06-05-2012 Daan Mooijweer - Vollenhove / Jeugd en Duivensport (3)Omdat ik de afgelopen weken verschillende artikelen voorbij heb zien komen in het Spoor en op internet over de moeilijkheden waar jeugdige duivenliefhebbers tegenaan lopen, vond ik het weer eens tijd worden om een jeugdlid aan het woord te laten in een column/minireportage op mijn website. Martin van Zon schreef in een tweetal artikelen in het Spoor aan de hand van een voorbeeld, waarom hij van mening is dat de zelfstandige jeugd niets te zoeken heeft in de duivensport. De redenen die hij hiervoor geeft zijn dezelfde zaken die ik zelf ook beschreven heb in mijn eerdere twee artikeltjes over dit onderwerp, zoals de afhankelijkheid van steun van ouders of andere familieleden zowel financieel als bij de verzorging en de grote kans op frustratie. Martin heeft hier dan ook zeer zeker een punt. Meer dan vroeger is de beginnende jeugd aangewezen op hulp, wil hij of zij succes oogsten. Maar gelukkig zijn er nog genoeg senior liefhebbers die een beginnend jeugdlid die hulp willen bieden, naast de financiële hulp die deze jeugdige liefhebbers van hun ouders krijgen c.q. nodig hebben. Tijdens een tafelkeuring bij PV Flevopost in Vollenhove maakte ik kennis met zo’n jeugdlid die gelukkig op veel steun kan rekenen van ervaren liefhebbers uit zijn club. Het betreft Daan Mooijweer eveneens uit Vollenhove. Daan is 15 jaar oud en is pas sinds oktober 2011 zelfstandig met duiven begonnen. Op deze tafelkeuring deed Daan ook mee met een paar gekregen duiven. Ik had de opdracht om uit de tentoon gestelde duiven de (in mijn ogen) beste twee duiven aan te wijzen. Mijn verbazing was achteraf zeer groot toen bleek dat van de drie beste duiven er twee van Daan bleken te zijn. Vooral ook al omdat de gemiddelde kwaliteit van de te beoordelen duiven zeer hoog was. Zo zat onder die 3 besten de Iris van G & J Bos die afgelopen jaar als 4e in de Europacup eindigde te Dortmund. Maar ook de Schalie die ooit 9e beste vitesseduif van Nederland in de WHZB competitie was bij de combinatie Dikken. Deze Schalie had de combinatie Dikken aan Daan gegeven. Wanneer een jeugdlid een dergelijke topper cadeau krijgt, heeft hij of zij het wel zeer goed getroffen met zijn clubleden. Maar Daan kreeg niet alleen de Schalie van de combinatie Dikken maar ook de winnende duif van mijn keuring genaamd “de Steek”. Dat zo’n jongen die net een paar maanden bezig is met de duivensport deze tafelkeuring won, vind ik heel mooi, maar ik vind het helemaal geweldig dat hij duiven van een dergelijk kaliber van een clublid heeft gekregen. Daarnaast had Daan van verschillende liefhebbers een aantal duiven te leen gekregen om jongen uit te kweken. Hieronder zat ook een dochter van deze “Steek”. Nadat Daan van deze duivin drie jongen had gekweekt, is die weer terug gegaan naar de combinatie Dikken. Dat Daan de duif goed verzorgd had bleek een paar weken geleden wel toen deze duivin een 6e in het ACG tegen 2300 duiven won.  Daan is een paar jaar geleden met de duivensport in contact gekomen door zijn overbuurman Jannes Belt. Tijdens een bezoekje aan deze liefhebber kwamen net de duiven van een vitessevlucht thuis. Dat vond Daan zo mooi dat hij vanaf die tijd regelmatig op zaterdag bij zijn overbuurman ging kijken. En zo is bij Daan het duivenvirus ontstaan. De eerste jaren bleef het bij het helpen verzorgen van de duiven van zijn buurman, maar gaandeweg wilde hij toch ook met eigen duiven aan de gang. Zo kwam er in het najaar van 2011 een tweedehands hok en kort daarop de eerste duiven. Zoals gezegd kwamen deze duiven vooral van de combinatie Dikken en van zijn buurman Jannes Belt. Daan beleeft veel plezier aan het verzorgen van zijn duiven en kijkt er naar uit dat hij over een paar maanden met de jonge duiven mee kan gaan doen . Stilletjes hoopt hij er op dat hij er in zal slagen dit eerste jaar meteen goed mee te gaan doen. Hij beseft wel dat hij in zo’n sterke vereniging met verschillende spelers die bij de afdelingskampioenen behoren, van goede huize moet komen om een kampioenschap te kunnen behalen. Maar hij zal in ieder geval zijn uiterste best gaan doen om zoveel mogelijk in de eerste helft van de uitslag te komen. Daan heeft de artikelen van Martin van Zon ook gelezen, maar hij kan zich moeilijk voorstellen dat hijzelf het bijltje er snel bij neer zal gooien. Wel ziet hij zelf ook in dat je als jeugdige liefhebber wel hulp moet krijgen van goed spelende liefhebbers en ook is financiële steun van je ouders noodzakelijk. Met de steun van zijn ouders zit het wel goed. Zijn vader betaalt het voer en de bijproducten. Zelf moet Daan de vluchten betalen. Ook springt zijn vader wel bij in de verzorging, bijvoorbeeld met het loslaten als Daan laat thuis is. Het komt de laatste tijd regelmatig voor dat zijn vader achter het huis naar de koppel duiven staat te kijken als deze hun rondjes draaien. Dus wellicht dat vader ook nog door het duivenvirus aangestoken wordt. Hij zal de eerste vader niet zijn die via een zoon of dochter in de duivensport is beland. Daan heeft de afgelopen 5 jaar een goede leerschool bij Jannes Belt gehad. Toen deze wegens ziekte en een operatie een tijdje was uitgeschakeld verzorgde hij geheel zelfstandig diens duiven, inclusief het inkorven en klokken. Toch heeft de duivensport nog genoeg geheimen voor hem en vindt hij het bijvoorbeeld best lastig om de duiven gezond te houden en ervoor te zorgen dat ze in de juiste conditie aan de start komen. Maar met de hulp van met name Niels en Harry Dikken en Jannes Belt zal hij dit ook vast wel onder de knie gaan krijgen. Behalve met goed te luisteren naar de eerdergenoemde liefhebbers en andere sterke spelers van zijn club probeert Daan ook zoveel mogelijk kennis te vergaren op internet via de websites van liefhebbers die sterk vliegen in de afdeling. Ook krijgt hij van zijn buurman “het Spoor” die hij grondig doorspit. Daan ziet de toekomst met vertrouwen tegemoet. En volgens mij is dit vertrouwen niet misplaatst. Met de steun van genoemde clubgenoten en een vader die steeds meer interesse in de duiven lijkt te gaan krijgen, acht ik de kans dat er voor Daan een toekomst is weggelegd in de duivensport redelijk groot.
