eiwitten mee te geven, maar volgens Willem Mulder bevat Tovo niet overdreven veel eiwitten en vetten, namelijk ruw eiwit 14,3% en ruw vet 7,3%.

Vitalith
Het vroegere Rodivit en later Vitalith ontbrak decennia lang op weinig hokken. Het bevatte mineralen en voedingsstoffen die duiven gewoonlijk in de natuur (het veld) zoeken. Veel liefhebbers probeerden jarenlang hun duiven (vaak vergeefs) van het veld te houden. Een producent als Beaphar propageerde dat het met veldvliegen gedaan zou zijn als er Rodivit en later Vitalith op het hok stond. En de duiven aten het graag. Echter medio 2023 is deze producent gestopt met de productie van Vitalith omdat zij zich binnen het vogelvoedingsassortiment niet meer op duiven richten, maar zich meer zijn gaan concentreren op voeders en supplementen voor kooi- en volièrevogels zoals kanaries, parkieten, tropische vogels en papegaaien. Maar er zijn alternatieven genoeg. Even met google zoeken op de trefwoorden veldvliegen, voorkomen en duiven. Volgens Willem Mulder zat er in Vtalith veel gemalen roodsteen. Omdat  roodsteen vaak tegen de grens aan zit van de hoeveelheid zware metalen die voedingsmiddelen mogen bevatten, zoals kwik, lood, cadmium etc. wordt het vaak afgekeurd.

Vitamines
Degenen die regelmatig de reportages van kampioenen en vluchtoverwinnaars uitpluizen zullen zich geregeld afvragen of al die producten die bij verschillende liefhebbers door het water en het voer worden gemengd allemaal wel nodig zijn. Het antwoord is simpel nee. Er wordt doorgaans veel te veel aan voedingssupplementen gegeven. En dat geldt mijn inziens nog meer voor vitaminen. Vooral van het toedienen van extra vitamine B worden soms wonderen verwacht. Ik krijg er dan ook dikwijls vragen over. Ik verwijs ook hier naar de expert. Van vitamines gaan duiven niet hardere vliegen schreef Willem Mulder eens. Volgens hem hebben duiven die een goede uitgebalanceerde voermengeling krijgen, aangevuld met een goed grit en mineralenmengsel geen extra vitamines nodig. Maar na een zeer zware vlucht kan een vitamine B-complex wel zijn nut hebben voor herstel van de stofwisseling. Deze B-vitamines zitten overigens in ruime mate in biergist en bakkersgist en om die reden wordt deze producten al decennia lang door velen aan postduiven verstrekt.

De bovenstaande opsomming supplementen is bij lange na niet compleet. Er zijn diverse soorten olie, producten met schapenvet, kruidendranken, zuren, thee, pinda’s, geperste korrels van diverse makelij en ik vergeet vast nog wel wat, op de markt. Maar voor alles geldt echter dat overdaad schaadt. Wees je goed bewust van wat je je duiven voorschotelt! Hebben ze het echt nodig? Iedere duivenliefhebber zou zich bewust moeten zijn wat hij of zij aan de duiven geeft en vooral met welk doel.

Hoe verder
In de volgende reeks columns onder de titel  “Eenmaal begonnen, maar dan?” zal ik een selectie maken van de meest basale zaken waar de beginner en de iets meer gevorderde duivenliefhebber   tegen aanloopt. Alle mailwisselingen van de afgelopen 15 jaar heb ik bewaard en daaruit zal ik de meest voorkomende vragen destilleren en daar vervolgens een column aan wijden.

Nico van Veen