21-04-2012 Hendrie Beelen - Harderwijk / Een herstart maken.2In mijn vorige artikel schreef ik over de ervaring van een herstarter in de duivensport. Die zijn er gelukkig redelijk wat en ik hoop zelf dat er nog een flink aantal bij gaan komen. Of dat inderdaad gaat gebeuren is de vraag. Maar wanneer er meer initiatieven worden ontplooid om herstarters binnen te halen, schat ik in dat er de komende jaren vanuit deze groep wel nieuwe aanwas is te verwachten. Deze keer weer een herstarter in beeld. Het betreft Hendrie Beelen uit Harderwijk. Als voormalig lid van de combinatie Beelen voor velen geen onbekende naam. Vooral in de fondwereld zal bij een aantal mensen wel een lampje gaan branden bij deze naam. Hendrie is 57 jaar en vanaf 2000 actief als duivenmelker. Hij heeft 10 jaar in combinatie gevlogen met zijn neef Henk. Deze combinatie was tussen 2004 en 2010 zeer succesvol, met als hoogtepunten in 2007 de 1e NPO Brive, de 1e nationaal Tarbes en een 2e NPO Orleans,. Daarnaast eindigden ze als 5e in de fondspiegel in 2009 en als 6e in 2010. In dat laatste jaar werd ook nog een 28e nationaal Perigeux gewonnen. Voor Hendrie kwam de beslissing van zijn neef om met de duiven te stoppen als een volslagen verrassing. Voor hem was stoppen met de duivensport absoluut niet aan de orde. Hendrie die door zijn neef in de duivensport was gerold (na een paar keer kijken als de duiven thuis kwamen sloeg het virus over) besloot dan ook om na de totale verkoop van de duiven opnieuw zelf te beginnen vanaf zijn eigen huisadres. Waar er bij zijn neef ruimte was voor een hok van 10 meter en met 30 nestkoppels, moet hij het nu doen met slechts 3 ½ meter hok en plaats voor 12 koppels vliegers (en een paar losse duivinnen bij de nestkoppels in). Ook qua tijd voor de verzorging moet hij een flinke stap terugdoen. Met z’n tweeën duiven verzorgen geeft veel minder tijdsdruk, dan wanneer je er alleen voor staat. Aangezien Hendrie al ’s morgens om 06.15 uur naar zijn werk moet, is het voor hem onmogelijk om de duiven meer dan één maal per dag te laten trainen. En ook wanneer hij om 16.30 thuis komt, kan hij niet direct alle tijd aan de duiven besteden vanwege huishoudelijke taken. Dus naast minder ruimte, is ook tijdgebrek voor Hendrie een grote belemmering om het optimale uit zijn duiven te kunnen halen. De duiven waar Hendrie en zijn neef Henk succesvol mee waren, stamden voor een groot deel af van duiven van Herman te Pas uit Ulft via Nico Mons uit Hierden. In het vroege voorjaar van 2011 zijn alle duiven totaal verkocht. Er zijn een flink aantal duiven naar het verre oosten vertrokken waaronder de stamvader 2. Maar Hendrie heeft gelukkig zelf nog de hand weten te leggen op 2 zonen van de stamvader 2 en heeft via liefhebbers die hun soort op de hokken hebben nog enkele nazaten terug gekregen. Door hiermee gericht te gaan kweken hoopt hij binnen een jaar of vijf weer aan de kop mee te kunnen gaan draaien. Hendrie beseft echter wel dat dit niet gemakkelijk zal zijn en is de komende paar jaar al heel tevreden met een aantal mooie uitslagen. Maar ook als het hem niet gaat lukken om de top weer te bereiken zal hij zich daarbij neerleggen. Zoals Hendrie zelf zegt; “Ik kan ook al enorm genieten van de thuiskomst van de duiven, zelfs van de laatste”. 
Er zijn wel een aantal overeenkomsten tussen de sportbeleving van Hendrie en die John van de Wildenberg, de herstarter waar ik het vorige stukje over schreef. Net als John heeft Hendrie voor de overnacht gekozen, omdat ook naar zijn mening op de kortere afstanden ligging en wind van veel te grote invloed zijn op het verloop van het concours. Verder is hij het met John eens, dat wie nog duiven houdt op de manier van 20 jaar terug, nergens meer komt. Hendrie is niet tegen de commercie in de sport want dat hoort bij de huidige tijd, maar commercie werkt wel misstanden in de hand en daar kan hij zich soms wel kwaad om maken. Waar Hendrie zich ook aan stoort is dat veel voorstellen die de duivensport ten goede zouden kunnen komen, vaak meteen weer worden afgeschoten door lieden die niet denken in het belang in van de gehele sport maar alleen aan hun eigen belang. De duivensport heeft volgens Hendrie alleen nog toekomst als we met zijn allen een bijdrage leveren aan het behoud van de sport. We moeten er dan ook met elkaar mee stoppen om overal tegenaan te schoppen, zoals bijvoorbeeld het kankeren op grote inkorvers. Hendrie is lid van PV de Eendracht in Harderwijk, een vereniging waar ik zelf van 1985 tot 1987 ook lid van ben geweest. In die tijd had deze club nog 115 leden. Inmiddels is dit aantal bijna gehalveerd. Hendrie kent een aantal van die ex-leden en ook de reden waarom zij de duivensport de rug hebben toegekeerd. Het betreft onder andere gezondheidsproblemen, ruimtegebrek, de hoge kosten, te weinig plezier in de sport tijd en tijdgebrek. Ik heb aan Hendrie gevraagd of hij deze mensen weer terug ziet komen als herstarter. Hij is hier wel positief over en verwacht er wel een aantal van terug als bijvoorbeeld hun kinderen de deur uit zijn. In combinatie vliegen zou voor velen een uitkomst zijn, maar dan moet je wel de juiste partner vinden en dat is niet altijd even gemakkelijk. Het grote voordeel is uiteraard dat je de kosten kunt delen en wat meer tijd over houdt voor andere dingen omdat je de taken kunt verdelen. Volgens Hendrie kan je de duivensport zo duur maken als je zelf wilt. In bijna elke vereniging zijn er wel mensen die een nieuwe liefhebber of herstarter willen helpen. Voor het aanschaffen van jonge duiven voor een schappelijke prijs kan een beginneling of herstarter vaak wel terecht bij goed spelende liefhebbers in de vereniging. Maar die hulp kan ook bestaan uit het bouwen van een hok bijvoorbeeld. Zo is Hendrie zelf opnieuw gestart met een hok dat door een paar clubgenoten is gebouwd. Een beginneling moet vooral veel vragen en goed luisteren naar de liefhebbers die al jaren hard spelen, zegt Hendrie. Daarnaast adviseert hij ook om veel te lezen en dingen uit te proberen. Tot slot nog enkele uitspraken van Hendrie: Er is in mijn ogen in de duivensport alleen nog maar ruimte voor specialisatie. We moeten stoppen met de generale kampioenschappen, want dat is alleen nog maar te doen voor mensen die om welke reden dan ook bij huis lopen. Houdt er als beginneling of herstarter rekening mee dat het niet eenvoudig is om op de uitslag te komen en laat je hoofd niet gelijk hangen als het je niet meteen lukt!
08 april 2012 John van de Wildenberg - Oss / Een herstart makenIn mijn vorige stukje haalde ik al aan dat ik regelmatig van herintreders hoor dat de duivensport erg veranderd is, waarmee dan vooral bedoeld wordt dat het een stuk moeilijker is geworden om op een mooie plaats van de uitslag te komen, dan pakweg 15 jaar of langer geleden. Eén van die herstarters die dit bij me aankaartte is John van de Wildenberg uit Oss. John is 48 jaar. In 1973 is hij als jongentje van een jaar of negen begonnen met duiven bij zijn vader. De vader van John had een café in Oss. Daar werden de duiven ingekorfd van één van de vele duivensportverenigingen die Oss in die tijd rijk was, de Julianapost. In 1983 is John zelfstandig met de duiven gaan vliegen, wat hij tot 1994 heeft volgehouden. Toen moest hij helaas stoppen vanwege zijn toenmalige werkzaamheden als internationaal chauffeur. Gedurende die periode heeft John verschillende mooie resultaten behaald zoals het winnen van de beker van de gemeente Oss op Orleans jonge duiven in 1991. Daarnaast werden veel kopprijzen gewonnen op zowel de vitesse, midfond, eendaagse fond als ook op de overnacht. Zo had John in 1992 drie duiven mee op Dax. Alle drie klasseerden ze zich bij de eerste 10 in de Kring Oss en bij de eerste 300 nationaal. Deze duiven waren deels Theelens en duiven afkomstig van Bram Kooij via Jan van de Heuvel uit Macharen. Van Jan van de Heuvel heeft John in die periode verschillende goede duiven bekomen. Dit waren voornamelijk Klakken. Daarnaast had hij ook Janssenduiven van Joop Beumer via Bennie Snoeks die ze daar rechtstreeks haalde. In de zomer van 2008 is John opnieuw begonnen met de duivensport. Hij kon van zijn plaatsgenoot Hans Nooijen bijna een hele ronde jonge duiven krijgen, zo’n kleine 30 stuks. Dat was de aanleiding om weer opnieuw te beginnen. In 2009 en 2010 kwamen daar duiven bij van Henk Dekkers uit Heesch en voor de overnacht van Cees van Grunsven eveneens uit Heesch uit duiven van Kouters en Anton van Haaren. In 2009 is John met de jongen beginnen te spelen. Sinds vorig jaar heeft John besloten om zich op fond te gaan specialiseren. De prijzen op de midfond zijn hem te snel verdiend en worden teveel door de wind en ligging bepaald. De concoursen op de eendaagse en overnacht vindt hij eerlijker. Op de lange trajecten vliegen de duiven niet meer in zulke grote groepen en moeten ze meer op eigen kracht zien thuis te komen. Dat spreekt hem meer aan en hij heeft zich voorgenomen om er alles voor te gaan doen om op die disciplines met de besten mee te kunnen komen.  John realiseert zich dat hij ten opzichte van 15 jaar geleden veel minder op zijn beloop kan laten. Zo heeft hij inmiddels ondervonden dat er veel veranderd is aan voeding en bijproducten. Er wordt veel zwaarder gevoerd met toevoegingen als pinda’s, kaas, schapenvet, olie, enz. De duiven worden veel meer getraind. Er wordt veel meer door de weeks met de duiven gereden en de duiven moeten nu vaak gedwongen trainen terwijl vroeger de nadruk juist lag op zoveel mogelijk rust. Als beginner en herintreder moet je goed kunnen observeren en luisteren, zegt John. Het is soms best moeilijk om er achter te komen wat de beste systematiek is, en wat de beste producten zijn. Je krijgt lang niet altijd antwoorden op je vragen. De meesten laten het achterste van hun tong niet zien en je wordt snel op het verkeerde been gezet. De strijd om de kampioenschappen is vooral voor de mensen die het oude stramien volgen al bij voorbaat verloren zegt hij. Veel ouderen berusten er gewoon in dat ze niet meer mee kunnen komen en hebben de strijdbijl begraven. Ze nemen genoegen met een paar prijsjes halverwege de uitslag. Dit geldt niet voor John. Hij wil die strijd wel aangaan. Hij typeert zichzelf als iemand die het karakter van een winnaar heeft: “Ik ga alleen voor het beste”. Dit betekent niet dat John duizenden euro’s voor duiven gaat uitgeven, of een ultramodern hok heeft laten neerzetten en hij gaat ook geen massa’s duiven houden. John probeert wel aan de beste duiven te komen door uitslagen te bestuderen en hij heeft zijn hok zodanig ingericht dat de invloed van weersomstandigheden zo klein mogelijk is en de duiven het er naar hun zin hebben en in vorm kunnen komen op die momenten dat John dit wil. Dat de duivensport veel professioneler is geworden en er door de kampioenen zo weinig mogelijk aan het toeval wordt overgelaten is John zeker niet ontgaan. Er ontgaat hem sowieso niet veel op duivengebied. Hij bezoekt de websites van verschillende liefhebbers op internet, leest de reportages over de kampioenen op de diverse duivensites en veel van de columnisten. Toch wordt hij zeker niet moedeloos als hij leest over liefhebbers met tientallen meters hok, met hokverzorgers in loondienst en de fulltime duivenmelker die de duivensport voor zijn beroep uitoefent en honderden jonge duiven meegeeft. Het is een ongelijke strijd, maar geen onmogelijke. Je moet realistische doelen stellen. Ook voor de serieuze kleinere liefhebber valt er nog genoeg te winnen zoals WHZB of TBOB, NPO overwinningen en TT vermeldingen. Maar dan moet je je wel richten op een specialisme of onderdeel dat bij jou en je mogelijkheden past. Het verbaast John niet dat de commercie zijn intrede in de duivensport heeft gedaan. Commercie is een kwestie van vraag en aanbod. Duiven kunnen een goede boterham voor een handelaar opleveren, dus zijn er uiteraard mensen die daar een graantje van mee willen pikken. John geeft aan dat die commercie er altijd al is geweest alleen op veel kleinere schaal. In 1989 kocht John zelf een jonge duif bij de beroemde gebroeders Janssen waarvoor hij toen 2000 gulden moest betalen. Hij heeft daar overigens zelf nooit een bruikbare duif uit kunnen kweken. De bedragen die heden ten dage door voornamelijk Aziatische duivenbazen worden betaald, grenzen echter aan het belachelijke. Wanneer je je realiseert dat de oorsprong van de duivensport bij de fabrieksarbeider ligt is de duivensport wel erg ver van zijn oorsprong afgedwaald. Wanneer het op deze weg doorgaat wordt de duivenport voor de gewone man onbetaalbaar en blijven alleen de megahokken over. Hier ligt volgens John een hele belangrijke taak voor de NPO. Die moet er alles aan doen om de duivensport betaalbaar te houden. Ik sluit me hier volledig bij aan!
23 maart 2012 Jan van Brandenburg - Andelst / Duivensport met de paplepel ingegevenZijn de duivenmelkers in Nederland inderdaad een uitstervend ras zoals ik geregeld lees op allerlei websites? Die vraag intrigeert me en ik breng die vraag dan ook regelmatig ten sprake als ik ergens op hokbezoek ben. Dikwijls komen hier interessante discussies uit voort. Een ieder die ik hierover spreek is het me eens dat de duivensport voor beginners in deze huidige tijd een zeer ingewikkelde sport is. Ook herintreders zeggen vaak dat de duivensport toch wel erg veranderd is en dan bedoelen ze eigenlijk dat het veel moeilijker is geworden om een prijsje mee te pakken. Het wordt al een heel stuk gemakkelijker als je de duivensport van huis uit meekrijgt. Toch heeft het merendeel van de huidige duivenliefhebbers geen opvolger, ondanks dat velen wel kinderen hebben. Eén van die liefhebbers met wie ik dit onderwerp besprak is Jan van Brandenburg uit Andelst. Jan is één van de vele liefhebbers aan wie de duivensport van huis uit met de paplepel is ingegeven, maar die zelf ook geen opvolger heeft. Jan is 55 jaar en is door zijn vader in de duivensport gerold. Zijn vader overleed toen Jan nog maar 10 jaar oud was. Vanaf die tijd zijn Jan en zijn broers met de duiven doorgegaan. Toen zijn broers het huis verlieten ging hij zelfstandig verder met de duiven en ging daar tot op de dag van vandaag zonder onderbreking mee door. Jan’s broer Ben heeft ook nog duiven en woont in de plaats met de toepasselijke naam Duiven. Zijn andere broer heeft ze ook jaren gehad, maar die is er mee gestopt omdat het niet meer te combineren viel met zijn werkzaamheden. Ook Jan ervaart dat hij niet de tijd in zijn duiven kan steken die nodig is om aan de top mee te draaien. Als manager Personeel en Organisatie is Jan de hele dag van huis (zo'n 12 uur op een dag inclusief reistijd). Zijn vrouw werkt ook nog parttime. De dagen dat zijn vrouw thuis is laat ze de duiven los. Op de dagen dat ze werkt gebeurt dat meestal niet eerder dan tegen zes uur 's avonds. De ervaring van Jan is dat zo laat op de dag de neiging om te trainen minder is, maar neemt de dingen zoals ze zijn: “Wanneer je de duivensport op hoog niveau wilt beoefenen kan dat zeer tijdrovend zijn. Ik probeer mijn ambitieniveau aan de beschikbare tijd aan te passen; met een drukke baan kun je onmogelijk op alle disciplines haantje de voorste zijn”.  Jan heeft twee kinderen die niets van de duivensport willen weten. Ook bij Jan in de club zijn de vader/zoon of vader/dochter combinaties maar op de vingers van één hand te tellen. Ik vraag me af of het ook zo was, dat in de periode dat de duivensport in de lift zat, ook veel kinderen van duivenliefhebbers zelf geen interesse in duiven toonden. En dat de aanwas vooral van jongeren kwam van wie de vader geen duiven had. Deze vraag is mijn inziens een interessant onderwerp voor een onderzoek. Jan geeft de volgende verklaring voor het feit dat zijn kinderen en die van zijn clubmaten niet in duiven geïnteresseerd zijn; “Ten opzichte van mijn jeugd hebben kinderen tegenwoordig qua hobby/vrijetijdsbesteding enorm veel alternatieven en zijn ze minder genegen zich nagenoeg het hele jaar aan huis te binden.” Ook is één van de oorzaken van weinig aanwas van nieuwe liefhebbers volgens Jan dat het duivensportwereldje vrij gesloten is met weinig open communicatie. Op mijn reactie dat er toch erg veel informatie op internet te vinden is zegt Jan o.a.; “Er zijn inderdaad heel veel meningen over bijv. medische begeleiding, preventief enten, lappen, toedienen van supplementen, e.d. Een aantal liefhebbers ziet echter door de bomen het bos niet meer en is denk ik gebaat bij uniforme en consistente adviezen die hem vooruit helpen. Aan deze vorm van openheid ontbreekt het mijn inziens nog te veel; de "openheid" beperkt zich te veel tot het ventileren van de eigen mening/het verkopen van de eigen ideeën zonder zich af te vragen waar de ander nu mee gebaat is.” Tot slot nog een paar uitspraken van Jan over hoe hij tegen de huidige duivensport aankijkt: Initiatieven om meer duivensporters te werven zouden zich meer moeten richten op ouderen die hun kinderen groot hebben, dus de groep vanaf pakweg 45 jaar. Er zou een soort van mentorsysteem moeten worden ingevoerd waarbij beginners een mentor krijgen/kiezen die de nieuwkomer op het juiste spoor zet. De duivensport is qua ideeën vastgeroest en nieuwe ideeën/initiatieven sterven helaas vaak een vroege dood. Het aantal vluchten zou tot één per week beperkt moeten worden.
8 maart 2012 Combinatie Dikken – Vollenhove / Stambomen 2Het onderwerp stambomen en aankoopbeleid sneed ik al eens eerder aan. Ik benoemde toen het in mijn ogen verkeerde aankoopbeleid van het merendeel van de duivenliefhebbers. Ik schreef dat zeer goede vliegers of hun rechtstreekse jongen alleen aangeschaft worden als er een klinkende afstamming achter zit. Het gaat dan om stambomen met bekende namen van liefhebbers of duiven er op. Het is zelfs zo dat jongen uit goed presterende duiven zonder deze bekende namen op een aantal veilingsites niet eens aangeboden kunnen worden omdat niet zeker is dat ze de advertentiekosten en de prijs voor de foto wel zullen opbrengen. Kort geleden vertelde een liefhebber mij nog dat hij liever duiven koopt met statiegeld zoals hij een mooie stamkaart noemde. Voor de liefhebber die graag iets terug wil verdienen kan dit aspect belangrijk zijn, maar ik zou toch zeggen dat het belangrijkste doel om duiven aan te schaffen is dat je met deze nieuwe inbreng harder gaat vliegen. En duiven met een klinkende stamkaart die ook nog eens uit goed presterende duiven komen zijn de laatste jaren erg in trek, dus voor de gemiddelde liefhebber met een kleine tot gemiddelde beurs veelal niet betaalbaar. Je moet je goed realiseren dat de meeste verkopers er op uit zijn om zoveel mogelijk geld te verdienen. De markt floreert goed door de grote vraag vanuit met name Azië en een ieder probeert daar een graantje van mee te pikken. En daar is ook niets mis mee in mijn ogen. Je moet je hiervan alleen goed bewust zijn en je ogen dus zeer goed openhouden. Naarmate ik steeds meer duiven selecteer, kom ik ook steeds vaker door mij uitgeselecteerde duiven tegen op veilingsites. Ik zit soms bijna schaterlachend achter mijn computer als ik de superlatieven lees waarmee deze in mijn ogen poelierduiven worden aangeprezen. Bijvoorbeeld een doffer die in vier jaar tijd 3 x een 1e wint in verenigingsverband met een deelname van minder dan 200 duiven wordt aangeprezen als een fabelachtige en superieure rasduif. Als dit fabelachtig en superieur is? Het zijn allemaal superduiven, golden collecties, wonderduiven, cracks, wereldtoppers, uitzonderlijke raspaardjes, kinderen van legendarische topduiven enz. Lees in dit verband het artikel van Jos Goesen eens waar de volgende link naar verwijst http://fondduiven.nl/index.php/gehoord-gezien-gelezen-door-jos-goessen/87-verkoop In mijn ogen de spijker op zijn kop! Het voordeel van de hier boven beschreven “gekte” is wel dat wanneer je met duiven begint en jezelf als doel stelt om binnen een paar jaar goede prestaties neer te zetten, je niet zo erg diep in je buidel hoeft te tasten om goed materiaal aan te schaffen want goede duiven zijn beslist betaalbaar, buiten de commerciële hokken om. Zoals Jos Goesen in het hierboven aangehaalde artikel schrijft "Er Lopen nog altijd genoeg minder bekende mannen rond met topprestaties waar u kunt aankloppen. En dit voor honderden malen goedkoper dan wat momenteel loos is in het op hol geslagen duivencircus.” Ik sluit me hier bij aan en ken zelf tientallen van zulke hokken waarvan de eigenaren er ook nog eens plezier aan beleven om iemand op weg te helpen met goed basismateriaal.  Zulke liefhebbers zijn bijvoorbeeld vader en zoon Dikken uit Vollenhove. Deze combinatie bestaande uit vader Harrie (64 jaar en heeft daarvan 52 jaar duiven) en zoon Niels (30 jaar en actief sinds 1999) passen ook in het rijtje mensen dat goed tot zeer goed presteert maar wiens duiven commercieel niet in trek zijn. Nu is duiven verkopen ook niet direct iets waar ze erg warm voor lopen. Voor hen staat het goed presteren voorop. En dat doet deze combinatie dan ook al jaren. Ze zijn al jaren te vinden bij de kampioenen in de cc en ook bij de afdeling Friesland stonden ze de afgelopen jaren regelmatig op het podium. Zij doen dit niet door regelmatig duiven te kopen. Sterker nog, ze hebben nog nooit een duif gekocht. Alleen een paar keer een bonnetje. Toch weten ze al zo’n 25 jaar goede tot zeer goede duiven weten te kweken. Dat bewijzen de vele duifkampioen-schappen die zowel op de vitesse, midfond als dagfond door hen in cc verband zijn behaald. Ook afgelopen jaar met de 2e en 3e duifk. Midfond en de 1e en 5e duifk. Dagfond in ACG 9 stonden ze er weer goed bij. (op de foto de 1e duifkampioen eendaagse fond) Vader en zoon Dikken zijn dus het bewijs dat het beslist niet nodig is om duiven met klinkende stambomen aan te schaffen. Op hokken waar weinig aangekocht wordt, wordt meestal uit alle duiven gekweekt. Dat is ook hier het geval. Uit de goede duiven, ook uit de jaarlingen, worden elk jaar jongen gekweekt. Hun kwekers, vrijwel alleen bejaarde vliegers, zitten niet vast en worden tijdens het vliegseizoen gekoppeld aan de vliegers waarmee ze op totaalweduwschap vliegen. Na het seizoen wordt uit zulke koppelingen ook regelmatig een jong aangehouden. Zoals gezegd worden er geen duiven bijgekocht en wordt er alleen via ruiling ander bloed verkregen. Zo ruilen ze al ruim 20 jaar duiven met Winfried Zotsch uit Rotterdam. Ook hebben ze in 2004 samenkweek gedaan met Gerrit en Jan Bos, wat goed heeft uitgepakt. In 2010 zijn er nog drie duiven van Eijerkamp bijgekomen. Inmiddels zijn vader en zoon er wel van overtuigd dat ze met dit goede basismateriaal verder kunnen bouwen aan een kolonie eendaagse fondduiven die zich met de besten kunnen meten. Maar zo hier en daar zullen er de komende tijd wat puntjes op de i gezet gaan worden. Zo werden er door hen tot voor kort nauwelijks stambomen gemaakt en werd voornamelijk goed op goed gezet, zonder dat uiterlijke kenmerken werden meegewogen. Inmiddels wordt er hard aan gewerkt om meer zicht op de zwakke en sterke kanten van de kolonie te krijgen en te kijken op welke fronten verbeteringen mogelijk zijn. Een eerste stap hiertoe is het maken van stamkaarten. Hier wordt momenteel hard aan gewerkt. Niet om hun duiven commercieel aantrekkelijker te maken, maar wel om inzichtelijker te krijgen welke duiven de beste nakweek geven. Een stambomenprogramma is daar een erg handig hulpmiddel bij. Daarnaast hebben ze ook een website laten maken die momenteel nog in ontwikkeling is http://www.hdikkenenzn.nl/index.html Op deze website stellen ze zich voor en worden hun duiven en prestaties gepresenteerd, zodat ik hiernaar graag verwijs.  Enkele uitspraken van de combinatie Dikken over hoe zij de duivensport beleven: “ Wij vinden het absurd dat er zoveel geld betaald wordt voor een duif met een mooie stamboom of een duif die één keer in zijn leven een 1e prijs heeft gewonnen, terwijl voor veel duiven die wekelijks in de kop vliegen nauwelijks aandacht is. Mensen willen vaak alleen duiven die een 1e prijs hebben gevlogen terwijl dat beslist niet de beste hoeven te zijn.“ “ We zijn ons ervan bewust dat we misschien niet de beste duiven hebben, maar door onze verzorging halen we er wel het optimale uit.”. “Het mooiste aan de duivensport vinden we het klaar maken voor een vlucht en dat ze dan ook goed naar huis toe komen. De spanning op zaterdagmorgen en dan het goede gevoel dat je krijgt als je een paar vroege duiven hebt. Het is voor ons echt een sport!” “ Het moeilijke is om de duiven gezond te houden. Maar als je goed op let, kun je veel voorkomen. Vorm en supervorm is een moeilijke materie, je weet nooit hoe lang het duurt en je mag dankbaar zijn als je het een aantal weken op je hok hebt.” “Er zouden eens wat meer mensen spontaan een jeugdlid of beginner moeten helpen wanneer die met onze sport begint.” (Zij hebben afgelopen jaar zelf een jeugdlid 14 duiven gegeven waaronder enkele zeer goede vliegers die op een leeftijd waren gekomen dat het met kopvliegen gedaan was en hopen dat hij het aankomend jaar met de jongen daarvan goed zal presteren).
24 februari 2012 Combinatie van Breugel – Vught / SaamhorigheidEen term die nogal eens in verband met de duivensport wordt genoemd is saamhorigheid, het gevoel van bij elkaar horen. Het steeds minder ervaren van dit gevoel is wellicht ook één van de oorzaken van de terugloop van het aantal duivenliefhebbers. Ik hoor dit geluid de laatste tijd namelijk regelmatig. Vooral ook van ex-duivenliefhebbers. Wanneer er in termen gesproken wordt van wij en zij is een saamhorigheidsgevoel ver te zoeken en dat gebeurt helaas maar al te vaak in de duivensport. Toch worden en zijn mensen dikwijls lid van een vereniging juist vanwege dat saamhorigheidsgevoel. Maar dit geldt al lang niet (meer) voor iedere duivenliefhebber. En hier ligt waarschijnlijk een knelpunt dat niet zo eenvoudig is op te lossen. Enerzijds is dat een mentaliteitskwestie en anderzijds zijn er grote verschillen tussen de behoeften van de individuele liefhebbers. Hoe groot die verschillen in behoefte zijn kun je bijvoorbeeld op een discussie op de NPO website lezen, zie de volgende link. http://www.npoveenendaal.nl/actueel/nieuwsberichten/npo-slaat-weg-naar-verandering-in In deze discussie zie je verschillende berichten waarvan de strekking is dat wanneer het gezellig is in de club zullen er minder mensen afhaken. Wat hier ook van zij, het is in ieder geval een aspect waarvoor binnen verschillende verenigingen meer aandacht zal moeten komen, willen zij blijven voortbestaan. Ik kwam op dit onderwerp onder andere door enkele discussies op Forum Het Praathuis en door een gesprek met Ad van Breugel uit Vught die onder meer aangaf zich te ergeren aan het gebrek aan respect voor elkaar en elkaars prestaties, wat hij steeds vaker in de sport zegt tegen te komen. In zijn eigen club van zo’n 20 vliegende leden speelt dat gelukkig nog niet zo, maar hij vreest dat veel van dit soort kleine clubs de komende jaren zullen verdwijnen en wat dan? Liefhebbers als Ad en zijn vader Sjef behoren tot de categorie duivenliefhebbers die met de sport zullen stoppen als aan hun behoefte aan saamhorigheid niet meer wordt voldaan. We hebben het dan over de duivenliefhebbers die duiven voor hun hobby hebben en vooral gericht zijn op het plaatselijk (verenigingsspel), dus de amateurs. Naar mijn schatting betreft dit zo’n 80 % van de duivenliefhebbers. Dit percentage wordt o.a. ook door Huib Caarls genoemd in een discussie op forum “Het Praathuis”. Huib schrijft dat de duivensport op deze amateurs drijft en geeft aan dat om die reden er alles aan gedaan moet worden om deze mensen voor de sport te behouden. Hier sluit ik me volledig bij aan. De duivensport moet zeker aantrekkelijk blijven voor mensen als Ad en zijn vader Sjef. 
Ad die met zijn vader Sjef in combinatie speelt is in 1982 met de duivensport begonnen. In dat jaar heeft hij een paar koppels eieren van mij gekregen. Dit was in het kader van de actie “Maak ze blij met een ei” die door het Neerlands Postduiven Orgaan werd gehouden en waarbij liefhebbers werden opgeroepen om eieren of jonge duiven ter beschikking te stellen van jeugdige liefhebbers. Ik herinner me nog dat ik in 1982 die eieren zelf naar de toen 12 jarige Ad in Vught heb gebracht. Met de duiven die uit die eieren kwamen werden meteen leuke successen behaald, zodat Ad in 1984 met zijn vader naar Wijk bij Duurstede kwam om nog een paar koppels eieren te halen. Uit één van die eieren werd de 84-2045571 geboren, een duif waar Ad heel veel plezier aan heeft gehad . Zo werd hij 1e duifkampioen en won hij o.a. een 1e prijs op Chateau roux. In de jaren die volgden (de duif werd 16 jaar oud) kreeg ik regelmatig een telefoontje als er weer een succes was behaald met die duif of met zijn nazaten. Hoewel Ad zijn vader Sjef al wel duiven had, is het bij Ad toch pas echt gaan kriebelen toen hij zelf een paar opvangers mocht verzorgen. Toen hij kort daarop als jeugdlid de eerste successen behaalde met de duiven die hij in zijn bezit kreeg door de actie “Maak ze blij met een ei”, was hij voor de duivensport gewonnen en inmiddels heeft hij nu 30 jaar postduiven. Het winnen van een kampioenschap is nooit echt een item voor Ad en Sjef geweest, maar ze beleven vooral veel plezier aan het omgaan met de duiven, het zien thuiskomen van de vlucht en de gezelligheid in de vereniging. Daarnaast schenken Ad en zijn vader jaarlijks veel bonnen. Misschien wel de helft van het aantal door hen gekweekte jonge duiven wordt op bonnen weggegeven. Zij doen dat omdat ze graag andere liefhebbers willen helpen om aan goede duiven te komen, enerzijds omdat Ad destijds toen hij zelf met duiven begon ook goed geholpen is. En anderzijds willen zij op deze manier een steentje bijdragen aan het behoud van de duivensport en in het bijzonder het verenigingsleven. Immers, het zijn veelal verenigingen die hun clubkas middels een bonnenverkoop kunnen bijvullen. Feitelijk geldt voor iedere duivenliefhebber wel dat het demotiverend werkt wanneer er regelmatig naast de punten wordt gevlogen en in het gunstige geval slechts enkele prijsjes in de 2e helft van de uitslag worden gepakt. Altijd tot de minderen behoren is voor maar zeer weinigen goed te verteren. Dit geldt ook voor de combinatie van Breugel. Hoewel ze zoals gezegd vooral amateurs zijn die de duivensport als hobby beoefenen, vinden ze het zo onderhand ook wel tijd worden om meer successen te gaan oogsten. Hun grootste succes dateert alweer uit 1995 toen ze op de Olympiade te Utrecht de mooiste jonge doffer van Nederland hadden. Ze realiseren zich echter wel dat ze om aan de top mee te kunnen draaien een en ander professioneler zouden moeten aanpakken en misschien is daar de tijd nu rijp voor. Echter - en hierin is Ad heel beslist - het mag niet ten koste gaan van hun plezierbeleving. Winnen is harstikke leuk, maar niet ten koste van alles, zegt Ad. Zo noemt hij als nadeel van specialisatie op de grote fond het minder op de club komen, wat betekent minder contact met de clubleden en dus minder saamhorigheid. Mede om die reden zijn ze erg blij dat nichtje Danitia ook gek op duiven is en met 8 koppels duiven aan de vitesse/midfond deelneemt. En zo blijft het levendig in de club ook al doen ze zelf niet mee. De combinatie van Breugel gaat zich de komende jaren volledig op de overnachtfond richten en hoopt stiekem toch ooit op die discipline tussen de groten op een podium te komen staan.
5 Februari 2012 Gerrit en Christiaan Beelen - Hierden / Toekomst van de duivensportEen onderwerp waarop ik regelmatig terugkom in mijn stukjes, is de toekomst van de duivensport. Sommigen vragen zich af of daar hier in Nederland sowieso nog wel een toekomst voor is. Dat de duivensport in landen als het voormalig Oostblok en China volop bloeit, terwijl er in Nederland jaarlijks meer liefhebbers stoppen dan dat erbij komen is een ieder bekend. De vraag is waarom komen ze er daar wel bij en hier niet? Hoe kun je nu de belangstelling opwekken van potentiële duivenliefhebbers? Volgens een onderzoek dat Arie Dijkstra in de jaren 90 uitvoerde moet het antwoord vanuit de basisverenigingen moet komen. Maar is dat wel zo? Wat maakt de duivensport voor al die nieuwe duivenliefhebbers in het voormalig Oostblok en China dan zo aantrekkelijk? Dat is zeker niet het verenigingsleven. Dat bestaat daar immers nauwelijks. In China is het vooral het gokelement dat mensen doet besluiten om duiven te gaan houden. Gokken zit de Chinezen in het bloed wordt vaak gezegd. In Nederland zijn er overigens ook genoeg goklustigen. Kijk bijvoorbeeld eens naar het aantal mensen dat mee doet aan loterijen. In Nederland zijn dat toch nog altijd ruim 5 miljoen mensen. Moet het gokelement terug in de duivensport? Ligt hier een oplossing om het dalend aantal leden een halt toe te roepen? Volgens mij ligt hier wel een deel van de oplossing. Er moet in ieder geval iets te winnen zijn, iedereen wil graag beloond worden voor zijn inspanningen. Wat trekt nieuwe liefhebbers nu aan de duivensport dat hen doet besluiten om zich aan te sluiten bij het steeds kleiner wordende legioen duivenliefhebbers in Nederland? Met deze vraag zal de PPN (Promotie Postduivensport Nederland) zich waarschijnlijk ook wel bezig houden. Om hun doelstelling te bereiken, namelijk dat meer mensen de duivensport gaan beoefenen, zullen ze hier zeker zicht op hebben c.q. moeten krijgen. Ik vraag me overigens wel af of er al een onderzoek is geweest naar de motieven om met de duivensport te starten. Wanneer je daar middels een enquête bij de succesvolle beginners in de sport achter zou willen komen, zouden die antwoorden wel eens heel verrassend kunnen zijn. Voor de 43 jarige Gerrit Beelen en zijn 14 jarige zoon Christiaan uit Hierden, was dit het wedstrijdelement, de spanning om op tijd een duif thuis te krijgen en die te zien aankomen. Gerrit startte in 2004 met postduiven nadat hij bij zijn buurman en zijn zwager Everhard van Pijkeren wel eens was wezen kijken bij het thuiskomen van de duiven. Hij kocht bij zijn start een hok via internet en kreeg van verschillende liefhebbers in zijn club duiven. Het ging dat eerste jaar meteen al goed want hij eindigde als zevende in regio 1 met de jonge duiven. Na drie jaar op dit hok te hebben gevlogen begon ook zijn zoon Christiaan interesse in de duivensport te krijgen en werden de zaken fanatieker aangepakt. Er moest een beter hok komen en betere duiven. In 2007 werd er een nieuw hok van 13 meter lang gezet inclusief rennen ervoor en werden 10 jonge duiven bij één van Nederlands topspelers Cor Leijtens uit Oostelbeers aangeschaft (soort C & G Koopman uit de lijn van de Gentil).  Tot nog toe spelen Gerrit en Christiaan het hele programma omdat ze het leuk vinden om op alle vluchten duiven mee te geven, maar het is niet denkbeeldig dat ze zich in de toekomst gaan specialiseren op één of twee onderdelen omdat ze streven naar successen in groot verband zoals een afdelingskampioenschap en/of een NPO overwinning. Met specialisatie is dit doel uiteraard beter bereikbaar. Vanaf 2007 zijn Gerrit en Christiaan 4 x bij de eerste 5 generale kampioenen van de sterke vereniging de Eendracht in Harderwijk geëindigd en in Regio 1afd. 8 GOU 4 x bij de eerste 10 generale kampioenen snelheid. Ook werd in 2007 in Regio 1 het 1e aangewezen fondkampioenschap behaald. De duiven waarmee deze successen worden bereikt zijn voor ruim 80 % afstammelingen van de 10 jonge duiven die ze in 2007 bij Cor Leijtens hebben gekocht. Dat zegt wel iets over de kweekwaarde van deze duiven. Behalve de genoemde aanschaf bij Cor Leijtens worden er maar sporadisch duiven aangeschaft, wel worden er met clubgenoten regelmatig duiven geruild. Via internet worden er geen duiven aangeschaft omdat ze geen duiven kopen die ze niet in handen hebben gehad. Gerrit geeft aan dat hij eigenlijk alles zelf ontdekt en uitgezocht heeft. Een leermeester heeft hij niet gehad. Voordat hij met de duivensport begon had hij 20 jaar ervaring in de vogelsport. Wat hij daarvan geleerd heeft is vooral je eigen koers te varen en niet teveel het voorbeeld van anderen na te volgen. Waar hij wel wat moeite mee heeft is de afgunst die hij regelmatig tegenkomt. Binnen zijn eigen club zijn er overigens genoeg liefhebbers die een ander willen helpen. Lastige zaken vindt Gerrit de verluchting van de hokken (voor alle hokken zitten er daarom rennen), het gezond houden en het voeren (vooral op de korte afstanden). In het verzorgen van de duiven gaat erg veel tijd zitten, wat met een fulltime baan soms lastig is te combineren. Dus om naast het verzorgen nog tijd te steken in het surfen op internet en op duivenforums mee te doen is voor Gerrit geen haalbare kaart. Die tijd besteed hij liever aan het observeren van zijn duiven. 
Christiaan is vanaf het begin ook betrokken bij de duiven en heeft zich gaandeweg de basiskennis van de duivensport eigen gemaakt. De jonge duiven zijn het terrein van Christiaan, maar ook maakt hij de hokken van de ouden meestal schoon. Zo fanatiek en leergierig als Christiaan, heb ik de afgelopen twee jaar wel meer jeugdleden gezien, maar wat hem vooral onderscheidt is de feeling voor duiven. Ik voorspel dat Christiaan een hele grote gaat worden in de duivensport. Tijdens het schrijven van dit stukje kreeg ik het bericht dat Christiaan vorige week Nederlands kampioen met zijn vogels is geworden met 2 x goud en 2 x zilver (de vogels heeft hij om in de winter tijdens het stille seizoen van de duiven ook iets om handen te hebben). Als dit een voorbode is van de successen die hem in duivensport nog te wachten staan, zal het niet lang meer duren voordat mijn voorspelling uitkomt. Inmiddels zit Christiaan al weer uren bij de jonge duiven en heeft hij er het volste vertrouwen in. Hij kan niet wachten tot het seizoen weer begint.
22 januari 2012 Willie Bronkhorst – Stokkum / Kweekcentra 2Zoals ik in mijn vorige stukje al schreef breidt mijn netwerk en klantenkring zich bijna dagelijks uit. Hier ben ik uiteraard erg blij mee. Natuurlijk blijven niet alle klanten hangen, maar tot nu toe heb ik met de meerderheid van mijn klanten van het eerste uur nog steeds vrij frequent contact. Van deze contacten steek ik zelf ook veel op. Het is voor mij immers bij nieuwe contacten ook steeds aftasten met wat voor persoon ik te maken heb, met welk doel ik ben ingeschakeld en hoe zorg ik ervoor dat mijn advies ook opgevolgd wordt en die klant ook echt geholpen is? In dit verband is het dus erg prettig te vernemen als iemand zijn doel (deels) bijstelt naar aanleiding van mijn advies. En als dat dan ook nog tot succes leidt is dit voor mij net zo waardevol als voor de betreffende liefhebber zelf. Zo werd ik bijvoorbeeld vorig jaar bij Gert Cirkel gevraagd om zijn duiven te koppelen. Dit was een bijzondere klus. Gert heeft namelijk alleen maar witte postduiven die hij als eigenaar van de Witte Duivenservice loslaat bij bruiloften, begrafenissen, openingen van bedrijven en evenementen. Hij had mij ingeschakeld om hem te helpen bij het formeren van een kwalitatief goede stam witte duiven. Omdat zijn activiteiten zomer en winter doorgaan, moet hij een stam duiven hebben die onder de moeilijkste omstandigheden van afstanden tot 300 km terug moeten kunnen komen. Daar ik bij het beoordelen van zijn duiven tot de conclusie kwam dat de gemiddelde kwaliteit vrij hoog was, gaf ik hem het dringende advies om zijn duiven ook op wedvluchten te spelen. Gert gaf toen echter aan dat zijn zaken teveel tijd in beslag namen en hij de duiven immers ook niet gelijktijdig in kan zetten voor een bruiloft en een wedvlucht. Maar, niets is veranderlijker dan een mens, want Gert ging met zijn jonge duiven afgelopen jaar toch de baan op en zoals ik al voorspeld had lieten zijn witten zien dat ze niet onderdoen voor hun minder opvallend gekleurde soortgenoten. Gert speelde mooie prijspercentages en ondanks dat hij de laatste vlucht niet mee kon doen en zijn jongen niet verduisterd had, eindigde hij toch als 8e in de club tegen 35 vliegende leden. Zo’n voorbeeld als hierboven geeft weer eens aan dat er vele typen duivenliefhebbers zijn met uiteenlopende doelstellingen. Naast de verschillende specialisten op een bepaalde discipline/afstand, zijn er liefhebbers die duiven kweken voor tentoonstellingen, liefhebbers van een bepaald “ras” of kleur, liefhebbers die alleen aan eenhoksraces meedoen en liefhebbers die liever kweken als vliegen. Zoveel mensen, zoveel wensen. Zo’n liefhebber die zelf niet vliegt maar wel graag mooie en goede duiven kweekt is Willie Bronkhorst uit Stokkum. Willie heeft een klein kweekcentrum waar hij zich vooral toelegt op de kweek van Meulemansduiven en dan met name Choco’s die naast dat ze mooi zijn ook goed vliegen. Er is veel vraag naar Choco’s en vooral als die goed presteren. Willie is helemaal weg van de Meulemansduiven. Niet alleen van de Choco’s, maar ook van de gehamerde, de bonten en witpennen geniet hij elk kweekseizoen met volle teugen als daar weer een ronde van in de broedschalen ligt. Als de jongen mooi opgroeien en wanneer hij hoort dat de liefhebber die ze koopt er goed mee presteert heeft Willie een goed seizoen. Naast de Meulemansduiven kweekt Willie ook nog enkele andere duiven met opvallende kleuren zoals vale Sions en witte postduiven, maar er gaat voor hem niets boven de Meulemansen. 
Willie is 59 jaar oud en is in 1995 de duivensport ingerold toen hij voor zijn werk overnachtte in een hotel in Akersloot. Tijdenseen avondwandeling werd zijn aandacht getrokken door een grote koppel postduiven die mooi aftekenden tegen de blauwe lucht. Hij besloot een kijkje te nemen bij die liefhebber (Rinus van Bohemen). Deze Rinus bezat indertijd onder andere Meulemans duiven. Hiervan was Willie meteen gecharmeerd vanwege hun postuur en kleur. Toen Rinus aanbood om voor hem een ronde jongen te kweken waarmee hij aan wedvluchten kon gaan deelnemen, was Willie verkocht en werd dat zelfde jaar al meteen lid van de postduivenvereniging CLV in ’s-Heerenberg. Gedurende een jaar of tien heeft Willie met deze duiven en hun nazaten gespeeld. Met de jonge duiven kon hij altijd goed meekomen, maar vanwege zijn werk was hij vaak ver van huis, waardoor hij te weinig aandacht aan zijn duiven kon geven. Op een gegeven moment was de duivensport niet meer met zijn werk te combineren en is hij gestopt. Maar zijn duiven opruimen wilde hij echter beslist niet. Vanaf die tijd is hij begonnen met het kweken van duiven voor anderen en zo is dit kleine kweekcentrum uiteindelijk ontstaan. Het doel van Willie is duiven kweken die goed zijn gebouwd, met een zachte pluim, mooi van kleur en ook nog eens goed presteren. En het moet gezegd worden. Sinds de start van dit kweekcentrum zo’n vier jaar geleden, zijn er al verschillende goede duiven in Stokkum geboren. Vooral uit Engeland en Duitsland bereikten hem goede berichten. De vraag naar zijn duiven door Duitse liefhebbers wordt daardoor dan ook steeds groter. Willie hoort helaas lang niet altijd wat terug over de resultaten die met zijn duiven en hun nazaten worden bereikt en dat vindt hij erg jammer. Want mede op basis van die terugmeldingen kan hij verder met het opbouwen en verbeteren van zijn Meulemansstam. Hij vindt het namelijk erg belangrijk dat de vliegkwaliteiten van de Meulemansduiven bewaard blijven. Hij vindt het ook erg jammer dat er zoveel zogenaamde Meulemans (met name Choco’s) worden verkocht die behalve de kleur helemaal niets met het oude Meulemansras te maken hebben. Dit versterkt hem in zijn wens een kwalitatief goed hok Meulemansduiven op te bouwen. Omdat hij ze zelf niet kan uittesten op de vluchten en hij te weinig terughoort over de prestaties van de door hem gekweekte duiven overweegt Willie om aan één of enkele eenhoksraces te gaan meedoen. Het is dan ook niet onwaarschijnlijk dat we zijn naam in de toekomst op de uitslagen van de eenhoksraces gaan tegenkomen.
6 januari 2012 Henri Akkerman – Willemsoord / Beginners bij de sport houdenHet afgelopen jaar ben ik veel op stap geweest voor de-duivencoach.nl. Ik merk dat mijn activiteiten steeds meer bekend raken bij duivenliefhebbers uit het gehele land. Ik krijg meer en meer positieve reacties. De eerste maanden nadat ik gestart was werd er een paar keer een negatief getinte opmerking in mijn gastenboek geplaatst. Het afgelopen jaar ontving ik echter alleen maar positieve berichten, zowel in mijn gastenboek als over de mail. Ik stel het ook zeer op prijs dat als mensen tevreden zijn met mijn advies en daar baat bij hebben, ze hiervan melding maken in mijn gastenboek. De beste reclame is een tevreden klant. En zoveel mogelijk tevreden klanten is mijn doel. Indirect hoop ik dat e.e.a. bijdraagt aan het behoud van de duivensport. Ik streef ernaar om zoveel mogelijk mensen bij de sport te houden door een steentje bij te dragen aan het vergroten van het plezier dat ze aan de duivensport beleven. Veel nieuwe aanwas komt er immers niet, dus voorkomen dat mensen afhaken vind ik net zo belangrijk als nieuwe leden werven. In dit verband haal ik ook even een mailtje aan dat ik vandaag ontving met ondermeer de volgende tekst “nogmaals bedankt, het communiceren met jou motiveert mij enorm om goed met de duiven door te gaan want soms denk ik daar wel eens anders over.” Zoals gezegd is er weinig nieuwe aanwas van postduivenliefhebbers, maar ze zijn er gelukkig nog wel. Een van die nieuwe postduivenliefhebbers is Henri Akkerman uit Willemsoord. Henri is 30 jaar oud en één jaar actief als postduivenliefhebber. Hij heeft eerst 5 jaar sierduiven gekweekt, namelijk Oud Hollandse Meeuwen, Nederlandse Helmduiven en Damasceners, waarmee hij redelijk succesvol is geweest. Zijn beste prestaties met de sierduiven was twee maal algemeen kampioen op een show met daarnaast meerdere tweede en derde plaatsen. Henri heeft de overstap naar de postduiven gemaakt onder invloed van zijn schoonvader Luut van Benthem uit Vollenhove. Hij heeft het hok zelf gebouwd samen met zijn opa. Zijn eerste duiven zijn afkomstig van zijn schoonvader en enkele bevriende duivenliefhebbers waaronder Peter van der Haar uit Staphorst en Richard Reuling uit Didam. Afgelopen jaar heeft Henri voor het eerst meegevlogen met de jonge duiven. Een paar keer leuk op de verenigingsuitslag te staan was zijn doel voor dat eerste jaar en dat is hem gelukt. Hij eindigde op de 11e plaats bij de jonge duiven van de 26 spelende liefhebbers in zijn vereniging PV de Doorzetters uit Steenwijkerwold, een sterke vereniging met ongeveer 50 leden waaronder een paar die landelijke bekendheid genieten zoals de gebroeders Limburg, Herman Brinkman, Gerrit van Vilsteren en niet te vergeten Adri Kors. Om als beginneling je naam tussen dergelijke kampioenen op de uitslag te krijgen valt absoluut niet mee. Daar is Henri inmiddels ook wel achter. 
Gevraagd naar wat Henri moeilijk vindt aan de postduivensport, antwoordt hij dat er zoveel meer factoren zijn waarmee je rekening moet houden, dan dat hij gewend was bij het houden en fokken van sierduiven. Hij noemt als de drie belangrijkste de duif, het hok en de voeding. Dat zijn in mijn ogen ook precies die dingen waarom het draait in de duivensport. Henri geeft aan dat het opdoen van de kennis om welke eigenschappen het draait bij een goede postduif niet iets is wat snel onder de knie is te krijgen. Waaraan kun je bijvoorbeeld een goede kweek- of vliegduif herkennen? Bij een sierduif zijn dit veelal uiterlijke kenmerken, maar bij een postduif ligt dat een stuk gecompliceerder. Daar heeft hij gelijk in. De postduivensport is sowieso veel gecompliceerder dan de sierduivenwereld. Alles wordt veel professioneler aangepakt en de prijzen van de duiven liggen vele malen hoger dan bij sierduiven. Henri vindt het als beginnende liefhebber dan ook lastig om aan goede duiven te komen omdat hij de weg niet weet in de postduivenwereld. Dit probleem kennen de meeste liefhebbers en beslist niet alleen beginners. Zeker als je over een niet al te ruim budget beschikt is de kans dat je verdwaalt in het doolhof van het aanbod van duiven erg groot. Je kunt je geld maar eenmaal uitgeven en een miskoop is sneller gedaan dan dat je een kampioen aanschaft. Binnen mijn netwerk zijn er gelukkig genoeg liefhebbers die beginners als Henri zonder grote investeringen een flink eind op weg willen helpen. Daarnaast is er het aspect hok dat Henri voor de nodige vraagtekens plaatste. Het hok dat hij met zijn opa had gebouwd bleek klimatologisch niet helemaal te voldoen (ventilatie en luchtvochtigheid). Vervolgens werd clubgenoot John Limburg ingeschakeld die bekend staat als een deskundige op dit gebied (en die ik ook graag meevraag als ik naar een liefhebber ga waarbij ik geconstateerd heb dat het niet goed zit met het hok). Op zijn advies worden deze winter daarom een aantal aanpassingen aan het hok verricht. En als derde moeilijk aspect noemt Henri de voeding en de invloed hiervan op de conditie van de duiven. Hij heeft de afgelopen periode in duivenboeken, op internet en via de bekende duivenbladen op dit gebied inmiddels al heel wat opgestoken. Wanneer hij daarnaast zijn oren goed te luisteren legt bij de kampioenen in zijn club, zal hij dit aspect ook wel onder de knie gaan krijgen, is mijn inschatting. De successen zullen als het een beetje wil meezitten dan beslist ook wel gaan komen. |